Apparaten opknappen is niet zo milieuvriendelijk

De herfabricage van inktpatronen, bureaustoelen, koelkasten en mobiele telefoons is lang niet zo goed voor het milieu als vaak wordt aangenomen. Het verlengt vaak het leven van een product dat in een modernere versie veel minder energie zou verbruiken. En er zijn nog wel meer nadelen.

Dat schrijven onderzoekers van het MIT deze week in het vakblad Environmental Science & Technology. De bedoelde ‘herfabricage’ heet remanufacturing in het Engels. Het is het werk van een bedrijfstak die gebruikte producten opknapt tot ze weer als nieuw zijn door er uitsluitend de versleten of aangetaste onderdelen van te vervangen. In de VS is het een miljardenbusiness die een half miljoen Amerikanen werk verschaft. Remanufacturing strekt zich uit tot vliegtuigmotoren en grondverzetmachines.

Een flinke levensduurverlenging door uitsluitend wat versleten onderdelen te vervangen bespaart op grondstoffen. Meestal wordt aangenomen dat het ook op energie bespaart. De energie die voor de vervaardiging van een product nodig is wordt immers voornamelijk gestoken in de bereiding en zuivering van de materialen die ervoor nodig zijn: glas, plastics, metalen, textiel. Vormgeving en assemblage verbruiken naar verhouding veel minder.

Wat vaak over het hoofd wordt gezien, schrijft Timothy Gutowski, is dat producten van de remanufacturing wat achteruitgaan, zoals bij inktpatronen. Of dat ze een plaats op de markt bezet houden die door een veel efficiënter product had kunnen worden ingenomen. Zoals bij koelkasten die almaar zuiniger worden.

Nieuwe en opgeknapte producten moeten vergeleken worden op basis van een ‘life cycle analysis’ die grondstof- en energieverbruik van productie én gebruik in rekening brengt. Als geherfabriceerde inktpatronen 5 procent meer misdrukken opleveren dan nieuwe patronen heeft remanufacturing niet veel zin. De studie onderzocht voor 25 producten nut en nadeel van opknappen : slechts bij 8 was er voordeel.