Verbolgen

Het was een moment dat zoet geurde naar weemoed en nostalgie. Balkenende was op tv. Afgelopen maandag mocht hij een uur lang bij Pauw en Witteman terugblikken op zijn carrière als premier van vier kabinetten die stuk voor stuk voortijdig ten val kwamen. Natuurlijk ging het vooral over dat laatste kabinet, dat viel over de kwestie Uruzgan. Zijn gevoelens over die episode vatte hij samen in één opmerkelijk woord. Hij was ‘verbolgen’. Een schitterend archaïsme dat flarden van herinneringen opriep aan zijn illustere voorganger Van Agt, die het net als hij ook altijd aan de stok had met die drammerige socialisten. Geen enkel normaal mens is ooit verbolgen. Hij is boos, kwaad, nijdig, heeft er de p in. Het recht om verbolgen te zijn is voorbehouden aan premiers op historische momenten. Zelfs de majesteit is nooit verbolgen. Zij is op zijn hoogst ontstemd. En dat was ze vaak met Balkenende. Daarom heeft ze het vertikt om hem te benoemen tot Minister van Staat.

Het mooie aan Balkenendes archaïsche verbolgenheid was dat zij naadloos aansloot bij de sensatie die de uitzending opriep. Hij sprak over gebeurtenissen in februari vorig jaar. Minder dan een jaar geleden was hij nog premier. Maar het lijkt een eeuwigheid geleden, lang vervlogen dagen, een ander tijdperk, toen Nederland nog werd geregeerd door stuntelige, kortzichtige, maar in de kern fatsoenlijke bewindslieden, in plaats van door gedoogbaas Wilders met zijn bende bruinhemden die NSB-vlaggen ophangen in hun fractiekamer.

Ze zijn alledrie weg, de frisgewassen VU-jongens van Beetsterzwaag en honderd dagen toeren door het land, die het gezicht vormden van de vorige regering. Jonge, ambitieuze politici waren ze, maar nu al op vroege leeftijd moegestreden. Alledrie hebben ze hun respectievelijke partijen in verwarring achtergelaten. Bos wilde Cohen lanceren als premier, maar dat is niet gelukt. Rouvoet wilde de ChristenUnie als middenpartij positioneren, maar dat heeft geresulteerd in zetelverlies. En Balkenende laat een gedecimeerde en verscheurde partij achter die in een geforceerde gedoogcoalitie alleen maar verder aan geloofwaardigheid verliest. En de erfenis van hun christelijk fatsoensoffensief is een hopeloos gepolariseerd land waarin iedereen dagelijks verbolgen is op ieder ander.

Ilja Leonard Pfeijffer