Nederlandse bank jaagt op Europees spaargeld

De Nederlandse overheid staat garant voor de miljarden aan spaargeld als de banken failliet gaan.

De Nederlandse overheid loopt steeds grotere risico’s doordat banken spaargeld aantrekken via bijkantoren in het buitenland. Inmiddels zijn Nederlandse banken meer dan 80 miljard euro schuldig aan Europese spaarders waar de schatkist bij problemen voor zal moeten opdraaien. Nederlandse banken garanderen op dit moment tot 100.000 euro dat de consument zijn geld terugkrijgt, mocht zijn bank omvallen. Als banken die schade niet kunnen opvangen, zal de overheid volgens deskundigen moeten inspringen.

„Nederland volgt precies dezelfde route als IJsland met de expansie van internetspaarbanken in het buitenland”, waarschuwt hoogleraar monetaire economie Ivo Arnold. „Als er in het buitenland een run komt op een van de grote banken, zullen de andere dat nooit kunnen betalen. De overheid zal dus, net als toen het in IJsland misging, moeten bijspringen bij eventuele problemen.” De Rekenkamer waarschuwde er eerder voor dat het zicht op risico’s rond buitenlandse bijkantoren beperkter kan zijn dan op de vestigingen in het binnenland, terwijl de garanties hetzelfde zijn.

Sinds het begin van de kredietcrisis trok ING Direct, de grootste Nederlandse internetbank, een kwart meer spaargeld aan in Europa. Van het spaartegoed van 145 miljard euro valt circa 60 miljard euro onder het Nederlandse depositogarantiestelsel waarbij andere banken borg staan.

Minister De Jager ontkende vorige week dat de Nederlandse overheid hierdoor een latente verplichting heeft. Hij wijst erop dat alle banken in Nederland failliet moeten gaan, eer staatsgaranties worden aangesproken. „Een volstrekt onrealistisch scenario.” Hoogleraar Arnold verwerpt die redenering. „Als een van de grote banken omvalt, kunnen de anderen dat nooit opvangen.” (NRC)