Honger door droogte en Arabische onrust

Mijn terreinwagen puilt uit van suiker, maïsmeel, pruimtabak en waspoeder. Iedere keer op weg van Nairobi naar mijn Samburuvrienden in de bush van Noord-Kenia, zit mijn auto vol met levensmiddelen, maar nooit zo vol als nu. Dit keer moeten ook pakken melk en vaten kookvet mee, terwijl Samburu’s leven met en van hun vee – ze zwemmen doorgaans in melk. Door de snel opeenvolgende droogtes hebben de nomaden nu zelfs een tekort aan basisvoedsel op de savannes.

„De armen kunnen niet meer tegen de crisis op”, zegt mijn reisgenoot Robert Ochola, journalist van Ghetto Radio. Hij werkt en woont in die delen van Nairobi waar 60 procent van de bevolking leeft: armen die één euro per dag hebben. „Ze kunnen geen buskaartjes meer betalen. Iedere dag staan ze voor de keuze: wordt het vandaag ontbijt, lunch of avondeten. Meer dan één maaltijd kunnen we ons niet veroorloven.”

Droogte en hoge olieprijzen door de opstanden in de Arabische wereld leiden tot een ramp voor miljoenen Afrikanen, in zowel de steden als daarbuiten. Voedselprijzen stijgen dramatisch, officieel bedraagt de inflatie in Kenia 10 procent, de armen klagen over een stijging van de levenskosten met een derde.

De president en premier hebben een communiqué uitgevaardigd waarin ze het minimumloon verhoogden van 60 naar 70 euro per maand. De vakbonden hadden om 60 procent loonsverhoging gevraagd en beloven nu massaprotesten tegen „de onhoudbare sociale situatie”.

Verstoringen in de wereldeconomie en het weer stellen de Kenianen op de proef. Hoewel de Afrikaanse economieën sinds enkele jaren spectaculair groeien, blijven ze uiterst kwetsbaar voor schommelingen. Een correspondent vraagt zich af of hij moet blijven schrijven over deze voorspelbare rampen. Kan hij de aandacht van de lezer trekken door de groeiende sociale onvrede in Afrika in de context te plaatsen van de opstanden in het Midden Oosten, door te speculeren over de mogelijkheid van dergelijke revoltes in zwart Afrika? Zo kregen de kleinschalige voedselprotesten in buurland Oeganda de afgelopen weken veel media-aandacht.

Bij de Samburu’s horen we dat nomaden vechten om gras en voedsel. Bij een aanval van de ene stam op een andere groep vielen onlangs ruim twintig doden. Op een lagere school volgen doorgaans 50 leerlingen les, nu nog vijftien. Alle families zijn op zoek naar weidegronden. De achtergebleven oudjes delen gezamenlijk de melk van één kameel.

Ze maken thee met melk voor ons. Die hartelijkheid betekent dat ze zelf vandaag niet zullen eten, want meer dan thee met melk is er niet. Samburu’s klagen niet, met humor vertellen ze over slechte tijden. De oude Busuké is blind, de hele dag zit ze in haar iglowoning van modder en koeienstront. Samburu’s kennen geen huisdeuren. Hongerige apen misbruiken die gastvrijheid. Onlangs stak Busuké haar hand uit voor een onverwachte bezoeker. „Ik voelde een harige hand”, zegt ze. Er ligt nu een knuppel naast haar.

Robert Ochala schaterlacht met de Samburu’s over de moordende concurrentie tussen mens en dier. „Toch hebben de armen in de bush het beter dan die in de sloppenwijken”, zegt hij. Stedelingen zijn kwetsbaarder voor een crisis. „De Samburu’s hebben hun vee en hun waardigheid nog, wij in de sloppen hebben al lang geleden vrijwel alles verloren.”

Koert Lindijer

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

Door een technische fout is een deel van de rubrieken Honger door droogte en Arabische onrust (18 mei, pagina 3) en Claus, Bernlef, Wilmink en Bloem in het Frans (18 mei, pagina 12) niet afgedrukt. Beide artikelen zijn in hun geheel te lezen op nrc.nl/herdruk.