'Met mijn methode kun je niet verliezen'

Groninger Ruurt Hazewinkel is een van de nestoren van de Nederlandse beleggings- wereld. De oprichter van Optimix is op zijn 80ste nog steeds actief op de beurs.

Hazewinkel: "Mijn vrouw wordt af en toe gek van me." Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 17-05-2011 Ruurt Hazewinkel, ondernemer PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS
Hazewinkel: "Mijn vrouw wordt af en toe gek van me." Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 17-05-2011 Ruurt Hazewinkel, ondernemer PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2010

Ruurt Hazewinkel kan er geen genoeg van krijgen. Tachtig jaar oud nu en al twintig jaar met pensioen bij de door hem opgerichte vermogensbeheerder Optimix. Maar nog altijd begint hij zijn dag zoals hij die in de vroege jaren zestig als effectenanalist bij de Nederlandsche Handel-Maatschappij begon: met een virtueel rondje langs de beurzen.

Destijds waren het de financiële ochtendkranten en de telex die hem de laatste koersinformatie gaven. Tegenwoordig logt hij ’s ochtends in op stockcharts.com, de beste koersenwebsite die hij kent. Wat deed de Dow? Hoe zijn de beurzen in Azië en Rusland geopend? Hoe hoog staat de dollar? Wat is de rente op de 30-jarige Amerikaanse staatslening? Hazewinkel scrollt met vaste hand op een groot computerscherm langs een grafiek of twintig. In een kwartiertje. „Rustig de dag beginnen, om te zien wat de algemene trend is.”

Naast de in zijn ogen belangrijkste „economische grootheden”, volgt Hazewinkel met speciale belangstelling ook een paar afzonderlijke aandelen: Google, Apple en zijn favoriet Suntech Power („De enige bouwer van rendabele zonnepanelen. Zullen we nog hard nodig hebben.”).

Los van zijn vaste ochtendritueel leest hij ook de rest van de dag zoveel mogelijk over het „prachtige vak” waar hij al ruim vijftig jaar zo bezeten van is: beleggen. Gek wordt hij er niet van. „Mijn vrouw wel af en toe”, geeft hij toe.

Nerveus wordt hij er evenmin van. Want hij vindt het geen obsessie, beleggen. En hij raakt al helemaal niet in paniek als de wereldwijde beurskoersen instorten, zoals in september 2008 na de val van Lehman Brothers of bij het klappen van de internetbubbel in 2000. In de vijftig jaar dat hij professioneel belegt, heeft Hazewinkel een methode ontwikkeld waarmee hij met een gerust hart slaapt.

Al in de jaren zestig stapte hij over van de fundamentele analyse van afzonderlijke beursfondsen – alles van een bepaald bedrijf willen weten om op basis daarvan een inschatting te kunnen maken van de toekomstige winstgevendheid – tot technische analyse van koersontwikkelingen – zeg maar: met een liniaal langs de index. Nu zijn er duizenden modellen om beleggingsbeslissingen op wiskundige gronden te nemen, die van Hazewinkel is gebaseerd op de MA200-indicator.

In zijn vandaag verschenen boek Turning Points, blikt Hazewinkel terug op zijn leven als belegger en laat hij met tientallen grafieken zien dat de MA200-methode in de afgelopen tachtig jaar heeft gewerkt.

‘MA’ staat voor ‘moving average’, ‘200’ voor het aantal handelsdagen. De methode gaat om het ‘voortschrijdend gemiddelde’ van de laatste tweehonderd handelsdagen. Rond elke koersgrafiek is aldus een bepaalde lijn te trekken die het gemiddelde aangeeft, de koerstrend. Daarmee is volgens Hazewinkel niet de volgende piek te voorspellen of het volgende dieptepunt, maar je kunt er wel uit afleiden vanaf wanneer de beurstrend omhoog of omlaag gaat. In zijn geval die van de Amsterdamse AEX-index of de S&P 500-index voor de belangrijkste Amerikaanse aandelen. „Ik zie niet wanneer een koers omhoog of omlaag schiet, ik kan wel zien waar het draaipunt van de trendlijn ligt.”

Zodra de trendlijn 5 procent afwijkt van de laatste piek of het laatste dal, ligt daar het zogeheten turning point. Dat is het moment dat een belegger weet dat hij aandelen moet kopen of verkopen. Hazewinkel neemt het signaal heel consequent heel serieus: in april 2001 en in mei 2008 verkocht hij al zijn aandelen. Met resultaat, want telkens erna bleven de beurzen nog maanden dalen tot een nieuw voorlopig dieptepunt. Hazewinkel stapte vervolgens pas weer in aandelen als het volgende draaipunt was bereikt: het moment waarop de trend naar boven wordt ingezet. In oktober 2009 gaf hij zijn laatste kooporders aan zijn broker.

Met deze strategie hoeft hij niet als neurotische belegger elke dag te beslissen of hij een bepaald aandeel wel of niet koopt en zo ja, in welke hoeveelheid. In wezen doet hij weinig anders dan zijn geld wegzetten in aandelen, in staatsobligaties of op de bank. En tussendoor steeds rustig nagaan wanneer het volgende ‘turning point’ nadert. Dat moet de reden zijn dat hij niet nerveus zegt te worden van zijn vak annex hobby. „Maar het meest rustgevende van mijn methode is dat je er eigenlijk niet op kunt verliezen.”

Sinds hij in 1991 terugtrad uit de directie van Optimix bemoeide Hazewinkel zich naar eigen zeggen niet inhoudelijk met het beleggingsbeleid. Hij wilde zijn opvolgers niet voor de voeten lopen. Maar voor iemand die nog dagelijks het koersenbord in de gaten houdt en nadrukkelijke opvattingen over beleggingstheorieën heeft, moet dat wel eens knagen. Jawel, beaamt hij, „maar ik heb slechts eenmaal heb de telefoon gepakt”.

Dat was tegen het einde van de internetbubbel in 2000. „Ik riep op een gegeven moment dat er in mijn grafieken een draaipunt aan zat te komen. Eentje die de opgaande lijn zou keren en dus een verkoopmoment zou markeren. Maar mijn opvolger was een echte haussier die heilig geloofde dat aandelen altijd in waarde zouden stijgen. Ik ben helemaal uit aandelen gestapt, Optimix niet, of in elk geval te laat. Jammer, dacht ik toen, want ze hadden er eeuwige roem mee kunnen vergaren.”