Askania Nova

Tommy Wieringa reist over de steppe.

We bereikten Askania Nova laat in de avond. Uren heb ik dan geluisterd naar het monotone gemummel van Yaroslav Uspensky naast me in de auto, de tolk van wiens diensten ik twee jaar eerder al eens heb gebruikgemaakt in Odessa. Toen zag hij eruit als een mollige Poesjkin met bakkebaarden tot op zijn kaken en een ziekenfondsbrilletje op zijn neus, nu heeft hij zich een moderner uiterlijk aangemeten; hij draagt een rode trainingsbroek, een revolutionair petje en een T-shirt waarop ‘Ethoipia’ staat. (Vanwege de schrijffout kocht hij het T-shirt.) Hij is een Ethiopische vrouw getrouwd, of eigenlijk meer een meisje, ze is negentien jaar oud. De vorige keer dat ik hem ontmoette was hij nog vrijgezel. Met de aardedonkere steppe aan weerszijden van ons luister ik naar het verhaal van een wonder: hoe Yaroslav Uspensky een beeldschone Ethiopische trouwde. Hij was ten einde raad, vertelt hij, al zijn vrienden hadden een vrouw behalve hij. Hij overwoog om onderwijzer te worden in een dorpje in het voorland van de Karpaten. Daar zou hij de dorpsintellectueel zijn en misschien een eenvoudig, gelovig meisje vinden dat wel met hem wilde trouwen. „De vrouwen in Odessa zijn zo... wild”, zegt hij. „Zo vrijgevochten.”

Yaroslav werkte lang in Ethiopië, hij onderwees Ethiopische officieren in het gebruik van Russische wapens en vertaalde Russische handleidingen naar het Engels. In Mekele had hij Aryam ontmoet. Toen zijn contract niet werd verlengd, nam hij haar mee naar Odessa. Ze wonen bij zijn moeder in.

Laag boven de steppe hangt een half maantje, hemel en aarde zijn van gelijke donkerte met de horizon als vale lijn daartussen. We rijden over een smalle weg vol gaten naar Askania Nova, nergens op de steppe is een lichtje te zien; de oneindige ruimte om ons heen wekt een gevoel van verlatenheid, van grote eenzaamheid.

Hoe dan ook, vervolgt Yaroslav, voor Aryam heeft hij zijn bakkebaarden afgeschoren. Gedurende onze reis zal hij haar elke avond opbellen en op zachte toon zeggen dat ze haar Russische lessen niet moet verwaarlozen.

In hotel Kanna is de keuken al lang gesloten maar bier en zoutvlees worden meteen gebracht. Morgen zullen we de steppe zien zoals ze eens was, de niet door landbouw aangetaste steppe, die Nikolaj Gogol tot de verzuchting bracht: „Alle duivels, steppen, wat zijn jullie mooi!”

Askania Nova bestaat uit botanische tuinen en een natuurreservaat, gesticht door Friedrich von Falz-Fein, een Duits-Russische kolonist op Oekraïense bodem. Hij behoedde 68.000 hectare oorspronkelijke steppe voor landbouw en veeteelt. In zijn Tuin van Eden zwierven Przewalski-paarden, kamelen en zebra’s rond, en zelfs een olifant. (wordt vervolgd)