Failliet

‘Onverantwoordelijk” noemde premier Rutte de opstelling van gedoogpartner Wilders inzake steun aan Griekenland donderdag nog maar een keer. Stef Blok, fractievoorzitter van de VVD, had het woord tijdens het debat in de Kamer al ettelijke malen in mond genomen. Nout Wellink, de president van De Nederlandsche Bank, meende vuur met vuur te moeten bestrijden en sprak van „een financiële tsunami” wanneer die „valse profeet” Wilders zijn zin zou krijgen en er geen cent meer naar Griekenland ging. Wellink: „Als dat gebeurt, zult u eeuwig spijt hebben. Het is gevaarlijk. U kunt uw spaarcenten alleen behouden als wij Griekenland helpen eruit te komen.”

Zwaar geschut over Griekenland dient om verteerbaar te maken wat onverteerbaar is

Eh, ja? Al dat zware geschut diende om verteerbaar te maken wat eigenlijk onverteerbaar is. Het huidige kabinet, dat met plakband en elastiek bijeen wordt gehouden, staat ferm in het teken van de eigen verantwoordelijkheid. Het is een houding die de kracht heeft van een ideologie: burgers moeten leren hun eigen broek op te houden, er hebben er al te veel te lang aan het staatsinfuus gelegen, de Staat kan niet overal voor opdraaien – wat geen bestaansrecht heeft, kan niet eindeloos met subsidies overeind gehouden worden. Duidelijk?

Nieuwe steun aan een land dat eigenlijk al failliet is, gaat recht tegen die zakelijke houding in. Wilders, die een flink deel van zijn electoraat de afgelopen maanden naar de VVD zag overlopen en met zijn aftandse moslimcabaret de handen nauwelijks meer op elkaar krijgt, grijpt zijn kans: hoe kan je de Nederlandse samenleving opdragen radicaal te bezuinigen, terwijl je een land dat zich aantoonbaar onverantwoordelijk heeft gedragen miljarden toestopt?

Het enige tegenargument luidt: „om erger te voorkomen”.

Rutte probeerde het nog even met een beproefd rechts recept: durf impopulaire maatregelen te nemen! Later ontdekt de burger vanzelf dat het allemaal voor zijn bestwil is. Maar zijn eigen geloofwaardigheid is in het geding. Denkt hij dat de kunstensector, waar een ware kaalslag plaatsvindt, praatjes over het subsidie-infuus van de Staat nog langer pikt? En zijn betogen over broodnodige marktwerking in de zorg? Hoe kan hij de radicale afslanking van het Nederlandse leger nog langer rechtvaardigen?

Vanaf nu zal steeds klinken: en Griekenland dan?

Toen ik begin dit jaar de Engelse politieke filosoof John Gray voor deze krant interviewde, voorspelde hij dat Griekenland uit de euro zou stappen. Dat werd op dat moment ondenkbaar geacht, maar Gray trok zich daar niets van aan. Onbekommerd kondigde hij een radicale verandering in de geopolitieke orde aan: „Het was noodzakelijk de banken te redden, anders was de economische, maar ook de politieke schade niet te overzien geweest. Maar nu ligt het financiële risico bij de overheid en krijg je insolvabele staten. […] Onderschat de politieke wil niet om het Europese project overeind te houden, hoor ik veel. Maar wanneer de kiezers afhaken, zullen de politici het laten afweten. Alle moderne staten legitimeren zichzelf met welvaartsgroei. Zelfs een land als China, dat bepaald geen democratie is.”

Het grootste probleem is dat de crisis een beroep doet op solidariteit die er niet is. Alle pogingen van de afgelopen decennia om van Europa een culturele eenheid te maken, zijn mislukt. Tijdens ontelbare blije manifestaties en discussiefora over de Europese identiteit van de afgelopen decennia werd geprobeerd iets onmogelijks tot stand te brengen: een gevoel van culturele saamhorigheid.

Die droom kon alleen gekoesterd worden zolang er geld in kas was; de verhalen over landen waaronder altijd Griekenland die de Unie als een ruif beschouwden en ongegeneerd sjoemelden met subsidieaanvragen, werden voor lief genomen. Er was toch geld genoeg.

Toen de droom van een politieke en culturele unie stuk gelopen was op de scepsis van de burger, restte alleen het economische verhaal over Europa. Maar ook dat blijkt nu een verhaal voor als het mooi weer is; de euro blijkt het resultaat van economische overreach. Nu we in zwaar weer zitten, moet ons worden wijsgemaakt dat we solidair moeten zijn uit lijfsbehoud. Een ander verhaal is er niet meer. Dat is de grootste tragedie.