Smeren en fêteren is nu gemeengoed

Corruptie en fraude zijn de laatste drie jaar toegenomen.

Eenderde van de managers in Nederland zegt dat ‘smeren en fêteren’ nu mag om orders binnen te halen.

Het omkoopschandaal bij Philips in Polen of de belastingontduiking in de Nederlandse vastgoedsector staan niet op zichzelf. Het internationale bedrijfsleven is corruptiegevoelig. De financiële crisis van de afgelopen drie jaar heeft de cultuur van smeren en fêteren of regelrecht omkopen om opdrachten binnen te halen, verstevigd. Dat blijkt uit de European fraud survey 2011, opgesteld door onderzoekers van Ernst & Young.

Voor dat onderzoek werden 2.300 werknemers van grote ondernemingen in 25 landen ondervraagd. Van hen noemt 20 procent het betalen van steekpenningen ‘aanvaardbaar’. Ruim een kwart van de Nederlandse werknemers zei te geloven dat omkoping in Nederland voorkomt; 7 procent van hen heeft aanwijzingen dat dit ook in de eigen bedrijfssector gebeurt.

Dat is lager dan het Europese gemiddelde: 28 procent geeft aan dat omkoping in de eigen sector gemeengoed is. Uitschieters zijn Griekenland (44 procent) en Rusland (39 procent). Eenderde van de ondervraagde Nederlandse managers gaf aan dat ‘smeren en fêteren’ geoorloofd is om orders binnen te halen.

Anticorruptiebeleid is, mede als gevolg van de financiële crisis, in het internationale bedrijfsleven geen prioriteit meer. De aandacht gaat naar kostenbesparing, ook in Nederland, waar 61 procent van de ondervraagden ervan uitgaat dat een toenemend aantal bedrijven het komende jaar in financiële problemen zal komen. Integriteitsbeleid heeft als gevolg daarvan nauwelijks prioriteit.

Terwijl 17 procent van de Europese ondervraagde werknemers zei een integriteitstraining te hebben gevolgd, blijft dat percentage bij de Nederlandse ondervraagden steken op 9 procent. Daarbij is het opvallend dat 49 procent van de ondervraagde Nederlandse managers ervan uitgaat dat hun personeel integriteitstrainingen heeft gevolgd, terwijl slechts 9 procent van de ondervraagde werknemers bij diezelfde bedrijven dat bevestigt.

„Blijkbaar wordt er van bovenaf wel beleid uitgezet, maar is de werkvloer zich daar niet van bewust”, aldus Angelique Keijsers van Ernst & Young Fraud Investigation and Dispute Services. Het onderzoek geeft volgens haar aan dat ook in het Nederlandse bedrijfsleven onethisch gedrag toeneemt. Keijsers: „In de praktijk kan dat negatieve consequenties hebben. Want ook Nederlandse bedrijven krijgen in toenemende mate te maken met aangescherpte wet- en regelgeving. Zoals in Groot-Brittannië, waar nog dit jaar de UK Bribery Act in werking treedt. Nederlandse multinationals die daar zaken doen, moeten aantonen dat ze adequate interne procedures hebben om corruptie- of omkopingspraktijken te voorkomen. Bedrijven die daar niet aan voldoen, lopen het risico van boetes. Of, in het uiterste geval, zelfs gevangenisstraffen tot een maximum van tien jaar.”

Tien procent van de Nederlandse ondervraagden heeft de afgelopen twee jaar te maken gehad met ernstige fraudepraktijken. Dat is minder dan in bijvoorbeeld Griekenland (20 procent) of Portugal (21 procent). Nederland loopt met dat percentage in de pas met landen als Italië (11 procent), Oostenrijk (10 procent) of Zweden (10 procent).

Tegelijkertijd is er groeiende onvrede over het functioneren van toezichthouders die namens de overheid corruptiepraktijken moeten voorkomen of bestrijden. 37 procent van de Nederlandse ondervraagden vindt dat de toezichthouders tekortschieten in daadwerkelijke vervolging.

In landen als Ierland (51 procent), Griekenland (36 procent) of Kroatië (44 procent) is dat percentage beduidend hoger. Eenderde van de Nederlandse ondervraagden gaat ervan uit dat omkoping en corruptie zo wijdverspreid zijn dat ze nauwelijks meer te bestrijden zijn. Dat Nederlandse percentage wijkt af van het Europese gemiddelde: meer dan de helft van de ondervraagden beantwoordde die vraag bevestigend.

Werknemers verwachten weinig van hun eigen management. Een kwart van de ondervraagden heeft geen enkel vertrouwen in het ethisch gedrag van hun leiding. Eenderde van de ondervraagden heeft het meegemaakt dat dubieuze collega’s hun gedrag juist beloond zagen en promotie maakten.

Hoewel de werknemers ervan uitgaan dat omkoping en corruptie diep geworteld zijn in de bedrijfscultuur, zegt 45 procent niet bij een bedrijf te willen werken dat bij dergelijke schandalen betrokken is. Eenderde wil in ieder geval garanties hebben dat de bedrijfstop stappen heeft ondernomen om zulke praktijken uit te bannen. Tweederde van de ondervraagden is ervan overtuigd dat bedrijven commercieel voordeel kunnen boeken met een stevige interne integriteitscode. Ze vinden die bedrijven ook aantrekkelijker om voor te werken.