Het sportersego en meer redenen waarom de bijnaam verdwijnt

Mike Tyson sits on the canvas at the end of round six after Ireland's Kevin McBride pushed him to the mat during their heavyweight boxing fight at MCI Center in Washington June 11, 2005. Tyson's corner asked the referee to stop the fight, giving McBride the win. REUTERS/Gary Hershorn PICTURES OF THE YEAR 2005
Mike Tyson sits on the canvas at the end of round six after Ireland's Kevin McBride pushed him to the mat during their heavyweight boxing fight at MCI Center in Washington June 11, 2005. Tyson's corner asked the referee to stop the fight, giving McBride the win. REUTERS/Gary Hershorn PICTURES OF THE YEAR 2005 'Iron' Mike Tyson in de nadagen van zijn bokscarrière. Foto Reuters / Gary Hershorn

Waar zijn de tijden van ‘Magic’ Johnson, en de ‘Mailman’ (levering gegarandeerd), Babe Ruth en Crazy Legs Elroy Hirsch? Voorgoed verleden tijd, is de strekking van het NYT-artikel Like Magic, Great Sports Nicknames Are Disappearing.

En dat is jammer, want een bijnaam “geeft een sporter etherische status en plaatst hem op een platform waardoor kinderen ervan kunnen dromen om zoals hem te zijn,” zo overdrijft de manager van de showbasketballers Harlem Globetrotters het belang van een alias.

Maar waarom ontstaan bijnamen niet meer? Simpel. “Hoe kun je nog affectie voelen met iemand die 16 miljoen dollar per jaar verdient”, zegt Ed Lawson, oud-voorzitter van de American Name Society. Volgens hem typeert de teloorgang van de bijnaam het verlies aan intimiteit en identificatie met de sporter. De commercie probeert in het ontstane gat te springen, maar de voor marketingdoeleinden opgelegde bijnamen beklijven niet - behalve dan ‘Air’ Jordan.

Krantenjournalisten, die van oudsher vaak bijnamen muntten, verliezen bovendien aan importantie. En de band met teamgenoten, die ook vaak garant staan voor gevatte aliassen, is minder hecht dan vroeger toen er tijdens tripjes met het team nog geen digitale afleidingen bestonden.

En tenslotte is er nog het hedendaagse ‘ego’ van sporters. Zij zouden zich in deze tijd niet langer kunnen verenigen met humoristische en onflatteuze bijnamen. Dat is jammer, vindt ‘namen-deskundige’ Ernest Abel. “Bijnamen, goed of slecht, werden gegeven omdat de sporter ons iets deed. Het tegenovergestelde van liefde is niet haat, maar onverschilligheid.”