In Emmeloord en Urk hebben dammers rust op zondag

Emmeloord en Urk zijn deze maand het decor voor het WK dammen. Behalve op zondag, dan wordt in de Bible Belt niet gesport. „Dat ligt hier heel gevoelig.”

De klanten bij keurslager Ron & Janny Hazevoort (‘verstand van lekker eten’) halen hun schouders op. Een WK in Emmeloord? Nee, ze weten van niets.

Wie honderd meter verder loopt, staat op een groot marktplein, waar de doffe dreunen klinken van de jaarlijkse kermis. Het WK bevindt zich in Hotel ’t Voorhuys. Via een rode loper sta je ineens midden in het epicentrum van het WK dammen.

Op een blauw tapijt staan langs de muur tien tafels, waarachter aan weerszijden twee rode stoelen staan opgesteld. Op tafel ligt een dambord en een tijdklok. Op een meter afstand van de speeltafel hangt een wit lint, dat de bezoekers op afstand moet houden. Er heerst een serene stilte.

De beste twintig dammers ter wereld strijden deze maand om de wereldtitel in Emmeloord en Urk. Geen Amsterdam, Rotterdam of Eindhoven, maar twee bescheiden steden vlakbij het IJsselmeer. Hoe zit dat? „Het komt vooral door de enthousiaste vrijwilligers”, verdedigt Johan Haijtink, voorzitter van de Nederlandse dambond (ruim zesduizend leden). „Ze proberen grote evenementen te houden in Nederland.”

Dit groepje van vier damliefhebbers werkt onder de naam Stichting Aanzet. Zij organiseerden eerder een (geslaagde) wereldrecordpoging blindsimultaan dammen (2005) en haalden ook het WK van 2003, 2007 en 2009 naar Nederland.

De werelddambond stond niet te trappelen het WK weer aan Nederland toe te kennen. Deze eeuw werden vier van de zeven WK’s in Nederland georganiseerd. „Toen ze hoorden dat onze bond honderd jaar bestaat, gingen ze akkoord”, zegt toernooidirecteur Hans Boers, ook aangesloten bij Stichting Aanzet. „We zijn betrouwbaar gebleken. Alles is geregeld; hotel, eten, vervoer.”

Hoe anders was dat in 2009. Brazilië zou gastheer zijn van het WK, maar een week voor aanvang werd de boel afgeblazen. Reden? Geen vergunning. „Een blamage van jewelste”, weet Haijtink. „Iedereen had zijn ticket geboekt.” Boers, nog altijd gepikeerd: „En dat land wil de Spelen houden? Ze kunnen nog niet eens een damtoernooi regelen.”

De dammers komen overal vandaan. Van Oezbekistan tot Brazilië, van Senegal tot Mongolië. De Braziliaan Allan Silva (18) oogt bleekjes. Zijn reis ging via Maranhão, in het noordoosten van Brazilië, naar Rio de Janeiro, naar Lissabon, naar Schiphol en per taxi naar Emmeloord. „Natuurlijk mis ik mijn familie”, zegt Silva. „Maar mijn vader, van wie ik als achtjarige leerde dammen, wilde dit graag. Ik speel voor hem.”

Een tafeltje verder, verscholen achter een kop kruidenthee, zit de kleine Oezbeek Alisher Artykow. Hij is voor het eerst in Nederland. Wat hem hier brengt? „Mijn liefde voor het dammen”, zegt hij verlegen. „Deze sport is als kunst. Ik kan er veel in kwijt: fantasie, dromen en het is geweldig nieuwe combinaties te bedenken.” Artykow (39), tevens damtrainer in zijn geboortedorp, had er een reis van ruim acht uur voor over om aan het WK mee te doen.

„Dammers zijn aparte mensen”, lacht de Russische titelverdediger Alexander Schwarzman (43), die geen moment stilzit. „Ze kunnen zich optimaal concentreren op het damspel, maar in het normale leven valt alle concentratie weg. Als ik voor mezelf spreek: ik ben drie keer wereldkampioen geworden, maar als ik hier naar buiten loop, kan ik binnen tien minuten verdwalen in… hoe heet deze plaats ook alweer?”

„Schwarzman is een aparte”, lacht Boers. Hij herinnert zich een uitje met de dammers, dat afgesloten werd met een diner. Bij het buffet lag een grote meloen, om in stukken te snijden voor het voorgerecht. Schwarzman besloot anders. Hij nam de hele meloen naar zijn tafel en wilde die in zijn eentje opeten. Zijn collega’s waren woedend.

In Emmeloord en Urk, gelegen in de Bible Belt, wordt niet op zondag gespeeld. Boers: „Dat ligt hier heel gevoelig. Als we wel op zondag zouden spelen, hadden we meer problemen gehad met het vinden van sponsors. Zij willen niet met sporten op zondag geafficheerd worden.”

Wiebe van der Wijk (28), woonachtig in Emmeloord, maakt gebruik van zijn zondagsrust. „Zo’n toernooi van drie weken is heel zwaar. Ik ben in de voorbereiding veel in de sportschool geweest. Als je fysiek fit bent, blijf je mentaal ook langer fris.”

Voor de deelnemers ligt 25.000 euro aan prijzengeld in het verschiet. De winnaar krijgt ruim zes mille bijgeschreven. Het totale budget voor het evenement, een paar ton, wordt bijeengebracht door de gemeentes Urk en Emmeloord (ieder 25 duizend euro), de Provincie Flevoland (25 duizend euro) en sponsorgelden.

Je hoort op het WK dammen de hersens bijna kraken. Grijze tinten domineren, en bij sommigen lijkt het scheerapparaat kapot. Stilte overheerst. „Er was eens een man van een jaar of tachtig, die ontzettend veel herrie maakte met een plastic tas”, herinnert toernooidirecteur Boers. „Het kraakte enorm. Ik vroeg na afloop of die speler er iets van gemerkt had. Niets! Hij concentreerde zich volledig op het spel.”