Met de Hulk op het strand

Onze tijd vraagt om Het Ultra Leuke Korte Essay, ofwel de HULK.

Dit nieuwe genre is misschien wel de redding van het klassieke essay.

Onlangs las ik enkele zogeheten ZKV’s van A.L. Snijders. ZKV verwijst naar het ‘zeer korte verhaal’, een genre waarvoor Snijders onlangs nog de Constantijn Huygensprijs won. Ik stel mij zo voor dat dit zeer korte verhaal vooral goed gedijt in tijden van snelle communicatie, waar men literatuur het liefst als tussendoortje verorbert.

Wordt het dan ook niet tijd voor het ZKE: het zeer korte essay?

Nu is ‘kort’ een relatief begrip. Voor wie gewend is een Boekenweekessay van zeventig pagina’s te lezen, is drie pagina’s al een kort essay, voor wie doorwrochte krantenstukken als essays beschouwt is twee zinnen kort. Ik denk dus dat ‘ultrakort’ beter is. Graag zou ik dus de HULK introduceren: Het Ultra Leuke Korte essay. De Hulk is natuurlijk ook een groen televisiemonster uit de jaren tachtig, een boze groene man tussen de dertig en de vijftig die zomaar ineens kan opzwellen en het recht in eigen handen neemt als politie en justitie achterblijven. In deze tijd zou de Hulk roze zijn, denk ik, en een grote roze microfoon vasthouden.

Ultrakorte verhalen worden vaak ‘hintfiction’ genoemd, naar een idee van Robert Swarthood, een Amerikaanse korteverhalenschrijver. Hintfiction is een verhaal van vijfentwintig woorden of minder. Een beroemd voorbeeld komt van Ernest Hemingway. ‘Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen.’ Kenmerkend voor hintfiction is dat er iets wordt gesuggereerd, en dat de verbeelding met u aan de haal gaat. Precies dat moet bij een HULK ook gebeuren, maar behalve dat gaat het ook om denkkracht en persoonlijke mening.

Het beste voorbeeld van een HULK-schrijver is denk ik Arnon Grunberg. Zijn Voetnoot in de Volkskrant combineert suggestie met denkkracht en een persoonlijke visie in een zeer korte tekst. Bijvoorbeeld in een korte Voetnoot over Het Hofnarretje gaat dat zo: ‘Wij storten ons allemaal op Robert M. omdat we dan niet over het kwaad in onszelf hoeven na te denken.’ Net als het essay, wat een persoonlijke denkoefening is, begint zijn voetnoot vaak persoonlijk, vanuit het ik. Het gaat dan soepel over op een algemene zin met universele pretentie om vervolgens de lezer te laten nadenken over een tegenintuïtief standpunt.

Wonderlijk eigenlijk, dat Grunberg op dit moment de enige is. Ik denk namelijk dat de HULK een uitkomst is in deze tijd. Het beantwoordt precies aan het verlangen van de mens. Iedere avond kunnen er maar vier mensen bij Pauw & Witteman aan de nationale borreltafel zitten, terwijl veel meer mensen een intelligente mening hebben. Je zwelt en zwelt en zwelt totdat je het niet meer kan houden, en dan gooi je het eruit in een tweet van 144 tekens. Met de HULK-app kunnen wij ultrakorte essays maken waarin wij de mening kort onderbouwen en voorzien van een persoonlijke touch.

Het voordeel van de HULK is dat deze, net als het ZKV, gemakkelijk uit kan groeien tot poëzie. Je hoeft hem alleen maar voor te lezen met de stem van Nico Dijkshoorn, als een monotone mitrailleur met een paar veelbetekenende stiltes en met pretoogjes.

En dan nu het allerbeste nieuws: Het Ultrakorte Leuke Essay zal natuurlijk weerstand oproepen, zoals men zich ook afvraagt of Twitter, Facebook en WikiLeaks de retorica van de mens nu verscherpen of dat de mens juist dommer en horizontaler wordt doordat die zich nog maar zo beknopt kan uitdrukken en altijd gauw door wil naar het volgende item.

Het gevaar bestaat natuurlijk dat de ‘L’ van HULK niet staat voor ‘leuk’, maar eigenlijk staat voor ‘lui’. Bij de Hulk hoef je namelijk geen enkele gedachte goed te onderbouwen – daarvoor is er te weinig ruimte en tijd – maar kan je volstaan met de suggestie. Dan heb je het hint-essay.

De HULK kan overigens ook de redding van het klassieke essay betekenen, zoals Facebook ons via het ontvrienden weer tot ware vriendschap brengt. Ik las op de Facebookpagina van Bas Heijne bijvoorbeeld dat zijn essay over de jachtlust van Sarah Palin, dat maar liefst 5.000 woorden telde, in zijn geheel in de krant werd afgedrukt. Niks voetnootformaat. Omdat het op de website van de krant in een week maar liefst 110.000 keer werd aangeklikt, besloot hij een boek te maken met als titel Moeten wij van elkaar houden?.

Inmiddels heb ik zijn essay zelf gelezen en het gaat over de Hulk-mens: de boze mens. Het begint, zoals vaker essays beginnen trouwens, met een prachtige persoonlijke anekdote. Bas Heijne vertelt over een 8mm-filmpje over het strand. Een nostalgisch filmpje. Hij rent met zijn zusje over het strand. Je wordt er meteen ingezogen. Maar al gauw liggen we niet langer op het strand en gaat het ineens over de echte zaak waarover hij het gaat hebben: Wilders, populisme.

Het is een vlijmscherpe en verhelderende analyse, maar toch vond ik het jammer. Het persoonlijke is nu louter instrumenteel. Het moet mij opwarmen om de hoofdmaaltijd te willen nuttigen. Ik zou wat langer horizontaal op het strand willen blijven liggen, met Bas Heijne.

Naast een dichter en een denker des vaderlands ben ik dus ook een voorstander van een HULK Des Vaderlands. Ik stel voor dat Bas Heijne als eerste de penvoerder wordt van deze titel. Zijn antwoord op de vraag ‘moeten wij van elkaar houden’ luidt namelijk: nee, en dat is een paradoxale verworvenheid van individualisme. Dat we allemaal HULK mogen zijn. Het essay is dood, lang leve de HULK!