Een vermoeden van meiraapje

Een groente die het nu nog niet tot vergeten groente heeft geschopt, kan het wel schudden. Het corps van vergeten groenten heeft een respectabele omvang bereikt. Je hebt de eerst-bijna-vergeten-maar-nu-weer-in-de-gratie-geraakte-groenten, zoals pastinaak. Van het eetcafé tot het sterrenrestaurant, overal viert de pastinaak zijn rentree. Dan zijn er terecht-vergeten-groenten, zoals melde, en ten-onrechte-nog-niet-vergeten-groenten. In de laatste categorie scoort alfalfa hoog. Een door eetcultuurpessimisten gekoesterde soort zijn de nu-nog-net-niet-maar-als-het-zo-doorgaat-over-tien-jaar-vergeten groenten, zoals bittere witlof, tuinbonen en zelfs bloemkool.

Sommige vergeten groenten dragen tot de verbeelding sprekende exotische namen als tijgertomaat en Turkse muts. Andere roepen nostalgische gevoelens op zoals schorseneren en meiraapjes. Het meiraapje maakt furore als garnituur in restaurants met ambitie. Af en toe zie je meiraapjes in de supermarkt liggen, lieve witte knolletjes met een fuchsiakleurig blosje.

Een opmerkelijke rol speelt het meiraapje in als authentiek aangeprezen recepten voor gratin dauphinois, de ovenschotel van louter aardappel en room, want eieren en kaas horen er niet in. De schaal wordt ingewreven met een doormidden gesneden meiraapje, nadat eerst hetzelfde is gedaan met een teentje knoflook. Dat kan niet meer teweegbrengen dan een vermoeden van meiraapje. Geen wonder dat het meiraapje in de vergetelheid is geraakt, maar we gaan het proberen.

Verwarm de oven voor op 180° C. Schil de aardappels, was ze, snij ze in dunne plakjes van ongeveer 3 mm dikte. Meng 2,5 dl crème fraîche met 2,5 dl slagroom – niemand heeft beloofd dat het een mager gerecht zou worden. Wrijf een ovenschaal van 20 bij 25 cm, of ongeveer gelijk oppervlak, in met eerst een doormidden gesneden teentje knoflook en daarna met een doormidden gesneden meiraapje. Vet de schaal vervolgens in met boter. Bedek de bodem met plakjes aardappel. Leg ze niet dakpansgewijs, maar naast elkaar. Bestrooi de laag aardappelschijfjes met peper, zout en een vleugje nootmuskaat. Herhaal dit een paar maal en giet er dan een deel van het roommengsel over. Ga zo door tot de schijfjes op zijn. Giet er op het laatst de rest van het roommengsel over. De aardappelschijfjes moeten net onder staan. Leng zo nodig het roommengsel aan met een scheut melk. Leg er wat vlokjes boter bovenop. Laat de gratin in het midden van de oven in ongeveer anderhalf uur gaar en goudbruin worden. Zet de oven het laatste kwartier hoger als de gratin nog wat bleek is. Gaat het bruinen te hard, dek de gratin dan af met aluminiumfolie.

De gratin eet je meteen in zijn verrukkelijke, lobbige romigheid. Of je wacht een dag en snijdt er blokjes van, ook lekker. Probeer of je nog iets proeft van het meiraapje, dat zou je bijna vergeten.