Wie durft nu nog naar het slechte merk hbo?

Na het eindexamen ontstaat keuzekramp. Geslaagden van het gymnasium of het atheneum twijfelen niet tussen universiteit of hogeschool, maar tussen psychologie of rechten, natuurkunde of technische bedrijfskunde. Wie het kan, gaat naar de universiteit. Bij een debat op dinsdagmiddag zag ik de cijfers op een beeldscherm voorbij trekken. Vroeger ging de helft na het eindexamen naar de universiteit. Nu is dat driekwart. Het wordt waarschijnlijk bijna 90 procent. De slechte resultaten bij steekproeven van hogeschooldiploma’s kunnen die ontwikkeling alleen maar versnellen.

Dat is fijn voor de universiteit.

Toch waren de organisatoren van dit debat, in de centrale hal van de Radboud Universiteit Nijmegen, ontevreden. „Veel universiteitsstudenten zouden beter passen bij het hbo”, dreigde de aankondiging – waarom dan een eindexamen ‘voorbereidend wetenschappelijk onderwijs’? Bij de universiteit vinden ze dat kennelijk niet goed genoeg. Veel studenten hebben niets te zoeken op de universiteit. Ze zijn niet geïnteresseerd in onderzoek en wetenschap, maar ze hechten aan de status.

De universiteit is een hbo geworden, schools gemaakt, vindt onderwijssocioloog Maarten Wolbers, die ook nog is gepromoveerd op de inflatie van diploma’s. Steeds meer kundes worden gedoceerd die eigenlijk niet op de universiteit thuis horen. „En ook op de universiteit worden examencommissies gedwongen om slechte studenten door te laten voor de bekostiging van het onderwijs. Negentig procent van de studenten kunnen ze afstoten naar het hbo”, besluit hij polemisch.

Studente Kitty Egelman, tevens secretaris van de Landelijke Studentenvakbond, weet wel wat ze op de universiteit zoekt – een uitweg uit het slechte onderwijs aan de hogeschool. Zij deed twee jaar vrijetijdsmanagement aan de hogeschool Inholland, een van de opleidingen die door de Inspectie van het Onderwijs als ‘zwak’ werden betiteld. Ze stapt over naar het eerste jaar van cultuurwetenschappen aan de universiteit. „Ik hoop dat ze op Inholland hun probleem oplossen, maar dit is het beste voor mij”, zegt ze. De universiteit is het einde van haar lange mars door wrakke instituten. Die begon bij het vmbo, waar haar ouders haar heen stuurden. Het mbo volgde. Het hbo hoort nu ook in het probleemrijtje. De klas telt te veel onderlinge verschillen. Studenten die van mbo, havo en vwo afkomstig zijn, zitten bij elkaar. De studenten trekken zich niet op aan de besten. Het laagste niveau overheerst, stelt Egelman vast. Om die reden willen maar weinig vwo’ers onderwijzer worden.

En, voegde onderwijscoördinator Ad van Hout eraan toe, „bij de universiteit hebben ze geen competentiegericht onderwijs opgelegd, zoals bij het hbo”. De universitaire docent is niet gedegradeerd tot assistent van een student die door middel van zelfevaluatie een portfolio met vaardigheden moet vullen.

Heb je meer kans op een baan na het hbo? Ja, zo lang het nog duurt. Het verschil met de universiteit wordt steeds kleiner. Een afgestudeerde in de bedrijfskunde, ook zo’n in universitaire toga vermomde hbo-opleiding, wist te vertellen dat haar hbo-vriendinnen meer moeite hadden om een baan te vinden dan zij. De conclusie uit het debat was geheel tegengesteld aan de bedoeling. Ga naar de universiteit en mijd het hbo, ook als je praktisch bent ingesteld.

Goede beroepsopleidingen, die zeker bestaan, kunnen zich losmaken uit de greep van dure raden van bestuur. De reputatie van gespecialiseerde topvakscholen kan alleen maar beter worden dan die van Inholland, Avans of Fontys – hybride namen, dodelijke merken.