Loon naar misdaad

Twee jaar geleden las ik een thriller. Dat was het met de Gouden Strop bekroonde Daglicht van Marion Pauw. De plot staat me niet helder meer voor de geest: er kwam een autistische jongen in voor, een bakkerij en een messenset (Ikea? Iets chiquers?). Wel weet ik nog dat ik verbluft was door het boek: er zat meer psychologische diepgang en verrassing in dan in het gros van de ‘gewone’ Nederlandse romans en ook meer dan in ten minste één van de literaire prijswinnaars van datzelfde jaar. Tenminste, tot de laatste veertig pagina’s van Daglicht. Toen doken er ineens bijfiguren op, begonnen alle personages vreemde dingen te doen en ontstond er een onoverzichtelijke situatie, waarna gelukkig gewoon de moeder het had gedaan.

Dat was dus een thriller: een goede roman waarbij aan het eind een circus aan kunstgrepen te voorschijn wordt getoverd om aan de eisen van het genre te voldoen.

Ik moest aan Pauw denken toen Jac. Toes vorige week nul op het rekest kreeg van de Hoge Raad. Die vindt dat het Nederlands letterenfonds geen procedurele fouten heeft gemaakt toen het Toes’ subsidieaanvraag afwees omdat zijn boek weliswaar ‘in zijn genre – misdaadroman – allereerst een geslaagd boek’ was, maar toch niet literair. ‘Niets wordt aan de verbeelding overgelaten.’ Ik zou zeggen: dat geldt alleen voor het laatste deel van een thriller. Zolang je nog niet weet wie het heeft gedaan draait de verbeelding juist overuren.

Toes’ boeken heb ik niet gelezen – de Hoge Raad vast ook niet – maar de recensenten van deze krant vinden hem even goed als Pauw. Zo komen we bij de paradox van de ‘literaire thriller’: als je de laatste 40 bladzijden uit het boek scheurt, wordt het subsidiabel. Aan de andere kant: als je ze er niet uitscheurt verkoop je 100.000 exemplaren. Nu ja, als je een vrouw bent, want mannelijke thrillerschrijvers verkopen veel minder. Vandaar dat de misdaadboekenscene steeds meer op een travestiefeest gaat lijken: Tess Franke bleek een verschijningsvorm van oud-recensent Gert Jan de Vries en bestsellerschrijfster Suzanne Vermeer schijnt ook een kerel te zijn, met Ed van Eeden als grootste kandidaat.

De oplossing is eenvoudig: een subsidieregeling voor mannelijke thrillerschrijvers. Waarbij als tegenprestatie de Gouden Strop definitief wordt opengesteld voor ‘gewone’ romans (dit jaar Peter Buwalda, volgend jaar een erestrop voor De donkere kamer van Damokles) en Marion Pauw belooft dat in haar volgende boek niemand wordt vermoord.