Amerika en China zijn twee handen op één buik

Niet zo lang geleden stonden China en de Verenigde Staten recht tegenover elkaar. Nu lijken de twee landen te veel naar elkaar toegekropen. Hun jaarlijkse strategische en economische dialoog werd onlangs in Washington afgesloten met een reeks kleinere toezeggingen, een paar beloften om dingen te doen die al waren beloofd. Ze liepen met een grote boog om de enige kwestie van belang, waaraan beide partijen zich schuldig maken: het in stand houden van een te lage wisselkoers van hun munt.

Door een vergrootglas bekeken had de dialoog onmiskenbaar succes. China zal officieel de verplichting voor lokale overheden schrappen om Chinese waar te kopen, iets wat president Hu in januari al in beginsel was overeengekomen. Dat moet een markt openen die volgens Chinese cijfers ruim 100 miljard dollar per jaar (70,3 miljard euro) waard is – als de lokale overheden zich tenminste aan de regels houden.

Ook op het punt van de financiële openheid werd een overwinning geboekt. China zal buitenlandse banken mondjesmaat toestaan beleggingsproducten te gaan verkopen. Dat is goed voor de banken, die een markt kunnen aanboren die volgens schattingen met 24 procent per jaar groeit. Het is ook goed voor China, dat dit soort producten nodig heeft voor zijn vergrijzende bevolking. Maar het is een kleine concessie, omdat de positie van de buitenlandse banken in China vooralsnog betrekkelijk klein blijft.

Van de grotere strategische kwesties zijn er een paar zeer hardnekkig. De steun van Peking voor staatsbedrijven, via te goedkope bankkredieten, zal niet zomaar verdwijnen omdat Amerika dat wil. Ook zal Washington niet ophouden China op te roepen meer aandacht te besteden aan de mensenrechten.

Maar op het gebied van de wisselkoersen heeft de dialoog teleurgesteld. De Amerikanen hebben China geprezen omdat de yuan het afgelopen jaar 10 procent in waarde mocht stijgen ten opzichte van de dollar, na verrekening van de inflatie. Maar sinds de vorige strategische dialoog is de yuan in reële termen slechts met 1 procent gestegen ten opzichte van een mandje valuta’s van China’s belangrijkste handelspartners. Die onevenwichtigheid voorziet de Chinese, door export gedreven, economie van brandstof, wat in april heeft geleid tot een handelsoverschot van 11,4 miljard dollar.

Waarom is de wisselkoers van de yuan van de agenda verdwenen? Kijk maar naar de dollarkoers. Die is ook gedaald ten opzichte van de valutakoersen van Amerika’s voornaamste handelspartners – met 10 procent sinds de vorige bijeenkomst met de Chinezen. Het soepele monetaire beleid van de VS speelt daarin een belangrijke rol, waardoor Amerika weinig ruimte overhield om te klagen. Hoewel de strategische dialoog voor de twee landen eindigde met een grote glimlach op het gezicht, hebben de handelspartners van de VS en China weinig reden tot lachen.

John Foley

Vertaling Menno Grootveld