Seizoen waarin jonge spelers voor de leeuwen werden geworpen

De eredivisie van 2010-2011 zit erop. Wat zijn de trends? Minder geld, meer jeugd, minder Zuid-Amerikanen en meer geseponeerd rood.

Barcelona's Lionel Messi (R) and Ibrahim Afellay celebrate as they leave the pitch after their Champions League semi-final first leg soccer match against Real Madrid at Santiago Bernabeu stadium in Madrid April 27, 2011. REUTERS/Sergio Perez (SPAIN - Tags: SPORT SOCCER)
Barcelona's Lionel Messi (R) and Ibrahim Afellay celebrate as they leave the pitch after their Champions League semi-final first leg soccer match against Real Madrid at Santiago Bernabeu stadium in Madrid April 27, 2011. REUTERS/Sergio Perez (SPAIN - Tags: SPORT SOCCER) REUTERS

Eerst maar het positieve nieuws. De stadions zitten wekelijks vol, de voetbalprogramma’s op televisie floreren, geen enkele profclub ging failliet en veldslagen tussen rivaliserende supportersgroepen horen thuis in een ander tijdperk. Critici mogen hun bedenkingen hebben bij het niveau van de ‘Mickey Mouse-competitie’, het Nederlandse publiek smult van het amusement.

Want vermakelijk is het wel. Dat Ajax en PSV al lang niet meer als vanzelfsprekend als enige clubs om de kampioensschaal strijden zegt alles over de onvoorspelbaarheid. En typerend voor de nivellering, de nieuwe landskampioen had zelden zo’n mager jaar, met slechts 22 zeges.

Van de buitenkant mag het er allemaal zonnig uitzien, de branche is nog lang niet door zijn eigen economische crisis heen. De verhoudingen tussen ‘betaald’ en ‘voetbal’ stonden meer onder druk dan ooit, getuige de treurige primeur van NAC, dat moest beginnen met een punt in mindering. In de eerste divisie werden strafpunten bijna net zo belangrijk als de wekelijkse uitslagen.

Tekenend voor de staat van het voetbal is dat in de eredivisie slechts twee clubs vrij zijn van financiële zorgen, zo maakte de KNVB vlak voor de laatste speeldag bekend: FC Twente en VVV. De rest staat in meerdere of mindere mate onder toezicht, ook al zijn de salarissen de laatste jaren gehalveerd.

Het gebrek aan financiële middelen in het betaald voetbal leidde ook tot positieve ontwikkelingen of, anders gezegd, tot realisme. Zelden behield de trainer van een voormalige topclub zijn baan na een 10-0 nederlaag. Ontslag was te duur en had vermoedelijk ook niets opgelost.

Zelden werden in de eredivisie zoveel jonge voetballers voor de leeuwen geworpen. Met tieners als Zakaria Labyad (PSV), Adam Maher (AZ), Lorenzo Ebecilio (Ajax), Jeffrey Gouweleeuw (Heerenveen) kwamen talenten bovendrijven die in de vette jaren vermoedelijk niet eens de reservebank hadden gehaald. Feyenoord leunde volledig op de opleiding. Nergens is geld voor aankopen, getuige het grote aantal huurovereenkomsten. Zelfs PSV bezuinigt.

De financiën zullen het voetbal op tal van manieren beïnvloeden. Nu al is te zien dat de Nederlandse clubs minder spelers aantrekken uit verre landen – en dat is geen toeval. Spelers als Bryan Ruiz of Luis Suárez zullen steeds zeldzamer worden op Nederlandse bodem. Zuid-Amerikanen en andere voetballers van buiten de EU mogen komend seizoen in Nederland spelen voor een jaarsalaris van minimaal 533.000 euro. Onhaalbaar voor de meeste clubs. Het gevolg is dat scouts hun interesse verleggen van Zuid-Amerika en Afrika naar ‘goedkopere’ landen, vooral in Noord- en Oost-Europa.

Maar de speelruimte bij de Nederlandse clubs wordt op meer manieren beperkt. De afgelopen seizoenen bleef het in heel Europa tijdens de transfer windows opmerkelijk stil, mede door de naweeën van de economische crisis en de zorgelijke financiële situatie bij de Europese topclubs, waar de schulden oplopen tot honderden miljoenen euro’s. De miljoenenverkoop door Ajax van Suárez aan Liverpool was een uitzondering.

