Google Earth drie eeuwen terug

Het updaten van de elfdelige Atlas Maior (1662). Dat was de verdienste van de Amsterdamse advocaat Laurens van der Hem. Dit jaar verschijnt een facsimile. Lees nu al hoe die eruit zal zien.

Koen van der Horst (red.): The Atlas Blaeu-van der Hem of the Austrian Library. History of the Atlas and the Making of the Facsimile. Hes & De Graaf Publishers, 244 blz. € 318,-

Het is steeds moeilijker voor te stellen: een wereldkaart als work in progress. Via Google Earth kunnen we in luttele seconden door de luchtlagen heen waar ook ter wereld in willekeurig welk gehucht plonzen om daar de geografische toestand waar te nemen. Stratenplan, rivieren, bergwerk. Helemaal up to date is het nog niet. Als ik aarde-google naar mijn Franse huis zie ik mijn auto voor de deur, terwijl ik weet dat deze keurig in onze Amsterdamse straat wacht op een volgende tocht richting buitenwoning. Dat ik dit voorjaar een fruitboom deed sneuvelen laat de satellietopname wel weer zien.

Wie zich dan buigt over de 17de-eeuwse geschiedenis van de Blaeu-Van der Hem Atlas moet dus even schakelen. De wereldkaart zat nog vol witte plekken. Als men niet zelf huis en haard verliet, was men afhankelijk van anderen die dit wel deden. We stellen ons een fanatieke aardrijkskundeman uit de Gouden Eeuw voor, die op de kade uitkijkt naar een terugkerende Indiëvaarder. De rijke Amsterdamse katholieke advocaat Laurens van der Hem (1621-1678) was zo’n fanaat. Dat hij Amsterdammer was hielp daarbij. Deze stad was the place to be voor een verzamelaar van zijn slag. Wereldhandelscentrum van die dagen, Amsterdam, gonsde van de kaartenmakers, met als onbetwiste kampioen Johan Blaeu, samensteller van de elfdelige Atlas Maior (1662). Een reusachtig werk, 600 kaarten, 3.000 tekstpagina’s. De slimme handelsman Blaeu bood ook losse pagina’s te koop. Voor aan de muur, ingekleurd door een artiest naar keuze.

Natuurlijk schafte Van der Hem een Blaeu-atlas aan, ongetwijfeld met het fraaie opbergmeubel dat Blaeu óók leverde. Helaas had een verzamelobject als dit de neiging langzaam af te sterven. Updaten was geboden. En dat deed Van der Hem. We zagen hem al aan de kade staan, hongerig naar nieuwe schetsen van uitheemse havensteden, tekeningen, aquarellen, kopergravures, geschreven materiaal over eerder onbetreden binnenlanden.

Hij bouwde de Blaeu-atlas in zestien jaar uit tot een 50-delige, geografische schatkamer. Een uniek verzamelmeesterwerk, een visuele encyclopedie, ongeëvenaard in omvang en kunstzinnige kwaliteit. Persoonlijk van aard: katholieke landen mogen zich in zijn warmste belangstelling verheugen. Van der Hem was dus geen wetenschapper, maar een echte ‘liefhebber’. Dat zijn project noodgedwongen onvoltooid zou blijven maakt het extra sympathiek. Jammer dat de dood hem voor zijn 60ste al kwam halen.

De Blaeu-Van der Hem Atlas wist in 2003 het UNESCO Memory of the World Register te halen. Hij bestaat dus nog, dankzij prins Eugenius van Savoye (1663-1736) die hem op in 1730 op de veiling kocht toen de Van der Hem-familie er afstand van deed. Hij nam de atlas mee naar Wenen, waar hij terechtkwam in de Keizerlijke Hofbibliotheek, tegenwoordig de Österreichische Nationalbibliothek. Dat hij daar ongestoord in de kluis kan blijven liggen is te danken aan de dit jaar te voltooien facsimile-editie.

Ter begeleiding van deze feestelijke gebeurtenis werd de site www.blaeuvanderhem.com ingericht, waarop een groot aantal illustraties te zien is. En er verscheen een bijzonder rijk geïllustreerd boekwerk, getiteld The Atlas Blaeu-van der Hem of the Austrian Library. History of the Atlas and the Making of the Facsimile. Een aantal specialisten droeg bijzonder gedetailleerde artikelen bij aan dit buitensporig kostbare boek. Zo vinden we in de bijdrage van Roelof van Gelder een mooi voorbeeld van hoe de Blaeu-Van der Hem Atlas tot stand kwam. In 1661 was Michiel de Ruyter erop uitgestuurd om de Barbarijse zeerovers te ‘pacificeren’. Aan boord was een embedded kunstenaar Reinier Nooms, die steden (Algiers, Tunis, Tripoli) en kustgezichten vastlegde, veel krijgsverrichtingen ook, tot en met een fictieve, heroïeke zeeslag waarbij een piratenbodem in de grond werd geboord.

We vinden de werken van Nooms terug in de Van der Hem-verzameling, waarin ook elders De Ruyter hoog op het schild wordt geheven. Opmerkelijk is dat Van der Hem aan Blaeus beschrijving van Italië en Rome in het bijzonder niets heeft toegevoegd – en dat voor een lid van de Moederkerk. Van Gelder constateert dat Van der Hems collectie een uitpuilende Rome-afdeling bezat (prenten, tekeningen, teksten) en suggereert de mogelijkheid dat een afzonderlijke ‘Atlas van Rome’ op stapel stond. Interessant is wat Truusje Goedings in haar bijdrage schrijft over Van der Hems ambitie met zijn project. Het moest universeel worden, alles omvattend, ad immensum, in unum. Om dat te voltooien is zelfs een eeuwig leven niet voldoende.

Jammer dat Van der Hem niet tweehonderd jaar is geworden. Want als ik me voorstel dat hij naast mij achter mijn pc zit en ik hem met Google Earth laat neerdalen in een oord naar keuze – dan vrees ik dat hij op zou springen en zou roepen om een henneptouw. Dat de wereld zo prozaïsch is. Een kunstlievend geograaf als hij maakt zoiets liever niet meer mee.