SuperMario naar 35ste etage

De benoeming van Mario Draghi tot hoofd van de Europese Centrale Bank lijkt zeker.

‘SuperMario’ heeft veel prestige verworven.

Draghi neemt de kamer van Trichet over op de 35ste etage. Foto DPA (dpa) - A view of the illuminated office high rise of the European Central Bank (ECB) in Frankfurt, Germany, 30 September 2005. Photo: Frank Rumpenhorst
Draghi neemt de kamer van Trichet over op de 35ste etage. Foto DPA (dpa) - A view of the illuminated office high rise of the European Central Bank (ECB) in Frankfurt, Germany, 30 September 2005. Photo: Frank Rumpenhorst DPA/AFP

Een Italiaan aan het hoofd van de Europese Centrale Bank. Nog maar een paar maanden geleden had niemand daar ook maar één euro op op gezet, schreef de Corriere della Sera vanmorgen. Maar na de steun van president Sarkozy twee weken geleden en het groene licht van Berlijn gisteren is de benoeming van Mario Draghi, nu nog gouverneur van de Italiaanse Bank, op de eurotop in juni zeker.

In Italië heeft hij zo’n faam opgebouwd dat de kranten hem SuperMario noemen. Hij zal het roer van Jean-Claude Trichet overnemen in buitengewoon zwaar weer. De financiële problemen van Griekenland, Ierland en Portugal ondermijnen het vertrouwen in de euro. Deze landen staan voor bezuinigingsoperaties waarvan het maar de vraag is of ze politiek en economisch haalbaar zijn. De banken in Spanje zijn een groot vraagteken. En zal Italië, waar de banken mede door het toezicht van Draghi minder kwetsbaar zijn, erin blijven slagen zijn enorme staatsschuld voor een groot deel in eigen land te blijven dekken?

Tegelijkertijd staat de solidariteit binnen Europa onder druk. Bild grossiert in schimpscheuten naar de Grieken die het er goed van hebben genomen. In het degelijke en wat saaie Finland is de weerstand tegen het Europese reddingsplan zichtbaar geworden in de spectaculaire winst voor de populistische, anti-Europese partij Ware Finnen.

Een jaar geleden schreven commentatoren dat de eurozone nog nooit zo’n crisis heeft doorgemaakt. Sindsdien zijn de problemen alleen maar groter geworden. Het is een politieke, economische en financiële heksenketel, en het ziet er niet echt naar uit dat die tot bedaren is gekomen als Draghi formeel aantreedt, in oktober.

Italianen zeggen onder elkaar wel eens dat wie zich in eigen land staande kan houden, overal terechtkan. Dat heeft Mario Draghi bewezen. Na een tijd bij de Wereldbank keerde hij in 1990 terug naar Italië. In een periode van tumultueuze politieke en economische veranderingen onderscheidde hij zich, in zijn tien jaar als directeur-generaal op het ministerie van Schatkist, als een buitengewoon intelligente, energieke en gefocuste bestuurder. Samen met Carlo Azeglio Ciampi (in verschillende rollen als gouverneur van de Italiaanse Bank, premier en minister van Schatkist) maakte hij het onmogelijke mogelijk: Italië werd lid van de eurozone. Tegen veel weerstanden in begeleidde hij in de jaren negentig ook een van de ingrijpendste processen van privatisering in heel Europa.

Van 2002-2005 werkte Draghi bij de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs. Toen drie jaar later de kredietcrisis uitbrak stond dat niet meer zo goed op zijn cv. De praktijken van zakenbanken, onder andere van Goldman Sachs in Griekenland, hebben in veler ogen bijgedragen aan de financiële problemen nu. Draghi liet weten dat hij nooit heeft gewerkt met regeringen, alleen met bedrijven.

Hij was toen al weer terug in Italië, waar hij in 2005 Antonio Fazio opvolgde, de in diskrediet geraakte gouverneur van de centrale bank, die onder één hoedje speelde met louche bankiers en onder andere de overname van de bank Antonveneta door ABN Amro tegenwerkte. De open, internationale opstelling van Draghi was een verademing na het provinciaalse en benepen beleid van Fazio.

In zijn nadruk op een sober overheidsbeleid en financiële stabiliteit doet de 63-jarige Draghi on-Italiaans aan. Maar in zijn kleding blijft hij op en top Italiaan: hij kleedt zich altijd buitengewoon zorgvuldig, in maatpakken en -overhemden.

Maar het hele vraagstuk van de nationaliteit van Europa’s centrale bankier is om twee redenen niet meer zo belangrijk. Er is een tijd geweest dat centrale bankiers werden beschouwd als leden van een gilde, met een grote eensgezindheid. Sinds het begin van de jaren tachtig werd de inflatie van de jaren zeventig succesvol te lijf gegaan met liberale economische receptuur: meer flexibiliteit van de arbeidsmarkt en het bedrijfsleven, een begrotingsbeleid van overheden dat gericht was op sanering en uiteindelijk evenwicht. En een inflatie die hoog genoeg was om als smeermiddel van de economie te fungeren, maar toch voelde als prijsstabiliteit. Zegge: een procent of twee.

Pas tijdens en na de kredietcrisis barstte deze consensus. Met name in de Verenigde Staten prevaleert nu een beleid van economische en monetaire stimulering, desnoods ten koste van een iets hogere inflatie. Europa is rechter in de leer en blijft inzetten op prijsstabiliteit. Maar met nationaliteit heeft de scheiding der geesten weinig van doen.

Wat wél een rol speelt is de bestuurscultuur. Toen de ECB in 1998 met haar werkzaamheden begon, was vooral Duitsland er veel aan gelegen om er een ‘noordelijke’ cultuur te vestigen met een duidelijke en overzichtelijke hiërarchie. De ‘zuidelijke’ cultuur, waarin adviseurs en assistenten de gezagsverhoudingen doorsneden en vertroebelden, moest worden vermeden. Zodat de ECB niet alleen in aanpak, maar ook in aard een kopie zou worden van de Duitse Bundesbank.

Dat is, door de aanstelling van de Nederlander Wim Duisenberg als eerste president redelijk gelukt, al veranderde de organisatie wel iets in de richting van kabinetsvorming toen de Fransman Trichet als opvolger van Duisenberg aantrad. Maar al met al lijkt de organisatie nu robuust genoeg om elke nationaliteit als president aan te kunnen.