Nog altijd Olympische Spelen van film

Het filmfestival van Cannes beweegt zich tussen een smakeloze affaire en grote kunst. Filmauteurs en pornoboeren – iedereen doet zaken op het festival, dat vanavond begint.

Workers set up a giant canvas of the official poster of the 64th Cannes Film Festival showing U.S. actress Faye Dunaway, on the facade of the Festival Palace in Cannes May 9, 2011. The Cannes Film Festival runs from May 11 to 22. REUTERS/Eric Gaillard (FRANCE - Tags: ENTERTAINMENT)
Workers set up a giant canvas of the official poster of the 64th Cannes Film Festival showing U.S. actress Faye Dunaway, on the facade of the Festival Palace in Cannes May 9, 2011. The Cannes Film Festival runs from May 11 to 22. REUTERS/Eric Gaillard (FRANCE - Tags: ENTERTAINMENT) REUTERS

Met de première van Woody Allens Midnight in Paris begint vandaag het 64ste filmfestival van Cannes. Niet in competitie, maar ideaal voor de opening. Want wat biedt Woody Allen zoal? Een ode aan Parijs, lichtvoetig intellectueel cachet en Hollywoodglamour voor op de rode loper – al zal 43-jarige Franse presidentsvrouw Carla Bruni, die een kleine rolletje speelt, vanavond verstek laten gaan.

Alles wat Cannes, het belangrijkste filmfestival ter wereld, zich kan wensen dus. „Ik ben nu eenmaal een icoon in Frankrijk, zoals slakken”, schrijft Woody Allen. Hij compenseert ook enigszins de magere Amerikaanse inbreng in de competities: die blijft beperkt tot het langverwachte kosmische levensdrama Tree of Life van de oude meester Terrence Malick en Gus Van Sant, in 2003 winnaar van de Gouden Palm met Elephant, in het bijprogramma Un Certain Regard met Restless.

Niet dat Hollywood er echt mee zit dat deze editie van Cannes een Europees onderonsje wordt (ook Azië schittert door afwezigheid). Hollywood is namelijk aanwezig genoeg aan de Boulevard de la Croisette. Voor de grote hotels – Carlton, Grand, Martinez – timmeren werklieden aan grote opstellingen voor geplande zomerhits als Cars 2 en Kung Fu Panda: The Kaboom of Doom. En als altijd is er een gala van een Amerikaanse blockbuster: dit jaar Pirates of de Caribbean 4. Acteur Johnny Depp zal naar verluidt een van de weinige spectaculaire strandfeesten opluisteren – de nieuwe zuinigheid van de kredietcrisis galmt nog steeds na in Cannes.

Voor Hollywood is Cannes van oudsher een etalage: de competities met hun kunstfilms zijn van minder belang. En toch versterkt het elkaar: in Cannes komt de hele filmwereld in mei samen. Genre- en kunstfilm, sterren en ‘auteurs’, handel en staatsinstituten, glamour en diepgang, kopers en verkopers. Het ‘mekka van de cinema’ en een ‘lichtelijk vulgaire bazaar’ tegelijk, aldus regisseur Agnès Varda. Wie verstek laat gaan, heeft een probleem.

De jury van de hoofdcompetitie staat dit jaar onder leiding van acteur Robert de Niro, die al acht keer in Cannes was om films te promoten. De eerste keer in 1974, toen niemand van het publiek de moeite nam om de toen obscure acteur en de beginnende regisseur Martin Scorsese vragen te stellen na afloop van Mean Streets; de organisatie verzekerde het gedeprimeerde duo dat hun film best goed was. Taxi Driver (1976) en The Mission (1986), beide met De Niro, wonnen een Gouden Palm.

Dat maakt De Niro nog niet tot lid van de binnenste cirkel van Cannes. Die wordt gevormd door een select groepje filmauteurs van het kaliber Haneke, Von Trier, Tarantino, Almodóvar. Zij zijn altijd welkom met hun nieuwe werk. Die tendens zette in 1968 in, toen filmmakers uit solidariteit met opstandige studenten in Parijs het festival lam legden door letterlijk in de gordijnen te hangen.

Landen hadden het toen nog voor het zeggen: zij zonden de films in voor de competitie. Cannes was een soort Olympische Spelen voor de film, gericht op broederschap der volkeren. Het festival werd in 1939 opgericht als alternatief voor Venetië, het oudste filmfestival ter wereld. Toen Hitler en Mussolini daar vanaf 1937 druk uitoefenden zodat alleen fascistische propaganda als de documentaire Olympia van Leni Riefenstahl in de prijzen viel, besloot Frankrijk, gesteund door de Britten en Hollywood, een festival van de vrije wereld op te richten. Cannes haalde dankzij een vastberaden lobby van hotelhouders het festival binnen, maar de eerste editie in september 1939 sloot al na één dag vanwege het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Na de doorstart in 1946 bleef Cannes een competitie tussen landen. De Amerikanen en Sovjets hielden elkaar scherp in de gaten, overheden konden bezwaar tegen films aantekenen als ze zich beledigd achten. Zo werd de holocaustfilm Nuit et brouillard in 1955 ingetrokken toen de West-Duitsers pijnlijk getroffen bleken. De directeur, van 1946 tot 1977 Robert Favre le Bret, was een diplomaat die de filmbonzen van de nationale delegaties masseerde.

