Je moet kunnen staan voor je beleid, vind ik

PvdA’er Dominic Schrijer vindt de bezuinigingen in zijn stad ‘onacceptabel’. „Die lopen in het zwartste scenario op tot 200 miljoen euro”, zegt de opgestapte wethouder.

17-05-2011, Rotterdam. Schrijer tijdens de persconferentie na zijn aftreden als wethouder. Foto Bas Czerwinski
17-05-2011, Rotterdam. Schrijer tijdens de persconferentie na zijn aftreden als wethouder. Foto Bas Czerwinski

Dominic Schrijer (44) stopt als PvdA-wethouder werk en sociale zaken in Rotterdam. Dat maakte hij vanmorgen tijdens een persconferentie in het stadhuis bekend. De voorgenomen bezuinigingen op het armoedebeleid van de stad, treffen de minima in Rotterdam te zeer. Daar wil hij geen verantwoordelijkheid voor nemen.

De PvdA-fractie zegde gisteren al het vertrouwen in hem op. Ze vinden het onacceptabel dat Schrijer via de media zijn ongenoegen over de bezuinigingen uitte. Gisteren en vandaag zou het college (PvdA, D66, VVD en CDA) overleggen over de invulling van de bezuinigingen. Zowel het college als de PvdA-fractie zou verder willen gaan dan Schrijer, die stelde dat 100 miljoen euro bezuinigen maximaal is.

Elke stad moet bezuinigen, Rotterdam kan toch geen uitzondering zijn?

„Rotterdam is een stad met relatief veel kwetsbare inwoners: 34.000 Rotterdammers krijgen een bijstandsuitkering. Dat is twee keer zoveel als in de rest van Nederland. Door de economische recessie loopt dat aantal alleen maar op. Deze mensen zitten op een minimum, heel veel kan je er niet weghalen. Volgend jaar wordt ook de bijzondere bijstand gekort. Dus is er veel minder geld voor toeslagen voor mensen die op een sociaal minimum leven.”

Waar hebben we het dan over?

„Dan hebben we het over muziek- en sportlessen voor kinderen van ouders die dat niet kunnen betalen. Dan gaat het om geld voor schoolboeken. Maar er zal ook op medische vergoedingen gekort worden.

„En dan het budget voor reïntegratie. Dat gaat van 185 miljoen in 2011 naar 65 miljoen in 2014. Van dat geld proberen we met taal- en inburgeringscursussen, opleidingen en stages mensen uit de bijstand te krijgen. Ik vind dat ongelooflijk belangrijk. En ik vind ook dat alle mensen in de bijstand ten minste 20 uur per week zich nuttig moeten maken voor de stad. Speeltuinbeheerders, medewerkers van de reinigingsdienst, kantinemedewerkers bij sportparken zijn op die manier aan de slag. Als er geen geld meer is voor begeleiding en ondersteuning, zijn we deze mensen kwijt.

„Voor hen is de overstap naar betaald werk dan groter dan ooit. In Rotterdam werken 3.000 mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking op een beschutte werkplek. Vanaf 2012 moeten we miljoenen bezuinigen op de sociale werkvoorziening. Dan staan deze mensen op straat. Dat is niet acceptabel.”

Om hoeveel geld gaat het?

„De bezuinigingen lopen in het zwartste scenario op tot 200 miljoen euro, als je alles bij elkaar optelt. Dat is het pad waar Rotterdam op zit.”

Het college moest nog overleggen over de bezuinigingen. Waarom zegt u nu al dat u er niet mee kunt leven?

„Afgelopen weekend had mijn partij crisisoverleg in het partijkantoor. Tot twee maal toe zijn we bij elkaar gekomen. We bespraken onze strategie om de bezuinigingen op te vangen. Ik heb verteld hoe ik dat zag. Ik zag mogelijkheden om in 2011 en 2012 100 miljoen te besparen op mijn terrein. Dan ga je tot op het bot. Verder kon ik niet gaan.

„Zondagavond was mijn conclusie: ik krijg geen steun. Dat heb ik maandagochtend meteen tegen het college gezegd. Ik zei: we hebben een conflict binnen de partij.”

Uw partijgenoten voelden dat als een dolkstoot in de rug. Zij voelen zich nu weggezet als opportunisten.

„Ik had de boel niet op scherp gezet als ik in het weekend de steun van mijn eigen partij had gekregen. Ik loop lang genoeg mee in de politiek om een goede inschatting te maken. Er was geen overeenstemming. Als je dan gaat onderhandelen met de coalitie, hebben ze dat natuurlijk zo door: de wethouder staat alleen, hij heeft geen steun. Je komt in een enorme knoop terecht. Het is vragen om ongelukken, als je zo onderhandelingen in gaat.”

Onderhandelen is geven en nemen.

„Je gaat de politiek in met idealen. Ik wil dat iedereen een eerlijke kans heeft om iets van het leven te maken. En als er érgens in Nederland een plek is waar niet iedereen die eerlijke kans heeft, dan is het wel Rotterdam. Dus ik heb altijd gezegd: ik ga het maximale doen om te zorgen dat u ook vooruit kunt komen. Als je dat niet kunt waarmaken, dan houdt het op. Ik heb het gevoel dat mijn partijgenoten de coalitie kost wat kost in stand willen houden. Maar ik wil geen verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van deze bezuinigingen. Op het gebied van de sociale zekerheid hebben we een knoeperd van een probleem.”

U bent ook partijleider. Maar u heeft de partij niet in de hand?

„Dat moet ik constateren.”

Had u niet meer steun van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer verwacht?

„De PvdA zit in de oppositie. Dat geeft ze minder kracht. Maar ze zouden wel strategisch een stuk effectiever kunnen opereren. Samen met maatschappelijke organisaties zouden ze de consequenties duidelijk moeten maken van de sociale kaalslag. Want dat is het gevolg van de bezuinigingen van dit rechtse kabinet. Samen moeten ze zorgen dat het bestuursakkoord in de Hofvijver wordt gepleurd.”

Bent u teleurgesteld?

„Ik ben geen rancuneus of verbitterd politicus. Ik ben realist. Ik heb me dertien jaar ingezet voor Rotterdam. Een prachtige tijd. Maar je moet wel kunnen staan voor je beleid.”