Wat wil de EU ermee bereiken?

De Europese Unie wil met de financiële hulp „stabiliteit, welvaart en democratie” in haar buurlanden bevorderen. Het doel is om een zone van bevriende en stabiele landen te creëren aan de zuidelijke en oostelijke rand van de EU. Daarbij richt de Unie zich op twee soorten landen: voormalige Sovjet-staten in Oost-Europa en de Kaukasus; en de Arabische landen en Israël in het Middellandse Zeegebied.

Sommige landen van de eerste groep zijn uiteindelijk EU-lidstaten geworden, of zullen in de toekomst kandidaat-lidstaat worden. Maar dit geldt niet voor de landen in de tweede groep, op Turkije na dan.

De EU heeft met ieder land dat geld krijgt op grond van het hulpplan ENP een zogeheten associatieverdrag getekend. Deze verdragen bevatten regelingen voor handel en hulp, naast een ‘actieplan’ voor hervormingen in het betreffende land. Algerije, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Marokko, de Palestijnse Gebieden en Tunesië hebben zo’n akkoord gesloten. Met Syrië zijn de onderhandelingen afgerond, maar het associatieverdrag is nog niet ondertekend. De onderhandelingen met Libië waren begonnen in 2008, maar zijn door de volksopstand en de daaropvolgende burgeroorlog in de ijskast gezet.