Beloon big pharma voor goed gedrag

De Acces Medicine Index rangschikt de twintig grootste farmaceutische bedrijven op hun sociale agenda.

Een hoge notering zegt veel over bijvoorbeeld innovatie.

Ouder dan veertig werd je in 1811 meestal niet in Nederland. Dat is nu gelukkig heel anders. De afgelopen twee eeuwen is de gezondheidszorg gigantisch verbeterd, in Nederland en in de wereld. Maar niet overal, en niet voor iedereen. Nog steeds hebben twee miljard mensen in ontwikkelingslanden geen toegang tot betaalbare medicijnen. Ze sterven te vroeg, aan ziekten waar niemand nog aan hoeft te overlijden. Heb je de pech in Congo te leven en je loopt een flinke longontsteking op, dan is de kans klein dat er voor jou betaalbare antibiotica te koop zijn. Zo blijft de gemiddelde levensverwachting in dit land, anno 2011, op 40 jaar steken.

De oplossing is niet zo eenvoudig als sommigen denken. Je bent er niet met een mooi plan, een zak geld, bevlogen hulpverleners en een actieve overheid. Zonder samen te werken met de industrie lukt het niet. De multinationals hebben de kennis en ervaring in huis om medicijnen te ontwikkelen en betaalbaar te maken voor hen die deze het hardst nodig hebben. Dat is al gelukt voor bijna vijf miljard mensen in de westerse wereld. Nu de rest nog.

Je ziet dat de samenleving steeds vaker sociale eisen stelt aan ondernemingen. Overheden hebben, in deze geglobaliseerde wereld, minder greep gekregen op de economische en maatschappelijke ontwikkelingen binnen hun landsgrenzen. Bedrijven zijn bij uitstek in staat hier een positieve rol in te spelen. Daar hebben ze ook belang bij. Opkomende markten spelen een hoofdrol in de toekomstplannen van de farmaceutische bedrijfstak.

Volgens cijfers van het toonaangevende onderzoekbureau IMS Health waren in 2001 de westerse markten nog verantwoordelijk voor 79 procent van de groei bij de medicijnmakers. De rest van de wereld droeg slechts 21 procent bij. In 2009 is dat beeld compleet omgedraaid: nog maar 16 procent van de groei komt uit het westen, maar liefst 84 procent wordt behaald in opkomende landen en ontwikkelingslanden. Een bedrijf dat al actief is in die markt en heeft geleerd hoe je een sociale dimensie toevoegt, is klaar voor de toekomst. Wie op dit punt zijn nek uitsteekt, plukt daar later de vruchten van.

Hoe krijg je bedrijven zover om naast hun economische agenda een sociale agenda te omarmen? Dat doe je, volgens mij, niet door eenzijdig, als een traditionele activist, de barricaden op te stormen en die sociale agenda voor te schrijven. Dat werkt averechts. Als zo’n bedrijf tegen heug en meug wordt gedwongen, lopen de grote investeerders en de beleggers weg. Dan ben je nog verder van huis.

Daarom ontwikkelde ik de Access to Medicine Index, die zichtbaar maakt wat we nou eigenlijk van de bedrijven willen: welke sociale agenda gaan we uitvoeren? Goed gedrag wordt beloond. Kun je, bijvoorbeeld, je medicijnen betaalbaar maken voor mensen met weinig geld? Ja, dan scoor je punten. Doneer je een lading pillen die tegen de houdbaarheidsdatum aanzitten? Nul punten. Ontwikkel je medicijnen voor specifieke ziektes in het Afrika van beneden de Sahara? Dat levert punten op. Deel je een patent met producenten in arme landen? Nog meer punten.

De multinationals krijgen als beloning een mooie notering op de Index, die de twintig grootste farmaceutische bedrijven rangschikt. De eerste Index verscheen in 2008, en vorig jaar kwam het vervolg. De volgende brengen we uit in 2012.

In Japan en de VS, in India, overal is de Index een ijkpunt geworden. Dat is fantastisch, vooral natuurlijk voor die twee miljard. En ja, de Index speelt in op onderlinge concurrentie. Een plaats op de ranglijst zegt veel over innovatie, over dynamiek, kwaliteit van management, het vermogen tot veranderen binnen een bedrijf. Ironisch genoeg is juist de financiële wereld een breekijzer. Grote investeerders, pensioenfondsen als PGGM en ABP, onderschrijven de index, waardoor bedrijven een extra financiële prikkel krijgen om hoog op de lijst te willen eindigen. Wie op één staat is trots en wil die plek vasthouden, wie is gedaald krabt zich achter de oren. Hoe kunnen we dat verbeteren? Bij die vraag helpen we. Wat de een al voor elkaar heeft, kan de ander óók leren.

De komende jaren gaat er veel gebeuren. We willen straks voor iedere betrokkene helder kunnen uitleggen hoe we het doel gaan bereiken. De Index is het navigatiekastje dat de weg daarnaar toe voor iedereen zichtbaar maakt. Maar de betrokken partijen moeten het doen: zíj zitten achter het stuur. Een helder einddoel en goed zicht op de weg er naartoe, zo kunnen we de wereld echt veranderen.

Wim Leereveld is de optichter van de Access to Medicine Index (www.accesstomedicineindex.org, wleereveld@atmindex.org). Hij is een van de sprekers op het evenement ‘Morgen 2011’, op zaterdag 21 mei in Amsterdam, bedoeld om ideeën te genereren voor een betere mondiale samenleving. Er zijn nog kaarten verkrijgbaar. (Zie ook www.morgen2011.nl).