Vieze vingers

Het PVV-schandaaltje van deze week: een vlag. Het oud-Hollandse oranje-blanje-bleu dat door Kamerlid Kortenoeven voor het raam van zijn werkkamer was opgehangen, zodat de hele Tweede Kamer ervan kon genieten, bleek in de vorige eeuw innig gekoesterd door de NSB. Onzin, wist het Kamerlid. Het gaat om „vlaggen die de positieve periode van de Gouden Eeuw symboliseren, waarin de republiek Nederland haar grootste periode in de geschiedenis heeft doorgemaakt”. Dat je tegenwoordig best wel moeite moet doen om zo’n mooie vlag te pakken te krijgen – je moet er diep voor afdalen in de krochten van extreem-rechtse websites – daar had het Kamerlid geen boodschap aan: „Er is geen reden om de symboliek van Nederland zoals wij die graag zien uit het raam te gooien omdat iemand met vieze vingers eraan gezeten heeft.”

De taal van de huidige politieke revolte is doordrenkt van reviaanse ironie

Ik ben het met het Kamerlid eens. Ook ik vind de Gouden Eeuw een echt „positieve periode”. Het was immers de tijd waarin het kleine Nederland heel de wereld durfde te omarmen, een ongekende bloei in kunst en wetenschap doormaakte en het woord religieuze tolerantie van een nieuwe, verlichte betekenis voorzag. Dat de NSB er een benauwd en hatelijk nationalisme van maakte en die stoere vlag besmeurde met benepen eigenwaan en vreemdelingenhaat, daar staat de PVV ver vanaf. Ik begrijp het helemaal.

Het wordt vermoeiend – die deels ironische, deels jennerige, deel bloedserieuze toon van het nieuwe Hollands populisme. Wat wilde het Kamerlid nou echt zeggen met zijn potsierlijke vlag? Kortenoeven heeft voor het CIDI gewerkt, dus iets als historisch bewustzijn zal hem niet vreemd zijn. In de kamer van partijgenoot Bosma hangt pontificaal de vlag van Israël. NSB en Israël – de geestelijke ontsporing mooi samengevat.

Als er ooit een geschiedenis van nieuw-rechts populisme wordt geschreven, dan mag daarin de grootste invloed niet ontbreken: Gerard Reve. De taal van de huidige politieke revolte is doordrenkt van reviaanse ironie – het half ironisch, half serieus sarren van die brave progressieve weldenkenden met hun humorloze bedilzucht en morele zelfgenoegzaamheid. „Ze moesten een brandende poppenwagen je kutwerk binnenrijden”, luidt de favoriete zin van veel revianen. Daar zit het allemaal in – die hyperbolische agressie die echte woede uitdrukt, maar tegelijk ook komische onmacht. De ironie van Reve, altijd maar half ironisch, heeft zich nu in het publieke domein genesteld. Theo van Gogh, die ‘de Goddelijke Kale’ Fortuyn mocht influisteren, was een groot Revefan. Martin Bosma vindt Reve de grootste schrijver. Het beste van GeenStijl druipt van reviaanse ironie.

Reve mag tegenwoordig niet veel gelezen worden, zijn geest is overal.

Zoals Reve zelf als onvertaalbaar geldt, juist omdat die ironie in een andere taal niet overkomt, zo laat ook de taal van het Hollandse populisme zich bar slecht overzetten. Goatfucker, headrag-tax – nooit lukt het je correspondenten van buitenlandse kranten uit te leggen dat het best heftig klinkt maar tegelijk ironisch bedoeld is. Nou ja, half-ironisch. Nou ja, een beetje ironisch.

Ook dat vlagvertoon moet je reviaans opvatten. De PVV loochent alle principes en idealen van de historische Hollandse Gouden Eeuw, dus natuurlijk flirtte die prinsenvlag in de Kamer met de bruine connotaties die de NSB eraan heeft gegeven – net zoals Reve ironisch flirtte toen hij tijdens de Nacht van de Poëzie in 1975 aankondigde een gedicht ‘van uiterst rechtse, fascistische en racistische aard’ voor te gaan lezen. Dat gedicht heette Voor eigen erf. Reve las het voor, gekleed in een zwart uniform, behangen met een zilveren kruis, een ban-de-bomsymbool en een hakenkruis. De laatste strofe luidde: „O Nederland ontwaak/ Gooi al dat zwarte tuig eruit / Ons land voor ons / Op naar de Blanke Macht!”

De huidige populistische partijen in Europa missen die fijne reviaanse ironie. Ze zijn pijnlijk humorloos. Dit is ons land, luidde de slogan van het Vlaams Belang bij de laatste verkiezingen. Mut zur Heimat! kopt de Oostenrijkse FPÖ. Je kunt er van vinden wat je wilt, eerlijk is het wel. In Nederland is ironie een middel geworden om niet te hoeven te zeggen wat je bedoelt, om niet op een overtuiging betrapt te kunnen worden.

    • Bas Heijne