Bij grote reorganisatie is misstap snel gemaakt

Collectieve ontslagen zijn aan de orde van de dag. Woensdag vergaderde de Voortouwcommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer over het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet melding collectief ontslag. En voor 5 juni 2011 dient de Wet op de Europese ondernemingsraden te zijn aangepast aan de gewijzigde Europese Richtlijn inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad.

Bij internationale overnames vinden ontslagen in Europa veelal in verschillende landen tegelijkertijd plaats. De reorganisatieprocessen dienen onderling op elkaar afgestemd te zijn en zowel de timing als de inhoud van de lokale consultaties moeten aansluiten bij de consultaties bij de Europese ondernemingsraad. Een uitdaging waarin een misstap snel is gemaakt.

De opdracht vanuit de ultieme moedermaatschappij is meestal simpelweg 10-20 procent van het personeel op zo kort mogelijke termijn te schrappen. Lokale directies worden in een laat stadium op de hoogte gesteld, voelen zich overvallen en staan onder druk. Zo kan het gebeuren dat cruciale stappen worden overgeslagen, waardoor een lokale integratie en reorganisatie pas vele maanden later dan gepland uitgevoerd kan worden, met alle gevolgen van dien.

De werknemers zitten te lang in onzekerheid, worden opgetrommeld om te staken, de verhouding met ondernemingsraad en vakbonden wordt steeds grimmiger en de business ligt stil. Door dit alles ligt het gevaar tot een besluit voor een volgende ontslagronde op de loer. De directie krijgt het steeds moeilijker. De lokale vestiging moet wel blijven draaien, want wordt het al te lastig dan ligt een – te voorkomen – besluit door de moedermaatschappij tot bedrijfsverplaatsing naar een wat ‘gemakkelijker’ land voor de hand.

De directie doet er in elk geval verstandig aan de raad van commissarissen tijdig bij de plannen te betrekken. Gebeurt dat niet dan kan een samenwerking van dit orgaan met vakbonden en ondernemingsraad voor een flinke vertraging zorgen.

De raad van commissarissen van MSD/Organon schaarde zich vorig jaar zomer niet achter het reorganisatieplan van Merck om de helft van de 4.500 banen te laten vervallen. Ondernemingsraad, vakbonden en raad van commissarissen kwamen gezamenlijk met een alternatief plan. Merck kan pas nu beginnen met het aanvragen van de ontslagvergunningen om (een aanzienlijk kleiner aantal) werknemers te ontslaan.

Een integratie en reorganisatie van grote omvang gaat hand in hand met een nieuwe organisatiestructuur die ‘laag voor laag’ wordt opgebouwd. Dat betekent dat er stapsgewijs gereorganiseerd wordt. De ‘eerste laag’ (het management) richt de ‘tweede laag’ in en die weer de laag eronder en zo verder. De directie doet er dan goed aan om te kiezen voor een gefaseerde adviesstructuur. Zij sluit met de ondernemingsraad hierover een convenant, waarin staat over welke onderwerpen zij wanneer advies/instemming zal vragen in ruil voor de mogelijkheid het adviestraject in overzichtelijke stukken op te knippen.

Het bespaart tijd als de directie in de adviesaanvraag de alternatieven om de reorganisatie in omvang te verminderen, behandelt. Uit de jurisprudentie blijkt namelijk dat de ondernemingsraad zelf met alternatieven kan komen. De bestuurder moet alternatieven die werkbaar en realistisch zijn, voldoende onderzoeken, voordat hij ze verwerpt. Doet hij dat niet dan riskeert hij een kennelijk onredelijk besluit en kan hij de reorganisatie niet uitvoeren.

Mirjam A. de Blécourt

Schinkel en Tamminga zijn met vakantie. Vijf gasten nemen hun column twee weken waar. Vandaag Mirjam de Blécourt, partner Arbeidsrecht en bestuurslid van Baker & McKenzie.