Spaanse jongeren willen niet op ouders leunen

Jongeren in Spanje kregen de hardste klap van de crisis. Ze deden een beroep op hun familie, maar die situatie is onhoudbaar. De betogers op de stadspleinen wantrouwen de twee grote partijen.

Dat duizenden Spaanse jongeren in verscheidene steden sinds begin deze week pleinen bezetten, is eigenlijk niet zo verwonderlijk. De economische crisis die Spanje nu al drie jaar doormaakt, heeft vooral hen hard getroffen. De Spaanse jeugd is hogeropgeleid dan ooit, maar ruim 43 procent zit zonder werk. Veel hogeropgeleiden kunnen alleen eenvoudige baantjes vinden. Een huis is voor starters op de woningmarkt onbereikbaar.

Dat het protest nu pas losbarst, roept de vraag op waarom dit niet eerder gebeurde. Sommige betogers op het Madrileense Puerta del Sol-plein weten de trage reactie gisteren aan de populariteit van „het voetbal”. Nu functioneert sport in Spanje zeker als een bliksemafleider voor sociale onvrede, maar voetbal is niet de enige verklaring voor de aanvankelijke apathie van veel jongeren.

In Spanje geldt traditioneel een informeel ‘sociaal pact’, waaronder jongeren accepteren dat de eerste tien jaar van hun professionele leven onzeker zijn. Ze doen werkervaring op met tijdelijke, slecht betaalde baantjes of lange stages. Pas als ze de dertig (ver) gepasseerd zijn, eindigt dit informele stagedecennium. Dan kunnen ze een zelfstandig leven opbouwen: het ouderlijk huis uit, vaste baan, woning kopen, trouwen, een gezin stichten.

Toen Spanje in 2008 in een crisis belandde, had eenderde van de beroepsbevolking een tijdelijk contract. Deze ‘losse’ werknemers waren in meerderheid jongeren. En vooral zij kwamen massaal op straat te staan. Het sociale vangnet van hun familie haalde aanvankelijk de scherpste randjes van de crisis. Jongeren bleven nog langer thuis wonen of trokken weer bij hun ouders in. Dertigers kopen in de kroeg bier met zakgeld van hun ouders.

Nu de Spaanse economie al drie jaar niet of amper groeit en herstel nog jaren kan uitblijven, begint het sociale pact te wankelen. De centrale belofte – eerst tien jaar afzien, dan een zelfstandig leven – raakt steeds verder uit zicht.

Wat de onvrede verder aanwakkert is de financiële crisis. Jarenlang was de bouwsector de motor van de economie, maar na het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel moet de overheid bezuinigen op sociale voorzieningen, zorg en onderwijs. Tegelijkertijd worden banken wel met miljarden belastinggeld gered.

De eisen van de demonstranten, die zeggen zeker tot zondag te blijven, zijn diffuus. Ze lopen uiteen van ‘betaalbare woningen’ en ‘waardig werk’ tot ‘legaliseer drugs’ en ‘meer dierenasielen’. De slogans zijn onder meer ‘Echte democratie, nu’ en ‘Jeugd zonder toekomst’.

De demonstrerende jongeren roepen op om zondag geen van beide grote politieke partijen, de socialistische PSOE en de conservatieve PP, te steunen. De polarisatie tussen de twee partijen noemen zij gekunsteld. De politieke partijen zouden uiteindelijk alleen hun eigen belangen en die van bedrijfsleven en de financiële sector dienen. Ze spreken van „een corrupte elite in zakenwereld en politiek”.

De betogers roepen kiezers op te stemmen op kleinere partijen en zo aan de kliek van ‘PPSOE’ een signaal af te geven. Veel van die splinterpartijen, zoals Izquierda Unida (Verenigd Links), bevinden zich ter linkerzijde van het politieke spectrum. Hoe uiteenlopend hun voorstellen en eisen ook zijn, de protesterende jongeren zijn links georiënteerd en onttrekken zich (nog) niet aan de klassieke tegenstelling in Spanje tussen links en rechts. Ook lijkt het protest de jonge generatie niet te ontstijgen. Veel oudere Spanjaarden hebben begrip voor de protestacties. De komende dagen moet blijken of die sympathie sterk genoeg is om een maatschappijbrede beweging te ontketenen.

Ook als dat niet lukt, hebben de jongeren ten minste twee zaken bereikt. Op de korte termijn hebben ze politici midden in de eindspurt van hun verkiezingscampagne van waardevolle zendtijd beroofd. En na zondag zullen die politici er niet aan ontkomen met een serieuzer antwoord op de crisis te komen dan voorheen.