Wanneer is een stal een megastal?

De overheid wil met de samenleving in gesprek over megastallen.

Want de Nederlander weet er namelijk nog bar weinig van.

Staatssecretaris Bleker (Landbouw, CDA) heeft het met zijn veertienjarige dochter besproken. Dat veel mensen niet weten wat er in Nederland met varkens en kippen gebeurt. Misschien moet je dat ook helemaal niet willen weten, had zijn dochter geopperd. De staatssecretaris heeft geprobeerd haar op andere gedachten te brengen. Want Bleker wil „met open vizier” en op basis van alle feiten het debat aangaan, opdat niet economische en technologische ontwikkelingen „autonoom” en als „van God gegeven” doorgaan, maar de mens zelf besluit of die ontwikkelingen daadwerkelijk plaatsvinden.

Bleker opende gisteren in Den Haag een maatschappelijke „dialoog” over megastallen. Die groeit misschien wel uit tot een Brede Maatschappelijke Discussie, een term uit de jaren tachtig, toen zo’n debat op touw werd gezet over kernenergie. Later volgden soortgelijke debatten over Schiphol en over gemanipuleerd voedsel. Het aantal meningen over megastallen is in elk geval „overweldigend”, zegt oud-minister Hans Alders, die het debat de komende zes weken zal leiden.

Het eerste publieksonderzoek is klaar. Er zijn rondetafelgesprekken gevoerd met veehouders en burgers. Daarna zijn bijna elfhonderd Nederlanders van achttien jaar en ouder ondervraagd. Het begrip megastal is onduidelijk. „De definitie van het begrip maakt deel uit van de dialoog”, zegt Alders. In het publieksonderzoek gaat het „in termen van oppervlakte” om stallen (inclusief oprit, bijgebouwen en dergelijke) van meer dan anderhalve hectare. „In termen van dieren” gaat het om stallen met meer dan 250 melkkoeien, meer dan 120.000 leghennen, meer dan 7.500 vleesvarkens, meer dan 1.200 fokzeugen of meer 2.760 geiten.

Veehouders en burgers staan veelal als vreemden tegenover elkaar. Veehouders klagen in het onderzoek over de „beperkte” blik van de burger. „Stapels geiten, dat is wat ze zien, ze zijn niet goed geïnformeerd, de media verknallen alles”, vertellen ze. „Veehouders hebben het idee dat het bijna onmogelijk is om positief in het nieuws te komen; zij vinden de rol van de media zeer dubieus.” Terwijl er toch een „omslag” gaande is, vinden ze; vroeger werd vanuit de boer gedacht en nu vanuit het dier. Maar die omslag wordt door veel burgers „niet gezien”, aldus de veehouders in het onderzoek.

Nederlanders weten weinig over megastallen. „Mensen zien wel een koe in de wei, maar ze komen zelden in een stal”, zegt onderzoeker Dieter Verhue. Ze hebben er wel „gemengde gevoelens” over. „De groep die het toestaan van megastallen in Nederland afwijst of hiertoe neigt, is groter dan de groep die hiermee instemt of daartoe neigt. Het verschil is echter klein en opvallend is dat slechts een beperkte groep een uitgesproken mening heeft”, aldus het onderzoek. CDA-stemmers zijn het meest voor het toestaan van megastallen. Onder kiezers van VVD, D66 en PVV zijn ook relatief veel voorstanders van megastallen. Kiezers van GroenLinks zijn het vaakst tegen en ook zijn kiezers van de PvdA en ChristenUnie relatief vaak tegen.

Belangrijke argumenten in de discussie zijn het welzijn van de dieren en de risico’s voor de volksgezondheid. Van minder belang in de discussie, signaleren de onderzoekers, zijn economische argumenten, en ook aan argumenten van landschappelijke aard wordt niet veel belang gehecht. „Dit is te verklaren doordat de meeste respondenten niet in de nabijheid van een megastal wonen.”