Schrijer verlaat zijn geliefde

Dominic Schrijer had geen andere keuze dan als wethouder van Rotterdam op te stappen nadat duidelijk was geworden dat hij de steun van zowel zijn medebestuurders in het college van B en W als van zijn partijgenoten in de gemeenteraad, de PvdA-fractie, had verloren.

Het besluit dat hij gisteren bekendmaakte, in een betoog dat hij afsloot met de woorden „Rotterdam, ik hou van jou”, was dus logisch. Iets anders is of hij zijn geliefde stad daarmee ook een dienst heeft bewezen.

De Rotterdamse kiezers hebben de PvdA bij de gemeenteraadsverkiezingen vorig jaar de grootste partij gemaakt, zij het nipt. De PvdA besloot haar lijsttrekker Schrijer opnieuw tot wethouder te laten benoemen. Veertien maanden na die verkiezingen doet zich het unicum voor dat de Rotterdamse PvdA een eigen wethouder wegstuurt.

Dat duidt er al op dat Schrijers vertrek niet primair als een protestactie tegen het kabinetsbeleid moet worden gezien, maar vooral het gevolg is van interne twisten in zijn partij. Ten grondslag daaraan ligt een flinke financiële tegenvaller die is veroorzaakt doordat hij als wethouder een te optimistische raming van het aantal uitkeringsgerechtigden in de gemeentebegroting had opgenomen. Dat kwam hem vorige maand op een motie van treurnis van de oppositie in de raad te staan, die het niet haalde omdat de coalitie van PvdA, VVD, D66 en CDA Schrijer toen bleef steunen. Daarmee was het financiële probleem echter niet verdwenen. De interne ruzie daarover in de PvdA, waarbij bittere onderlinge verwijten als ‘asociaal’ niet werden geschuwd, heeft Schrijer nu de kop gekost.

Bij het gat dat de gemeente al in haar eigen begroting had ontdekt, komen de bezuinigingen die ze door het kabinet krijgt opgelegd. Die zijn voor onder andere Rotterdam reden om niet in te stemmen met het bestuursakkoord tussen kabinet, gemeenten, provincies en waterschappen. Bezuinigingen die nochtans onontkoombaar lijken en die wethouders van bijvoorbeeld de PvdA voor het dilemma plaatsen of zij beleid moeten uitvoeren van een kabinet dat zij vijandig gezind zijn.

Die partij heeft daar geen eenduidig antwoord op. PvdA-fractieleider Richard Moti in de Rotterdamse gemeenteraad meent ook nu dat „de immense bezuinigingsopgave op een sociaal rechtvaardige manier ingevuld kan en zal worden”. Schrijer dacht daar anders over. Maar in de bestuurlijke verhoudingen in Nederland is een kabinetsbeleid voor gemeenten eerder een gegeven dan een discussiestuk. Onder die omstandigheden zit er voor wethouders weinig anders op dan dat ze, al dan niet luid protesterend, proberen er het beste van te maken. In het belang van de inwoners van hun gemeente.