Geen kussens, wel muziek in knussere 'isoleer'

De psychiatrische instelling Parnassia opende vorige week een isoleercel-nieuwe-stijl.

Een ex-patiënt gaat terug. Mooie cel hoor, maar isoleren blijft dubieus, vindt hij.

Ex-patiënt Jolijn Santegoeds van de actiegroep Tekeer Tegen De Isoleer in de nieuwe 'separeer' van Parnassia. Foto Sam Gerrits
Ex-patiënt Jolijn Santegoeds van de actiegroep Tekeer Tegen De Isoleer in de nieuwe 'separeer' van Parnassia. Foto Sam Gerrits Sam Gerrits

De Haagse meiden in de bus weten ze precies aan te wijzen: de mensen die er straks uit moeten bij Parnassia. „Vroeger stond er iets met ‘psycho’ op dat bord, dat hebben ze geschrapt. Maar iedereen weet dat dit de halte van het gekkenhuis is.”

Ik ben, zoals dat heet, ervaringsdeskundige. Tussen 1991 en 2001 bezocht ik regelmatig de warme, naar schoonmaakmiddelen en poep ruikend kamertjes in psychiatrische klinieken. De verpleging noemde ze ‘separeerruimte’, GGZ-speak voor isoleercel.

Op de zandgele gietvloer een vlamwerend matras. Krasvrije, mintgroene verf op de muren. Er lag altijd een donkerblauw scheurhemd voor me klaar, want ik had alleen een papieren onderbroekje aan. Overige attributen: drie kartonnen ‘hoedjes’ waar ik niets van snapte, drie plastic bekertjes water en een paar krijtjes.

De routine was altijd hetzelfde. Ik werd gesommeerd op het matras te gaan zitten en de dubbele stalen deur ging dicht. Dat was het dan. Af en toe kwam er iemand een kopje koffie brengen, drie keer per dag een bord ziekenhuis-eten. Veel tijdsbesef had ik niet, maar volgens mijn dossier heb ik er de eerste keer vijf weken achtereen gezeten.

Ik heb inmiddels al jaren de juiste pillen. Maar erover zwijgen doe ik niet. Waarom niet? Omdat ‘eens gek’ allang niet meer ‘altijd gek’ is.

Er is in tien jaar tijd veel veranderd in de geestelijke gezondheidszorg. Destijds was mijn enige vertier een stuk met schoolbordverf beschilderde muur. Nu ben ik, als ex-gek en schrijver van een boek daarover, uitgenodigd door Parnassia om de feestelijke inwijding bij te wonen van het nieuwste type isoleercel: een interactieve separeerruimte, waarin patiënten zelf kleur, geluid, temperatuur en zelfs de geur kunnen bepalen met behulp van slimme software en een in de wand verwerkt touchscreen.

De bijeenkomst heeft iets van een oecumenische kerkdienst. Er zijn journalisten, (oud)-patiënten, hulpverleners en ambtenaren. Een verpleegster met grijs haar en een paarse sjaal leest een gedicht voor. Daarna neemt ze de hand van haar favoriete patiënte. Samen rennen ze door het cadeaupapier dat voor de celdeur is gespannen. Er wordt voorzichtig geklapt. En zo sta ik tien jaar later weer in een isoleercel.

Ik onderdruk de koude rillingen en kijk rond. Ik sta nog steeds in een cel, maar deze cel zet een stap richting de ‘comfort room’ waar overprikkelde patiënten met zelfgekozen kleuren dekens en kussens rust kunnen zoeken. Zachte kussentjes kunnen niet, maar onder het raam maakt een groene, bank-achtige matrashouder de ruimte net wat huiselijker. Het aanraak-scherm is zo groot als een flatscreen en van centimeters-dik lexaan. Een kunststof zo slagvast, dat de NASA hem voor de bubble-helmen van de Apollo-maanmissies gebruikte.

In het vier meter hoge plafond zitten LED-lampjes. Met een druk op de knop kleur je je cel stemmig paars, groen of blauw. Vooruitgang wat mij betreft. In mijn psychoses hadden kleuren veel betekenis. Er is keuze uit een selectie liedjes. Je kunt een aantal geurtjes kiezen: bijvoorbeeld lavendel, bewezen rustgevend. Je kunt op het scherm tekenen, spelletjes doen en boodschappen aan de verpleging typen. Er is zelfs een straatcamera met (opgenomen) beeld en geluid.

In vijf talen, waaronder Turks en Arabisch, legt het celreglement uit waarom je zit waar je zit, met een lijstje van je rechten als patiënt volgens de wet BOPZ (Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen). Beter dan de minuscule lettertjes achter bekrast acryl die ik ooit vergeefs probeerde te lezen. Voor kleine mensen is het hoog geplaatste scherm lastig; je moet er niet tegenaan kunnen trappen. Maar, zoals Heino (52 jaar, liever geen achternaam), een patiënt aanwezig bij de opening, zegt: vanaf het roestvrijstalen toilet heb je prima zicht op het scherm.

