PvdA mag nu wel vragen: wat hebben ze tegen ons?

In Flevoland wordt vandaag het college van Gedeputeerde Staten geïnstalleerd. Daarmee is in alle twaalf provincies de vorming van het dagelijks bestuur afgerond. Al staat in Overijssel nog een vacature open, omdat daar een VVD-kandidaat zich terugtrok nadat gebleken was dat hij van zichzelf een te rooskleurig beeld op zijn cv had geschetst.

De politieke samenstelling van de provinciale colleges kent enkele opmerkelijke noviteiten. Bijvoorbeeld in Friesland, waar de FNP, de Fryske Nasjonale Partij, voor het eerst in haar bijna vijftigjarig bestaan een gedeputeerde levert in het kolleezje fan Deputearre Steaten. En in Limburg waar, ook voor het eerst, maar dan in de nog zeer prille geschiedenis, de PVV meeregeert. Limburg, waar zij dit jaar de grootste partij werd bij de Provinciale Statenverkiezingen van 2 maart, is daarmee wel de enige provincie met (twee) PVV-gedeputeerden.

Tot de debuterende partijen in de provinciale besturen behoort ook de SP, een partij die op lokaal niveau al langer met wethouders is vertegenwoordigd. Het zat er in de provincies dus aan te komen, nu de SP een gevestigde partij blijkt te zijn geworden. In de grootste provincie van Nederland, Zuid-Holland, en in Noord-Brabant neemt de SP bestuursverantwoordelijkheid op zich. En in beide gevallen is dat pijnlijk voor de PvdA. Want in beide provincies treedt de SP niet tot een college met haar ogenschijnlijke bondgenoot toe, maar tot een bestuur waarin VVD en CDA zitting hebben genomen en er de meerderheid in vormen.

Kennelijk hadden zij in de vertegenwoordigers van de 65 jaar oude en ervaren bestuurspartij PvdA minder vertrouwen dan in de socialisten van de SP. In de provincie Utrecht sloten GroenLinks, D66, VVD en CDA een verbond, blijkbaar prefereerden ook zij elkaar boven de PvdA.

Dit moet het kader van deze partij zorgen baren, temeer daar de PvdA, in kiezersaanhang de tweede partij van het land, zelfs in vijf provincies niet in de nieuwe colleges van Gedeputeerde Staten is vertegenwoordigd. Dat is een breuk met een traditie van vele jaren. Het kleinere CDA, de grote verliezer bij de provinciale verkiezingen, is daarentegen in tien provincies tot het bestuur doorgedrongen. De VVD, de grootste partij, bleef alleen in Friesland buiten het bestuur.

Wat hebben ze toch tegen ons? Dat is een vraag die de PvdA zichzelf mag stellen. De traditionele bestuurderspartij van ‘links’ is haar positie die bijna vanzelfsprekend leek, kwijtgeraakt. Dat gebeurde vorig jaar ook in een aantal gemeenten bij de vorming van de colleges van B en W. Partners van ‘midden’ en ‘rechts’ geven soms de voorkeur aan andere min of meer linkse partijen. Het is goed mogelijk dat dit te maken heeft met een zekere bestuursstijl en een niet vlekkeloze reputatie van PvdA’ers hierbij. Dat mag deze partij te denken geven.