‘Revolutiejaar’ 1968 veranderde de verhoudingen. Jonge filmmakers wilden niet langer door nationale comités worden uitgezonden en Cannes kreeg een tegencompetitie, de Quinzaine des Réalisateurs. Al snel had de filmpers meer aandacht voor wat daar draaide: in 1969 bijvoorbeeld de hippiefilms Head, The Trip en Easy Rider. Om niet irrelevant te worden, bevrijdde Cannes zich van de invloed van overheden en selecteerde vanaf 1972 zelf zijn aanbod. Uit een aanbod van zo’n duizend films blijven er nu jaarlijks veertig tot vijftig over voor de twee hoofdcompetities.

Het gevolg van het nieuwe systeem is wel een ‘institutionalisering van de auteurstheorie’ genoemd. In Cannes werd de regisseur de ster: de diplomatie draaide voortaan om het masseren van hun ego. Gilles Jacob, directeur tussen 1977 en 2002 en vader van het ‘nieuwe Cannes’, zag zichzelf als een hoofdredacteur die een formule bewaakt. Zaak is een evenwicht te vinden tussen veteraan en nieuwkomer, toegankelijkheid en diepgang. Kwaliteit is een norm, naam telt ook. Cannes heeft een stal met raspaardjes die ook wel eens met een mindere film mogen komen. Gilles Jacob cultiveerde ze als een pater familias. Hij verklapte ooit de Deense regisseur Lars von Trier aan te schrijven met ‘lieve zoon’ en de gebroeders Coen met ‘lieve neven’. Zij noemen hem op hun beurt ‘lieve vader’ en ‘oom’.

Von Trier is de ultieme insider. Recalcitrant, in twee decennia opgeklommen van bijprogramma’s tot de hoofdcompetitie, altijd goed voor schandaal en ruzie: zo schold hij juryvoorzitter Roman Polanski in 1991 uit voor dwerg toen hij geen Gouden Palm kreeg voor Europa. In 2000 kreeg hij eindelijk zijn Gouden Palm voor Dancer in the Dark.

Het valt niet mee om opeens buiten deze magische cirkel te vallen. Zo was de Britse regisseur Mike Leigh diep geschokt toen de nieuwe directeur Thierry Frémaux in het kader van de frisse wind zijn film Vera Drake in 2003 afwees. Toen Leigh met die film de Gouden Leeuw in Venetië won, stond zijn speech bol van sarcastische verwijzingen naar Cannes. Maar vorig jaar was Leigh toch weer in Cannes met Another Year. Voor je film wil je toch het allerbeste.

En beter dan Cannes is er niet, terwijl dat niet vanzelf spreekt. Sinds 1952 speelt Cannes zich af in mei, een beroerde maand om film in de etalage te zetten – in de zomer draaien alleen lawaaiige actiefilms in de bioscopen. De stad Cannes verzette zich evenwel hardnekkig tegen pogingen van de Franse filmindustrie om in februari een ‘festival in regenjas’ te houden. En terecht: de allure van Cannes schuilt deels in zon, strand en bikini. De starlets die in het voetspoor van Brigitte Bardot topless over het strand paraderen, megajachten in de haven, decadente feesten: het hielp Cannes aan een imago van glamour en zedenbederf. Dat mag soms wat uit de hand zijn gelopen. Juryvoorzitter Dirk Bogarde beschreef Cannes anno 1984 als een „smakeloze affaire” gedomineerd door „onaantrekkelijke klanten, porno, tieten en kont, dope en drugs.” Uiteindelijk is zoiets heel nuttig. Het filmfestival van Berlijn mag nog zo lonken naar Hollywood, in vorst en stuifsneeuw in première gaan voelt meer als werk dan aan de zondige Côte d’Azur.

De positie van Cannes als walhalla van auteurscinema én filmbazaar is niet in gevaar. Zeker als de pers zijn verplichte schandalen krijgt opgelepeld. Zal president Sarkozy het ‘genadeloze portret’ La Conquête verbieden, zoals de distributeur vreest/hoopt en is die film de reden dat Bruni niet komt opdagen? Gaat de door dronken, racistische scheldpartijen in opspraak geraakte acteur Mel Gibson in Cannes definitief ten onder met de ongelukkig getitelde film The Beaver? Wordt het Britse Sleeping Beauty, over een prostituee die zichzelf verdoofd aan klanten verkoopt, schandaalhit of mislukking? En hoe zit het met die foto’s van de stervende prinses Diana in de documentaire Unlawful Killing? Over tien dagen weten we meer.