Alva naast een Maori kunstwerk

Het nieuwe Antwerpse Museum aan de Stroom (MAS) is een complex museum.

Stukken uit verschillende Antwerpse musea worden met elkaar ‘geconfronteerd’.

Het gebouw is verbluffend en het uitzicht is spectaculair. Maar kan het Museum aan de Stroom in Antwerpen, kortweg MAS, ook binnen de museummuren zijn ambities waarmaken? Dat bleef lang een vraag.

De opdracht was niet eenvoudig: het museum moest de collecties van zeer uiteenlopende Antwerpse musea herbergen én de geschiedenis vertellen van de wisselwerking tussen de Scheldestad en de rest van de wereld. De curatoren namen de ongewone beslissing om collecties van het Nationaal Scheepvaartmuseum, Volkskundemuseum en Museum Vleeshuis – vroeger geen publiekstrekkers wegens hun wat stoffige reputatie – niet los van elkaar te presenteren.

Ze besloten (kunst-)voorwerpen te combineren aan de hand van vier thema’s: Machtsvertoon, Wereldstad, Wereldhaven, Leven & dood. Binnen die thema’s moesten ook een collectie etnografische objecten en de unieke verzameling precolumbiaanse kunst van Dora Janssen een plaats krijgen.

„Vernieuwend”, noemt inhoudelijk coördinator Leen Beyers de keuze om de vaste collectie te tonen aan de hand van thema’s in plaats van geografie of tijdvakken. Maar ze vindt het niet onlogisch. „Het spreekt het hedendaagse publiek meer aan. Mensen reizen veel, hebben al een algemeen beeld van Azië. Ze zitten niet te wachten op een hele verdieping over een werelddeel.”

De opdeling lijkt kunstmatig, maar draait volgens Beyers rond ‘universele thema’s’ uit alle collecties. „Bij het inventariseren bemerkten we veel voorwerpen rond machtsvertoon: in de ene collectie machtsvoorwerpen die met de geschiedenis van Antwerpen te maken hebben, in de andere machtsvoorwerpen uit niet-Westerse culturen. Dat machtsobjecten uit andere werelddelen zich in Antwerpse collecties bevinden, heeft trouwens ook alles met macht te maken; met kolonisatie, handel en diplomatie.”

Per thema en verdieping ontwierp het architectenbureau B-architecten een totaal verschillende, maar telkens indrukwekkende scenografie. Voorwerpen uit diverse streken en periodes worden visueel tot een geheel gesmeed. Zo sluit een gouden nis waarin de machtsstrijd tussen Willem van Oranje en Alva centraal staat, naadloos aan op twee koepels waarin prestige in de Japanse en Afrikaanse maatschappij tot de 19de eeuw wordt toegelicht. Enkele meters verder beland je als bezoeker echter in een installatie van de hedendaagse Maori-kunstenaar George Nuku. Een verdieping hoger worden flarden van Belgiës koloniale verleden verwerkt in de geschiedenis van de Antwerpse haven, via schermen met getuigenissen van een Congolese matroos. De bovenste twee verdiepingen zijn iets soberder en klassieker qua indeling, misschien omdat de getoonde stukken op zich, onder meer de Dora Janssen-collectie, al indrukwekkend genoeg zijn.

In het hele museum gaat veel aandacht naar de wijze waarop individuele voorwerpen worden getoond. Of het nu gaat om een scheepsmodel of een eeuwenoude beeldengroep uit Latijns-Amerika; de belichting en presentatie in het MAS zijn vaak uitzonderlijk en zonder storende zichtbare beveiliging.

Carl Depauw, directeur van het MAS, omschrijft die omgeving als de creatie van „een Alice in Wonderland-gevoel” – bezoekers moeten zich kunnen verwonderen over objecten, waarna ze zelf bepalen of ze meer informatie willen. Die kunnen ze krijgen via onder meer uitschuifbare vitrines of de app op een (te huren) smartphone.

Het museum kan zich veroorloven te focussen op enkele veelzeggende stukken omdat een deel van hun immense magazijn is omgebouwd tot een gratis te bezichtigen ‘kijkdepot’. Dat het museum mikt op de ‘totale’ ervaring van de collectie blijkt ook uit de soundscapes waarlangs elke bezoeker bij het binnenwandelen van een thema wordt geleid.

Beyers erkent dat het MAS een complex museum is, moeilijk om in zijn geheel te bevatten. Zelfs in de tijdelijke expositie op de vijfde verdieping worden de meest uiteenlopende topstukken uit verschillende Antwerpse musea, van Rubens tot Jan Fabre, met elkaar ‘geconfronteerd’. „Dat brede perspectief van het MAS heeft met de haven te maken. Het gaat over de stad, de stroom én de wereld. Wij zijn een groot museum. En mensen moeten meekrijgen dat ze hier keuzes moeten maken.”

Duidelijk is dat MAS naast een landmark in de presentatie van erfgoed vooral een landmark van de stad Antwerpen zal worden. De trots van de Antwerpenaren op ‘hun’ museum zit in vele details: de werken van lokale jongeren die de schachten van de roltrappen sieren, de 3.185 zilverkleurige handjes op de gevel van het gebouw die ‘verkocht’ worden aan particulieren als sponsoring en vlot over de toonbank gaan.

Iedereen kan dagelijks tot middernacht gratis het dak op om van het uitzicht op de stad genieten. En hoewel het twee-sterrenrestaurant op de negende verdieping niet voor de gemiddelde ‘sinjoor’ is weggelegd, vormt de mogelijkheid om voor het museum te picknicken op het mozaïek van Luc Tuymans een waardig alternatief.

MAS gaat op 17 mei open. De opening wordt voorafgegaan door een feestelijk openingsfestival van 13 tot 16 mei. Inl: www.mas.be