Laat 'm zijn eigen eten verbouwen

De ‘agribusiness’ ontvolkt het platteland en zorgt voor eenvormig eten, stelt Patel.

Een pleidooi vóór kleine boeren en tegen de speeltjes bij hamburgers.

Een boer in India. Raj Patel: "Grote spelers domineren de voedselmarkt." (Foto Bloomberg) A farmer uses a bullock cart to haul a load of wheat during harvesting near Sonipat, India, on Monday, April 18, 2011. India, the second-biggest wheat producer, will export 32,095 metric tons of wheat flour to Maldives in the year ending March, the commerce ministry said. Photographer: Pankaj Nangia/Bloomberg
Een boer in India. Raj Patel: "Grote spelers domineren de voedselmarkt." (Foto Bloomberg) A farmer uses a bullock cart to haul a load of wheat during harvesting near Sonipat, India, on Monday, April 18, 2011. India, the second-biggest wheat producer, will export 32,095 metric tons of wheat flour to Maldives in the year ending March, the commerce ministry said. Photographer: Pankaj Nangia/Bloomberg Bloomberg

„We hebben het einde van de voedselrellen echt nog niet gezien. Integendeel. Dit is pas het begin.”

Hij lacht er vriendelijk bij, de Britse, in de Verenigde Staten wonende voedselactivist Raj Patel (1972). Voor iemand die zich al sinds zijn jeugd boos maakt over voedselkwesties („sinds ik acht was, en hongerende kinderen zag in India”) is Patel opgewekt en wellevend, het tegendeel van boos of verzuurd. Ooit werkte hij als econoom bij de Wereldbank en wereldhandelsorganisatie WTO, maar sinds ruim tien jaar zijn dit juist de instituties waarop hij het onophoudelijk heeft gemunt. Raj Patel is een van de felste critici van wat de meeste consumenten als vanzelfsprekend ervaren: het industriële voedingsstelsel. In zijn boek Stuffed and Starved uit 2008 vergeleek hij dit met een zandloper: bovenaan de consumenten, obees (1 miljard), of hongerend (meer dan 1 miljard). Onderaan de boeren, al even verdeeld en machteloos, en in het midden de boosdoeners in Patels ogen: de machtsconcentratie van de grote boerenondernemingen en voedselbedrijven als Cargill, Nestlé, Unilever, Ahold en Monsanto.

‘Agribusiness’ reduceert, is kort gezegd de stelling van Patel, en met hem van andere voedselcritici en ngo’s. Het ontneemt mensen de kans hun eigen eten te verbouwen en leidt zo tot honger. Het maakt boeren tot landloze oproepkrachten, zorgt voor ontvolkt platteland vol onafzienbare velden maïs of soja en voor eenvormig voorverpakte eten in identieke supermarkten.

Het maakt landen die de concurrentie niet aankunnen geheel afhankelijk van voedselimport. Daar tegenover stellen Patel en de zijnen het rommeliger, kleinschaliger, lokaler maar volgens hen veel veerkrachtiger alternatief dat uitgaat van ‘voedselsoevereiniteit’: zeggenschap van boeren, consumenten en landen over hun eten.

In zijn sjieke hotel drinkt Raj Patel kraanwater uit zijn eigen veldfles – een zwijgende stellingname, want zo heeft hij geen industrieel gebotteld water in een plastic wegwerpfles nodig. „Met voedsel wordt ongelooflijk veel geld verdiend”, zegt hij. „Maar dat succes heeft een keerzijde van uitbuiting en uitsluiting. Uitbuiting van landarbeiders, uitsluiting van boeren van hun land, van mensen die industrieel geproduceerd eten niet kunnen betalen.”

Als het gaat om voedsel staat deze status quo volgens hem steeds meer onder druk. „De protesten komen grofweg van twee kanten”, legt hij uit. „Door de hoge olieprijzen blijven de voedselprijzen hoog. Voedselrellen zijn aan de orde van de dag, al lezen we er niet meer over. Niet alleen in de Arabische wereld, ook in China en India gaan mensen nog steeds de straat op. Zelfs 50,2 miljoen Amerikanen leven nu in voedselonzekerheid. Aan de andere kant is er de alternatieve voedselbeweging, kritische consumenten van allerlei soort, die in de westerse wereld de gevolgen van supermarkteten ter discussie stellen, die boerenmarkten bezoeken, die vragen waar hun eten vandaan komt.”

Westerse winkels brengen steeds meer verantwoorde producten. Zet dat zoden aan de dijk?

