Homo zijn in het CDA? Echt geen enkel probleem

Minister Jan Kees de Jager kwam vorige week uit de kast. Hij is de derde openlijk homoseksuele CDA-minister. Is homo-zijn geen issue meer bij de partij die tien jaar geleden nog tegen het homohuwelijk stemde? Drie generaties politici, allen homo, vertellen over hun ervaringen. „Bij het CDA heb ik mij altijd welkom gevoeld.”

Gemeenteraadslid Margriet van de Vooren (rechts) met haar vriendin. Foto NRC Handelsblad, Leo van Velzen Utrecht, 11-05-2011. Margriet van den Voorn met haar partner (achter). Foto Leo van Velzen NrcHb.
Gemeenteraadslid Margriet van de Vooren (rechts) met haar vriendin. Foto NRC Handelsblad, Leo van Velzen Utrecht, 11-05-2011. Margriet van den Voorn met haar partner (achter). Foto Leo van Velzen NrcHb. NRC Handelsblad

TE KOOP: Mooie robuuste kast, wegens overcompleet, extra breed met veel diepte, voorzien van een geldlade, nog zo goed als nieuw. Deuren zijn slechts éénmaal geopend. Eventueel ruilen tegen een degelijk tweepersoonsledikant. Te bevragen bij J.K. de J., Min. van F. te Den Haag.

Op internet is de coming-out van minister Jan Kees de Jager van Financiën, vorig weekend in De Telegraaf , een veelbesproken onderwerp. „Het zou geen nieuws moeten zijn, maar helaas is het dat anno 2011 wel”, schrijft de een. „Kiezersbedrog”, vindt de ander: „Als hij dit van tevoren had gedaan, was hij nooit op die plek gekomen.”

Na Joop Wijn (Economische Zaken) en Gerda Verburg (Landbouw) is De Jager de derde (openlijk) homoseksuele minister van CDA-huize. Meerdere Kamerleden, Statenleden en Europarlementariërs van de partij hebben een partner van hetzelfde geslacht. En voorzitter Ruth Peetoom – zelf niet lesbisch – had er als predikant geen moeite mee paren van gelijk geslacht in te zegenen.

„In de jaren zeventig en tachtig zag je bij het CDA een verkramptheid als het over homoseksuele geaardheid ging”, zegt Jan Jacob van Dijk. „Maar die tijd is voorbij.” Van Dijk is bijzonder hoogleraar christelijk sociaal denken aan de VU in Amsterdam en heeft voor het CDA in de Tweede Kamer gezeten. Reformatorische groepen hebben volgens Van Dijk moeite met ontboezemingen als die van De Jager. „Maar bij een partijcongres leidt dat niet tot problemen.”

Dat maar weinig homoseksuelen op het CDA stemmen (3 à 4 procent, blijkt uit onderzoek van het COC en de Gay Krant), en de partij doorgaans als homo-onvriendelijk wordt beschouwd, heeft volgens Van Dijk met twee zaken te maken. Het CDA stemde in 2000 tegen het homohuwelijk – dat kleeft nog steeds aan de partij. En de christen-democraten worstelen met de „gespannen verhouding” tussen artikel 23 (vrijheid van onderwijs) en artikel 1 (dat tegen alle vormen van discriminatie beschermt). „Het CDA wordt vaak geassocieerd met deze principiële discussie.”

Volgens homobelangenorganisatie COC kan de impopulariteit van de partij in ‘roze kring’ niet alleen op deze twee standpunten worden teruggevoerd. Er is meer, zegt het COC. Zo stemde de partij tegen een voorstel om extra geld uit te trekken voor de bestrijding van ‘homovijandigheid’ in het onderwijs, wilden de christen-democraten geen hiv-preventie voor homo’s financieren en was het CDA er op tegen dat lesbisch ouderschap op dezelfde wijze werd geregeld als hetero-ouderschap.

Niettemin steekt het CDA met het aantal van drie homoseksuele ministers andere partijen naar de kroon. Het is een onderbelicht aspect, dat vaak verwondering oproept. „De partij kijkt meer naar de inhoud dan naar persoonlijke zaken”, legt hoogleraar Van Dijk uit. „Dat is een wezenskenmerk van het CDA.”