De nieuwe, interactieve isoleercel is symptomatisch voor de ontwikkelingen in de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg. Werden psychoten in veel klinieken rond het millennium nog standaard bij binnenkomst een aantal dagen ‘ter observatie’ opgesloten, nu heeft iedere zichzelf respecterende GGZ-instelling een ‘dwang en drang-werkgroep’ die ernaar streeft het aantal separaties tot een minimum te beperken. Hard nodig, want Nederland staat hoog op de lijst van de meest separerende landen van Europa.

Remmers van Veldhuizen, psychiater, voorzitter van de stichting CCAF en voormalig directeur zorgontwikkeling GGZ Noord-Holland-Noord, legt uit waarom. „Om te beginnen zijn we beddenkampioen.” Nederland telt 189 bedden per 100.000 inwoners voor patiënten met gedragsstoornissen. In Engeland zijn dat er 85, in Frankrijk 56. Hoe meer opgenomen mensen, hoe meer separaties. „Ten tweede is het in Nederland een cultuurreflex om mensen die een gevaar vormen voor zichzelf en anderen direct af te zonderen.”

Daaraan gekoppeld is er een erfenis uit de tijd van de Provo en de antipsychiatrie: de persoonlijke vrijheid zou boven alles gaan. Gedwongen medicatie was daarom uit den boze. Die overtuiging zit in de wet BOPZ gecementeerd. Tot 2004 was het vrijwel onmogelijk om mensen medicatie toe te dienen indien ze dat niet wilden. „Een misvatting”, meent Van Veldhuizen. „Escalatie voorkom je niet door mensen maar aan te laten modderen en vervolgens op te sluiten, maar door kwetsbare individuen intensief te begeleiden en te helpen met medicijnen.”

Inmiddels is de wet zo aangepast dat niemand meer vijf weken onbehandeld opgesloten hoeft te zitten. Behandelaars separeren zo min mogelijk. Globaal kun je zeggen dat het separeren in de afgelopen tien jaar met 60 tot 70 procent teruggedrongen is. Een stille revolutie.

Als er nu een gevaarlijke situatie dreigt te ontstaan, gaan behandelaars eerst met patiënten in gesprek. Bas van der Hoorn, psychiater bij Parnassia: „We zeggen: ik word bang van de manier waarop je met ons omgaat, het gaat helemaal niet goed met je. Zullen we je medicatie- of je dagprogramma aanpassen? Dan gaan we een eind met ze wandelen, we zetten ze voor de Wii of ze gaan op een drumstel raggen.”

Soms zit een verpleegkundige een hele dag bij een patiënt. Pas als niets meer helpt, wordt er gesepareerd. Afzondering is een van de meeste traumatische dingen die je kunt meemaken. Je angst wordt niet minder als je ook het laatste beetje controle kwijt bent en in een hokje zit. Patiënten denken vaak dat niemand ze komt halen als er brand is. Dat het geen behandeling is, maar detentie: achterhaald, schadelijk en ondenkbaar binnen de somatische geneeskunde, waar samenwerken met de patiënt om het verblijf zo kort mogelijk te maken al jaren de norm is.

Ik begrijp dat de nieuwe cel ook vanuit deze gedachte is ontstaan. In Eindhoven en Leeuwarden worden, onafhankelijk van Den Haag, momenteel ook proeven gedaan met mediazuilen in isoleercellen. Van der Hoorn: „Wie denkt: waarom moeten die mensen van mijn belastinggeld zo vertroeteld worden, vergeet dat een isoleercel aan alle veiligheidseisen moet voldoen en dus sowieso al tonnen kost om te bouwen. Dit is een relatief goedkope aanpassing. Natuurlijk is het nog niet perfect. Maar alles wat patiënten in de cel met de software doen wordt in de komende periode opgeslagen. Als er iets structureel ontbreekt komt dat er, mits dat valt binnen het isoleerprotocol.”

Jolijn Santegoeds van de actiegroep Tekeer Tegen De Isoleer is ook aanwezig bij de opening. Voor deze ex-patiënt zijn slingers en cadeaupapier bij een dwangmaatregel totaal ongepast. „Ik vind het pijnlijk”, zegt Santegoeds. „Ik snap dat ze er zelf blij mee zijn, maar bij ‘humaan’ en ‘separeren’ in dezelfde zin haak ik af. Als je de oude en de nieuwe cel vergelijkt, heb je nu wat lampjes en een touchscreen in plaats van een krijtbord. Nu krijg ik een klap op mijn hoofd met een gouden knuppel.”

Santegoeds stelt voor de cel juist huiselijker te maken. „Zo ziet er het nóg meer scifi uit. Juist op die rare dingen ga je doorflippen.”

Ik begrijp zowel de behandelaars als de patiënten. Op de terugweg valt me in dat onze isoleercultuur – of je het nu separeren noemt of niet en handhaaft met of zonder toeters en bellen – lijkt op de thuisbevalling. Een typisch Nederlands verschijnsel: net zo uitzonderlijk in het buitenland, eveneens ter discussie en achterhaald door de tijd.

Sam Gerrits schreef in 2007 samen met filosoof Wouter Kusters het boek ‘Alleen: Berichten uit de isoleercel.’