Fusie NYSE/Deutsche dichterbij

Nasdaq heeft zijn bod op NYSE Euronext ingetrokken en moet op zoek naar nieuwe partners. De weerstand tegen overnames door buitenlandse partijen groeit.

Handelaren werkzaam bij de New York Stock Exchange roken een sigaret buiten voor het zwaar beveiligde gebouw van de Stock Exchange. foto VINCENT MENTZEL . USA. New York City, 26 april 2011
Handelaren werkzaam bij de New York Stock Exchange roken een sigaret buiten voor het zwaar beveiligde gebouw van de Stock Exchange. foto VINCENT MENTZEL . USA. New York City, 26 april 2011 ©Vincent Mentzel 2011

Met de onverwachte aankondiging dat de Amerikaanse beursbedrijven Nasdaq en IntercontinentalExchange (ICE) hun vijandige overnamebod op NYSE Euronext intrekken, is de internationale consolidatiegolf onder effectenbeurzen, die eerder dit jaar is losgebrand, gisteren een nieuwe fase ingegaan. Mogelijk met nieuwe combinaties in het vooruitzicht.

Nasdaq en ICE lieten weten dat ze hun bod ter waarde van 11,3 miljard dollar (8 miljard euro) op NYSE Euronext opgeven wegens mededingingsbezwaren van de Amerikaanse overheid. Die vond dat een samenvoeging van de Amerikaanse beursbedrijven een monopolie op de effectenmarkt zou scheppen. Bijna alle beursnoteringen in de VS zouden zijn samengekomen in de nieuwe combinatie.

Dat oordeel maakt de weg vrij voor de transactie die Nasdaq wilde verhinderen: de voorgenomen fusie tussen NYSE Euronext, waartoe de effectenbeurs van Amsterdam behoort, en het Duitse beursbedrijf Deutsche Börse. Bij die trans-Atlantische megafusie ter waarde van 10,2 miljard dollar moet de grootste effectenbeurs ter wereld ontstaan. De transactie moet nog worden goedgekeurd door mededingingsautoriteiten in Europa en de VS en door aandeelhouders.

Het mislukken van het vijandige tegenbod is een overwinning voor NYSE Euronext, dat de avances van Nasdaq heeft afgewezen. De internationale combinatie die NYSE Euronext en Deutsche Börse nastreven zou beter zijn om groeiende concurrentie aan te gaan bij de wereldwijde handel in aandelen en derivaten. Effectenbeurzen kampen met dalende marktaandelen wegens alternatieve handelsplatformen.

Voor Nasdaq is de afwijzing van het vorige maand gelanceerde plan een bittere nederlaag. Bestuursvoorzitter Robert Greifeld, die in 2007 ook een poging tot vijandige overname van de London Stock Exchange (LSE) zag mislukken, zei „verrast en teleurgesteld” te zijn. Terwijl zijn aartsrivalen bij de NYSE hun positie versterken, dreigt Nasdaq alleen te blijven staan en daarmee groeikansen mis te lopen.

Toch gloort er plotseling ook nieuwe hoop voor Nasdaq. Want uitgerekend dit weekeinde slonken eveneens de kansen van de LSE op een overnamepartner. LSE sloot in februari een fusieakkoord met het Canadese beursbedrijf TMX Group – een plan dat moet leiden tot de vorming van ’s werelds voornaamste beurs op het gebied van mijnen en grondstoffen, met hoofdvestigingen in Londen en Toronto.

Een consortium van negen Canadese banken en pensioenfondsen heeft nu een tegenbod uitgebracht op TMX, in een poging het fusieakkoord met Londen te verbreken. Het tegenbod, in de vorm van een aandelenruil en contanten, zou TMX een waarde toekennen van 3,6 miljard Canadese dollar (2,6 miljard euro) – aanmerkelijk hoger dan het bod van LSE ter waarde van 3,0 miljard, waarmee Londen een trans-Atlantische beurzenreus wil worden.

Het initiatief van het consortium is nadrukkelijk bedoeld om het Canadese beursbedrijf in binnenlands bezit te houden. Hoewel de voorgenomen samenvoeging met LSE door de partners wordt omschreven als een „fusie van gelijken”, zou Londen 55 procent van de nieuwe combinatie in handen krijgen. In Canada zijn zorgen gerezen dat invloed over de eigen financiële markten wordt afgestaan aan het buitenland.

Het Canadese tegenbod past binnen een trend van weerstand tegen de consolidatie van beurzen op grond van nationalistische overwegingen. Zo verwierp Australië vorige maand een overname van beursbedrijf ASX door Singapore Exchange. De deal van NYSE Euronext en Deutsche Börse heeft in de VS geleid tot ongemak over de buitenlandse acquisitie van een nationaal symbool.

De vraag is nu of het nieuwe bod op TMX zal stuiten op soortgelijke mededingingsbezwaren als het ingetrokken bod van Nasdaq en ICE. De transactie zou het handelsplatform van de Canadese banken samenbrengen met dat van de effectenbeurs.

Toch is het bod goed gevallen in Canada. „Nu hebben Canadezen een binnenlands alternatief dat wijst op de kracht van onze financiële sector”, reageerde Dwight Duncan, minister van Financiën van de provincie Ontario, waar TMX is gevestigd.

LSE heeft laten weten te blijven streven naar samenvoeging met TMX. Mocht Londen echter buiten spel komen te staan, dan loopt het grote kans zelf een overnameprooi te worden. Als achterblijvers zouden Nasdaq en LSE alsnog in elkaars armen kunnen worden gedreven.