Zo instabiel als Libië, en met kernwapens

Of Al-Qaeda nu sterk of zwak is doet er weinig toe in Pakistan.

Zonder vrede met India en Afghanistan zal de militante islam gepromoot blijven.

De Pakistaanse oud-minister Babar (Binnenlandse Zaken) vertelde mij hoe hij al in 1973, onder premier Bhutto, Afghaanse mujahedeen-groeperingen trainde, om hen te kunnen inzetten in Afghanistan. Dat was zes jaar voordat de Sovjets voet in Afghanistan zetten. Later hielp Babar bij het opzetten van de Talibaan.

De Pakistanen vreesden dat de Sovjet-Unie, dat toegang zou willen tot de Indische Oceaan, een as van het kwaad zou vormen met India. Het militaire establishment in Pakistan voelt zich voortdurend bedreigd, vooral door India en Afghanistan. Het heeft, als overlevingsstrategie, een beleid ontwikkeld met drie pijlers, door een Pakistaanse journalist „het beleid van de drie A’s” genoemd: Army, Allah en America.

Al in 1947 raakte Pakistan voor het eerst in conflict met India over Kashmir. Twee oorlogen volgden. Etnische rivaliteit en regionale verschillen verscheurden Pakistan. In 1971 splitste Oost-Pakistan zich af, met hulp van India. Het Pakistaanse leger werd vernederend verslagen. Oost-Pakistan werd Bangladesh. De vrees voor meer chaos is sindsdien groot. Het resterende Pakistan kent diverse afscheidingsbewegingen, chronische armoede en corruptie – genoeg reden tot zorg.

In het verlies van Oost-Pakistan ligt het begin van het gearrangeerde huwelijk tussen Pakistans mullahs en militairen. Het leger stond bekend als een seculier georiënteerd instituut, maar bij gebrek aan nationale cohesie heeft het leger de islam gepromoot als bindmiddel en als deel van de Pakistaanse identiteit.

De strijd om Kashmir gaat over territorium, maar wordt gebracht als islamitische ‘jihad’. Een cultuur van religieuze correctheid ontstond, soms met surreële uitingen. Een leraar die zijn leerlingen uitlegde dat de ouders van de profeet Mohammed uiteraard geen moslim konden zijn geweest, werd beschuldigd van godslastering.

India weigert elk gesprek over Kashmir. Het land blijft aartsvijand nummer één voor Pakistan. Ook in het westen van Pakistan hangen donkere wolken. De grens met Afghanistan werd in het koloniale tijdperk dwars door Pathaanse stammengebieden getrokken. Nog altijd wordt gevreesd dat de Pakistaanse Pathanen zich aansluiten bij Afghanistan, of erger. Alle Pakistaanse generaals vrezen de roep om onafhankelijkheid voor de Pathanen.

Dat is de reden dat de geheime dienst ISI al sinds begin jaren zeventig een Pathaan van eigen keuze aan de macht wil helpen in de Afghaanse hoofdstad Kabul. Na de val van het communistische regime in Afghanistan, in 1992, werd Kabul met de grond gelijk gemaakt tijdens gevechten tussen mujahedeen-facties. Pakistan steunde de Hezb-e-Islami-partij van de Ghilzai-Pathaan Gulbuddin Hekmatyar. Het lukte Hekmatyar niet om aan de macht te komen. In 1995 werd hij gedumpt, ten faveure van de Talibaan. Hij vluchtte naar Iran. De Talibaan kregen van Pakistan strategisch advies, communicatiemiddelen, wapens en troepen bij belangrijke offensieven. In oktober 2001 evacueerden Pakistaanse vliegtuigen duizenden Talibaan en Al Qaeda-aanhangers uit Kunduz.

Het mag duidelijk zijn dat het islamiseringsexperiment is mislukt. Militante groeperingen versplinteren. Ze worden steeds gewelddadiger. Sultan Amir Tarar, die gold als de godfather van de Afghaanse Talibaan, werd in januari gegijzeld en gedood door de Pakistaanse Talibaan (TTP).

Na de dood van Osama bin Laden liet diezelfde TTP weten dat de Pakistaanse legerchef Kayani, president Zardari en premier Gillani op de hitlist voortaan boven de Amerikanen staan. Die lijst is lang. Sinds de zomer van 2007 wordt een terreurcampagne van aanslagen gevoerd. Die zijn gericht tegen politie, leger, rechterlijke macht, willekeurige burgers in moskeeën, universiteiten, hotels, de markt en cricketspelers.

Het leger blijft met vuur spelen. Een hooggeplaatst lid van de Haqqani-groep bezocht nog maar enkele maanden geleden Bin Laden in Abbottabad. De Haqqani’s zijn sinds de jaren tachtig verbonden met Bin Laden. Hun link met Al-Qaeda weerhoudt Pakistan niet van steun, ook al worden de Haqqani’s beschuldigd van een bomaanslag op de Indiase ambassade in Kabul in 2009.

In Pakistans optiek moet India worden tegengewerkt. India heeft sinds 2001 flink gewonnen aan politieke en economische invloed in Afghanistan, dankzij goede relaties met de door Pakistan gehate Noordelijke Alliantie. De Haqqani’s gelden als bruikbaar gereedschap, zeker nu het moment nadert dat de internationale troepen zullen vertrekken uit Afghanistan. Pakistan moet Afghanistan bovendien beschikbaar hebben als achterland mocht India ooit Pakistan binnenvallen.

WikiLeaks lekte enkele weken geleden documenten waaruit bleek dat de Amerikaanse regering de Pakistaanse ISI al in 2007 had bestempeld als terroristische organisatie. Toch lijkt het leger voorlopig onaantastbaar. Pakistaanse generaals weten dat de Amerikanen nooit de band met hen zullen doorsnijden. Zoals Brookings-analist Stephen Coll schreef: Pakistan is too big to fail.

Strategisch ligt Pakistan in een regio waar de Verenigde Staten graag een voet aan de grond houden. Het land kent belangrijke energievoorraden. Het is een buurland van de opkomende grootmachten India en China. Pakistan is ongeveer zo instabiel als Libië, maar dan met kernwapens. Met dat nucleaire arsenaal gijzelt Pakistan de rest van de wereld.

The Washington Post berekende in januari dat het aantal Pakistaanse kernwapens de afgelopen jaren is verdubbeld, naar meer dan honderd. De Pakistaanse defensieattaché Nazir Butt bevestigt die aantallen niet, maar verontschuldigt zich allerminst. „We zullen nooit onze veiligheid uit het oog verliezen”, zei hij. We live in a tough neighbourhood.

Antoinette de Jong is medewerker van NRC Handelsblad. Ze reist veel door Pakistan en Afghanistan.