Zonder de Engelse, Italiaanse of Spaanse bestedingen op de Nederlandse markt kunnen de clubs zelf weinig meer uitrichten. Het vervelende voor de Nederlandse clubs is dat die tendens alleen maar sterker wordt. Vanaf komend seizoen voert de UEFA geleidelijk het nieuwe regime ‘Financial Fair Play’ in. Dit houdt in dat de clubs zich niet meer oneindig in de schulden mogen steken voor aankopen of salarissen.

Verder heeft de FA in Engeland regels opgesteld die clubs in de Premier League beletten met selecties te werken groter dan 25 man. Acht spelers moeten de clubs zelf hebben opgeleid.

Onder dat gesternte kunnen Nederlandse clubs geen buitensporige transferinkomsten meer verwachten van de andere kant van de Noordzee. De goedkoopste oplossing voor de Nederlandse topclubs is de beste jeugdopleiding ter wereld te ontwerpen. De kosten daarvan kunnen binnen een miljoen euro per jaar blijven, zoals bijvoorbeeld AZ aantoont.

Weinig liefhebbers zullen daar op tegen zijn, maar de ambities van de meeste bestuurders, spelers, trainers en toeschouwers gaan vooral uit van de korte termijn: alleen de drie punten van vandaag tellen, niet die van volgend jaar.

Een troost is misschien dat niet de clubs die het meest te spenderen hadden de afgelopen jaren de grootste sprongen voorwaarts maakten, maar de clubs die in alle rust werkten aan een stabiele organisatie en een gedegen jeugdopleiding, zoals AZ, FC Twente en FC Groningen. Typerend is ook dat de vereniging die jarenlang als het grote voorbeeld voor deze ‘provincieclubs’ gold, Heerenveen, zelf afhaakte. Bestuurlijke onrust en vertrekkende directeuren leiden tot het weglekken van ervaring en daarmee tot fouten, zoals bleek in de soap rond de mislukte verkoop van Bas Dost aan Ajax.

In Europa presteerde Nederland, met kwartfinales in de Europa League voor FC Twente en PSV, naar behoren. Maar dat niveau ligt ver onder de Europese top en het is nog maar de vraag of de financiële hindernissen die de UEFA opwerpt voldoende zullen zijn voor de gehoopte nivellering tussen de Europese topploegen en hun kansarme achtervolgers.

Met name de Engelse clubs hebben hun strategie al lang klaar. Zelfs de home grown-regel zal geen einde maken aan de Engelse gewoonte op het Europese vasteland te winkelen naar toptalenten. Ook Nederlandse spelers worden in Engeland tot home grown-spelers gerekend, zolang zij voor hun 21ste verjaardag maar drie jaar voor dezelfde Engelse club hebben gespeeld.

Misschien is die trend nog het meest zorgwekkend voor het betaald voetbal, in Nederland en andere kleine Europese landen die ooit weer eens willen concurreren met Engeland, Spanje of Italië. Niemand kijkt meer op als een Nederlands talent naar Chelsea, Arsenal of Manchester United verhuist voordat hij in de A-junioren van Feyenoord of Ajax heeft gespeeld. Kinderhandel? Geef een vader een baantje in Londen, en zijn zoon moet vanzelf op zoek naar een leuke club in de buurt. Het houdt het voetbal hopeloos ondoorzichtig.

Gebrek aan transparantie bezoedelt ondertussen de goede naam van tal van scheidsrechters, die door hun bonden nog altijd blind het veld in worden gestuurd. Het seponeren van onterecht getrokken kaarten liep als een rode draad door het seizoen. Zeven keer werd een rode kaart lang na afloop van de wedstrijd kwijtgescholden na raadpleging van de video, zeven meer dan vorig seizoen. Zolang de arbitrage geen technologische hulp krijgt zal dat niet veranderen. De scheidsrechters werden niet slechter, het is een direct gevolg van de professionalisering van de amusementsindustrie. Liefst 23 camera’s – één per speler – filmden gisteren Ajax-FC Twente. Knappe scheidsrechter die hetzelfde registreert als een tv-kijker na 32 herhalingen uit 23 hoeken.