De boerin: zeg megastal en je maakt ons zwart

Nederland moet discussiëren over megastallen. Maar boeren zitten niet op dat maatschappelijke debat te wachten. „Het is een verloren zaak.”

Nederland, Ulicoten, 24-03-11 Kalveren en kippen bedrijf van de familie Adams. © Foto Merlin Daleman
Nederland, Ulicoten, 24-03-11 Kalveren en kippen bedrijf van de familie Adams. © Foto Merlin Daleman

Hels kabaal. Rudi Adams (40), boer in Ulicoten, staat in zijn schuur asperges te schillen, met de aspergeschilmachine. „Voor de luie huisvrouwen, hè. Die doen dat zelf niet meer.” Verlegen lachje. Hij wil niemand beledigen, hoor. Helemaal niet erg dat huisvrouwen daar geen zin in hebben. En hij verdient er mooi wat extra aan.

Wat hij van de megastallendialoog vindt die staatssecretaris Bleker wil beginnen. We vragen het aan hem omdat we in april over zijn boerderij hebben geschreven: een kalver-, kuiken- en (in het seizoen) aspergeboerderij in de dorpskom van Ulicoten, vlak bij Baarle-Nassau, bijna in België.

De gemeente wil dat hij daar weggaat (stank, fijnstof), maar op de nieuwe grond die hem was toegewezen mag hij van de provincie niet bouwen. Komt door de acties van het Burgerinitiatief Megastallen Néé. Rudi Adams heeft geen megastal, maar zijn buurvrouw – vooraanstaand lid van het Burgerinitiatief – zegt: wie weet wat zijn plannen zijn. En: sowieso zijn boeren gevaarlijke vervuilers.

Goed. Wat vindt Rudi Adams van die dialoog?

„Ik?”, zegt hij.

Ja, hij.

„Ik vind niks.”

Echt niet?

„Ik zie liever een gewone boer dan een grote boer.”

Waarom?

„...”

Rudi Adams heeft liever dat zijn vrouw het woord doet. Monique Prins heet ze en nu komt zij aan de telefoon.

„Dialoog?”, roept ze boven het lawaai van de aspergeschilmachine uit. „Waarover dan? Wat valt er nog te praten?”

Ze zoekt een rustiger plek en denkt ondertussen na. Dan zegt ze: „Ik ben tegen megastallen, maar wie gelooft ons nou? Wij zijn bestempeld als megastal, want dat is de beste manier om ons zwart te maken. En nu is iedereen tegen ons. Het is een verloren zaak.”

In april zei Rudi Adams dat dit de tijd van burgers tegen boeren is. Burgers verhuizen van de stad naar het platteland en zien dat het boerenleven niet de idylle is die ze in gedachten hadden. Dus: opstand.

Hij zuchtte er diep bij en zei dat de boeren pas van die opstand verlost zullen raken als er weer een keer honger is. „In de oorlog hoorde je niemand over ons klagen.”

Wat hebben Rudi Adams en Monique Prins tegen megastallen?

„Er zit er hier een in het dorp”, zegt Monique Prins. „In Baarle-Nassau zit er ook een. Ze bouwen maar bij en bij, de ene stal na de andere, allemaal vol met varkens.”

Ja? En? Zouden zij dat zelf dan ook niet willen?

„Nee, nee, nee”, zegt Monique Prins. „Wij willen gewoon de kost kunnen verdienen. Wij zijn een gezinsboerderij en dat willen we blijven.”

De buurvrouw van Rudi Adams en Monique Prins, het vooraanstaande lid van het Burgerinitiatief Megastallen Néé, heet Sonja Borsboom. Ze was vanochtend niet te bereiken, maar in april zei ze dat ze vecht voor de toekomst van Nederland. De intensieve veehouderij in Nederland, zei ze, moet verdwijnen. En als Nederlandse boeren daardoor niet meer kunnen concurreren met de rest van de wereld: ontzettend jammer. „Het zou niet de eerste keer zijn dat een industrie uit Nederland verdwijnt. Textiel en scheepsbouw doen we ook niet meer. En we bestaan nog steeds.”

Waarom noemt ze de boerderij van haar buren een megastal terwijl die dat niet is?

„Ze zouden eerst veel groter worden. Pas toen wij in actie kwamen, werden ze weer kleiner.”