Het beertje Pippeloentje

Kijk, het beertje Pippeloentje/ op één slof en op één schoentje./ In het mandje aan z’n pootjes/ heeft hij zeven beren-broodjes. / Die hij even alle zeven/ aan de barones moet geven./ ’t Is een beren-barones/ in een huis met een bordes.

Uit: Het beertje Pippeloentje (1958), gedicht ‘Broodjes’