Het Europa van Rutte bestaat uit business

Den Haag. Het Europa-gevoel of wat daarvoor moet doorgaan. Scherper kan het contrast niet zijn. De baas van Europa, voorzitter José Manuel Barroso van de Europese commissie, spreekt over de „Europese familie”. De baas van Nederland, premier Mark Rutte heeft het over „doing business”. Alsof de voorzitter van het VNO sprak, merkte één van de aanwezigen na afloop op.

Lastig, dwars, in zichzelf gekeerd. Het zijn tegenwoordig maar enkele van de kwalificaties die in het Brussel van de Europese Unie de ronde doen als het Nederland betreft.

Dat Brussel was gisteren even in Den Haag om in het bijzijn van koningin Beatrix het op zo’n honderd meter van het Binnenhof afgelegen Huis van Europa officieel te openen. Mét Nederlandse leden van het Europees Parlement; zonder leden van het Nederlandse parlement, die hadden geen uitnodiging ontvangen.

Voor de goede verstaander had Barroso een duidelijke boodschap. Nederland, grondlegger van de Europese Unie, had aan die samenwerking heel veel te danken. Om die positie te behouden moest Nederland, zoals het eigen verleden had geleerd, naar buiten blijven kijken. Want was Nederland niet altijd een open huis geweest voor vluchtelingen en kooplieden?

Bij Rutte geen warme woorden over het wezen van Europa. De economie diende te groeien. Iedereen hoorde zich aan de afspraken te houden. De begrotingsregels moesten nageleefd worden, de interne markt wachtte op voltooiing. Goed dat het Huis van Europa was geopend om zaken te kunnen doen.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Het Europa van Rutte bestaat uit business (17 mei, pagina 26) staat dat Tweede Kamerleden, in tegenstelling tot Europarlementariërs, niet waren uitgenodigd voor de opening van het Huis van Europa. De organisatoren melden dat de fractievoorzitters en voorzitters van relevante commissies wel een uitnodiging was gestuurd.