Email

Email is metaal met een kleur erop. In één keer goed gelezen? Dat is knap. Ik lees email al tijden als e-mail, en dat kan ik niet uitzetten. Als ik de zin lees die ik net schreef, dan ziet het er wéér uit als e-mail.

Laatst zag ik het woord emaille staan, en zelfs dat interpreteerde ik als e-mail. Ik dacht dat het op een nepmanier ‘oud’ werd geschreven, zoals je in Amerika wel eens een zogenaamd oud winkeltje hebt dat ‘Ye Olde Shoppe’ heet.

Onlangs werd bekend dat steeds meer mensen e-mail schrijven zonder streepje tussen de e en de m. Dat betekent dat het er uiteindelijk op neer gaat komen dat de officiële spelling van e-mail ‘email’ wordt, en er dus geen enkel verschil meer is tussen email (iemeel) en email (emaj).

Daar zou je natuurlijk depressief van kunnen worden en ik ga ervan uit dat er heus wel een taalbehoudend collectief is dat, ziedend, een manifest aan het opstellen is (‘E-post! E-post! Is dat nou zo moeilijk?!’)

In werkelijkheid zijn leenwoorden natuurlijk een zegen voor de taal. Er zijn, om te beginnen, maar weinig woorden die niet ooit als leenwoord begonnen zijn.

Maar leenwoorden stellen ons ook in staat om onderscheiden te maken die in de oorspronkelijke taal onmogelijk zijn.

Om nog maar eens als voorbeeld e-mail te nemen. Vaak korten we dat af tot ‘mail’. Iedereen weet dat we het dan over e-mail hebben. In Amerika wordt e-mail óók afgekort tot mail, maar daar is dan niet meer duidelijk of het over post of e-mail gaat. „I’ve got to check my mail” kan ook betekenen dat je naar je postvakje moet lopen.

Waarom hebben we ooit trottoir overgenomen terwijl wij toch ook ‘stoep’ konden zeggen? Totaal overbodig. Maar destijds kon je dat zeggen als je wilde laten zien dat je bekakt was. Vandaag de dag is ‘trottoir’ het woord van mensen die zowel bekakt als stokoud zijn. In Frankrijk hebben ze die mogelijkheid niet, want daar zegt iedereen ‘trottoir’.

Hetzelfde met ‘rendez-vous’. Voor een Fransman is dat gewoon een afspraak zonder bijbedoelingen. Eventuele bijbedoelingen moet hij dus op een andere manier overbrengen, terwijl wij daar een prachtig leenwoord voor hebben.

Er zijn mensen die alleen leenwoorden tolereren die strikt noodzakelijk zijn. Dat is een calvinistische taalmentaliteit. Want ook schijnbaar overbodige leenwoorden kunnen de taal nu, of in de toekomst, op een interessante manier kleuren.

Met taal is het: hoe meer hoe beter.

paulien cornelisse