Goldman Sachs is zichzelf niet meer

De Amerikaanse firma Goldman Sachs is haar glans kwijtgeraakt. Het concern had de reputatie de beste in zijn soort te zijn. Maar de laatste tijd gaat het allemaal wat minder. In feite dreigt Goldman nu een doorsneebank te worden.

Dat is niet voor het eerst. Goldman heeft tussen de schokken van het faillissement van Penn Central in 1970 en het staatsbankroet van Rusland in 1998 een hele zware tijd doorgemaakt. De firma heeft bewezen niet alleen weer overeind te kunnen krabbelen, maar ook te kunnen bloeien tegen de stroom in.

Vandaag de dag geven beleggers echter blijk van hun aarzeling, of zijn ze althans niet bereid de door Lloyd Blankfein geleide firma het voordeel van de twijfel te geven. De afgelopen tien jaar heeft de beurskoers van Goldman het beter gedaan dan die van de grootste Amerikaanse banken, inclusief JP Morgan en Morgan Stanley. Maar dit jaar is de koers met 16 procent gedaald en achtergebleven bij die van de concurrentie.

Eén van de redenen is de strijd die Goldman heeft moeten voeren om uit de krantenkoppen te verdwijnen en zijn naam in Washington te zuiveren, zelfs na de schikking van 550 miljoen dollar die vorig jaar werd getroffen met de Amerikaanse beurswaakhond SEC. Het is nog steeds mogelijk dat het Amerikaanse ministerie van Justitie de bank of een paar van haar werknemers zal vervolgen. Daarom hebben analisten onlangs hun waardering van Goldman neerwaarts bijgesteld.

Ook de divisie voor adviezen bij fusies en overnames van Goldman heeft teleurstellende prestaties geleverd. Volgens Thomson Reuters staat de firma bijna halverwege het jaar niet bovenaan, maar pas op de zesde plaats op de ranglijst van Amerikaanse fusieadviseurs. Dit kan een verklaring zijn voor de personeelswisselingen van begin deze week, waarbij de in Londen gevestigde Richard Gnodde is gepromoveerd tot mede-directeur van de zakenbank.

De firma is ook niet meer zo zeker van zichzelf. Topfunctionarissen hebben vorige week tegen zakenbank Barclays Capital gezegd dat de onzekerheid over financiële hervormingen betekent dat de langetermijndoelstelling van een rendement op het aandelenkapitaal van bijna 20 procent misschien niet zal worden gehaald. De Europese concurrent Crédit Suisse heeft onlangs de eigen doelstelling omlaag gebracht van 18 procent naar 'ruim 15 procent.'

En hoewel Goldman nog steeds een premie geniet ten opzichte van zijn grootste concurrenten, wordt de firma verhandeld op slechts 1,1 maal de boekwaarde. Dat impliceert dat zij nauwelijks haar kapitaalkosten kan dekken. Vijf jaar geleden was het nog 2,6 maal de boekwaarde, bijna het dubbele van het meervoud van JP Morgan. Het voordeel is geslonken naar nauwelijks 10 procent. Goldman en zijn pleitbezorgers kunnen betogen dat de pessimisten het glas half leeg zien. Maar om echt weer te kunnen stralen moet het glas van Goldman méér dan half vol zijn.

Jeffrey Goldfarb

Vertaling Menno Grootveld