Topman Smit eist autonomie haven

Hans Smits wil geen verlenging van zijn mandaat als president-directeur van de Rotterdamse haven, als er geen duidelijkheid komt over de autonomie en het beloningsbeleid van het Havenbedrijf.

„Eind volgend jaar loopt mijn contract af”, zegt Smits in een gesprek met deze krant. „Als de aandeelhouders dat wensen, dan wil ik graag blijven. Maar ik zal te vuur en te zwaard de marktgerichte en verzelfstandigde positie van de havenonderneming verdedigen.”

Hij reageert daarmee op een motie in februari van de Rotterdamse gemeenteraad, die erop neer komt dat het Havenbedrijf niet als een marktgericht bedrijf te kwalificeren is, maar als een publieke dienst met enige marktwerking.

Daarbij horen volgens de raadsleden lagere salarissen voor de haventop, net zoals dit ook het geval is bij andere publieke diensten. „Ik vind dat een levensgevaarlijke ontwikkeling”, aldus Smits. „Het is buitengewoon onverstandig om de positie van het Havenbedrijf terug te draaien tot een publieke dienst, als gevolg van een discussie over salarissen.”

Vanmiddag presenteerde het havenbestuur zijn Havenvisie 2030, een strategisch plan voor de komende twee decennia. Daarin pleit het havenbestuur voor meer urgentie en daadkracht van de overheid om de concurrentiepositie van de haven veilig te stellen. In 2004 werd het Havenbedrijf verzelfstandigd. Smits: „De opdracht was toen om een slagvaardige, zakelijke en markgerichte havenonderneming te worden. Daar hoort een marktconform beloningsbeleid bij.”

De klok terugzetten noemt de 60-jarige oud-topambtenaar Smits, die het Havenbedrijf al zes jaar leidt, onaanvaardbaar. „In dat geval moet de gemeente maar op zoek gaan naar bestuurstalent in eigen kring en een aantal topambtenaren aanstellen om het bedrijf te besturen.”

De woordvoerder van wethouder Jantine Kriens (Financiën, PvdA), die de deelnemingen van de gemeente Rotterdam volgt, weigert te reageren op de uitspraken. Hij bevestigt wel dat het de bedoeling is om het Havenbedrijf voortaan in te delen in de categorie ‘publiek-markt’ (en niet meer ‘markt-publiek’).

Wat goed is voor Rotterdam is goed voor Nederland: pagina 28-29