Vaak gaat het net goed, soms gaat het net mis

De Belgische wielrenner Wouter Weylandt overleed gisteren na een val in de Giro. Hoe gevaarlijk is wielrennen? En is er voldoende aandacht voor veiligheid van renners?

In het gedrang van een massasprint. Op de kasseien van Parijs-Roubaix. Of tijdens afdalingen in de Tour, Giro of Vuelta. Valpartijen zijn er in het wielrennen altijd geweest. Tragische ongelukken ook. Gisteren overleed de Belgische renner Wouter Weylandt na een val in de Giro. Vier vragen over het gevaar van de sport.

1Hoe gevaarlijk is het wielrennen eigenlijk?

Jaarlijks belandt een op de vier wielrenners in het ziekenhuis als gevolg van een val, becijferde de Amerikaanse schrijver Daniel Coyle in 2003. Vaak loopt het net goed af. Zo schoof de Duitse renner Jens Voigt in de Tour de France van 2009 tijdens een afdaling in de Alpen onderuit op een wegmarkeringsstreep. Hij bleef roerloos liggen, maar bleek later ‘slechts’ wat botbreuken en een hersenschudding te hebben.

De Spaanse renner Pedro Horrillo van de Rabobankploeg was in de Giro van hetzelfde jaar uit de bocht gevlogen en in het ravijn gestort, tachtig meter naar beneden. Hij raakte zwaargewond. En in de eerste Pyreneeënrit van de Tour in 2001 kwam de Nederlandse renner Bram de Groot zwaar ten val tijdens een afdaling. Omdat hij na het ongeluk niet meer bewoog, werd voor het ergste gevreesd. Maar ook toen ging het om een hersenschudding.

Toch gaat het soms echt mis. De Italiaan Fabio Casartelli kwam op18 juli 1995 in de Tour tijdens een afdaling ten val en botste met zijn hoofd tegen een betonnen muurtje. De 24-jarige renner overleed kort daarna. In 2003 overleed Andrei Kivilev na een zware val in de etappekoers Parijs-Nice.

2Worden er voldoende veiligheidsmaatregelen genomen?

Risico’s zijn in het wielrennen niet uit te sluiten en horen volgens sommigen bij het imago van de sport. Tot het ongeluk van Kivilev in 2003 reden wielrenners zelfs regelmatig wedstrijden zonder valhelm. Daarna stelde de internationale wielerunie UCI een helmplicht in. Maar tegen de val die Weylandt maakte, bleek geen helm bestand. De snelheid waarmee hij tegen het asfalt smakte, zeker 70 kilometer per uur, was te groot. En een helm beschermt het hoofd nooit helemaal.

3Hoe hard gaan wielrenners naar beneden tijdens afdalingen?

Op hun twee dunne, keihard opgepompte en gladde bandjes bereiken de renners snelheden tot wel 80 of 90 kilometer per uur. Een hoopje zand, een plas of wat olie op de weg kan levensgevaarlijk zijn. Gisteren ontstond het gevaar doordat er een grote groep renners gezamenlijk naar beneden reed. Dat maakt de afdaling onoverzichtelijk: renners in het peloton fietsen vlak bij elkaar, met enkele centimeters afstand. Sturen doe je op de renners voor je, de weg zie je bijna niet.

4Is de Giro gevaarlijker dan andere wedstrijden?

In 2009 protesteerden de renners in de Giro na de val van Horrillo en een finish met tramrails in de weg. Sindsdien zijn de aankomsten veiliger geworden. Maar organisator Angelo Zomegnan blijft streven naar spektakel en maakt zijn ronde graag zwaarder dan de Tour en de Vuelta.

Te zwaar, vindt de ervaren Belgische wielerverslaggever Michel Wuyts. „Hij schotelt de renners een bovenmenselijk parcours voor.” Volgens Wuyts kwam de bergetappe gisteren te vroeg: de Giro was pas drie dagen bezig, waardoor iedereen het tempo nog kon bijhouden en het hele peloton tegelijk aan de onoverzichtelijke afdaling van de Passo del Bocco begon. Daar raakte Wouter Weylandt met zijn linkertrapper een muurtje langs de weg.

De Belgische renner Maarten Wynants, die de Giro niet rijdt, beklaagde zich gisteren over de wedstrijdorganisatoren. „Ze zijn er ver mee gekomen, met hun hang naar spektakel”, zei hij cynisch. Wrang is ook een sms’je dat Weylandt zelf afgelopen zondag naar zijn zaakwaarnemer stuurde. De koers was te gevaarlijk, schreef hij.

Dolf de Groot enMaarten Scholten

Peloton rouwt om Weylandt: pagina 34-35