„De agrarische hervormingen waar de armsten op aarde behoefte aan hebben, worden niet in gang gezet door winkelgedrag – daarvoor zijn politieke veranderingen nodig. Vandaar mijn lage verwachtingen van fair trade. Natuurlijk koop ik fair trade in plaats van uitbuitende producten – ik kan het me veroorloven om geen uitbuiting op mijn geweten te hebben. Maar het is puur zelfbedrog om te geloven dat je de revolutie in de supermarkt kunt kopen.”

Verwacht u niet te veel van de politiek?

„Mijn verstand is pessimistisch, maar mijn wil is optimistisch. Regeringen zouden voornamelijk de allerarmsten moeten vertegenwoordigen. Ze zouden verspilling van grondstoffen veel actiever kunnen tegengaan. Bedrijven kunnen aan banden gelegd worden. Ik bedoel: cola light met vitamines, waarom zou een bedrijf dat dat soort rommel maakt, de spelregels mogen bepalen?”

Miljoenen mensen ter wereld zijn dol op cola of dromen ervan het te drinken.

„Ja, omdat er miljarden dollars tegenaan worden gegooid om te zorgen dát ze dat willen. Bedrijven die ongezond, milieuvervuilend voedsel produceren zouden geen vrij spel mogen hebben. Daarom maakte ik in San Francisco bijvoorbeeld deel uit van een kleine actiegroep die ernaar streeft om de speeltjes bij McDonald’s Happy Meals weg te halen.”

Meer dan 1 miljard mensen in de wereld lijden nog honger. Waarom is het speelgoed bij een portie friet dan zo belangrijk?

„Het lijkt futiel en humoristisch, maar het is een ernstige zaak. Tegelijk met de fastfoodketens heeft overgewicht zich in de VS verspreid. Een kwart van de kinderen in de VS is ernstig obees, rond 1980 was dat nog 6 procent. De meeste van die kinderen woont in zogeheten food desserts, arme wijken waar alleen fastfoodrestaurants zijn. Hun ouders hebben bijna geen andere keus. Het is immoreel die ouders via hun kinderen nog eens extra onder druk te zetten om slecht te eten. Vorig jaar is in San Francisco een wet aangenomen die stelt dat er geen speeltjes mogen worden aangeboden als het voedsel meer dan 600 calorieën of meer dan 30 procent vet bevat. New York kijkt er ook naar.”

Voedingsgiganten als Unilever en Nestlé laten hun producten certificeren en streven naar een volledig duurzaam grondstofgebruik binnen tien jaar. Stemt dat u tevreden?

„Door de hoge olieprijs bezuinigen ze op energiegebruik, en omkleden dat met een duurzaamheidscampagne. Ze veranderen noodzaak in pr.”

Kleine boeren profiteren over het algemeen niet van de hogere voedselprijzen. Hoe komt dat?

„Het feit dat dat zo is, laat de intense onrechtvaardigheid van het voedingsstelsel zien. Grote spelers domineren de markt, controleren de afzet- en distributiekanalen. Speculatie met voedsel komt daar nog eens bovenop. Het wordt voor lokale boeren steeds moeilijker rendabel te produceren. Ze hebben geen markttoegang, geen infrastructuur, geen kunstmest. Ze zitten vast in slechte contracten. Meestal trekken ze dan naar de stad.”

De bekende ontwikkelingseconoom Paul Collier zegt juist dat we Afrika een inkomen moeten gunnen door westerse landbouwbedrijven er meer te laten investeren.

„Paul Collier gelooft niet in boeren. Hij is een typische agronoom die de wereldvoedselvoorziening wil laten runnen door een paar grote conglomeraten. Jarenlang is dat de politiek geweest van Wereldbank en WTO. Het heeft westerse supermarkten meer producten en corrupte regeringen meer deviezen opgeleverd, maar het heeft ook honderdduizenden boeren van hun land de sloppenwijken ingejaagd. Maar langzamerhand wordt wel duidelijk dat wedden op één systeem niet handig is.”

Patel doelt op het VN-rapport Agro-ecology and the Right to Food uit maart, waarin wordt gesteld dat met ecologische methodes de landbouwopbrengst in tien jaar zou kunnen verdubbelen, terwijl diezelfde methodes ook milieu- en bodemvriendelijker zijn, water besparen en de armoede op het platteland kunnen terugdringen. „Overbevolking, sociale politiek en landbouw grijpen allemaal in elkaar. Als vrouwen meer zeggenschap krijgen over het verbouwen, krijgen kinderen beter te eten. Ook krijgen opgeleide boerinnen minder kinderen en houdt een lokale boerengemeenschap gezinnen bij elkaar.”