Bezorgde ouder wordt digitale spion

Op internet staan kinderen bloot aan veel gevaren: pedofielen, drugsdealers en pestkoppen. Ouders kunnen het doen en laten van hun kinderen op het net volgen dankzij speciale software. Mag dat? En: is het zinvol?

In de chatroom zit een sexual predator te wachten tot je dochter binnenkomt. Op MSN staat een drugsdealer klaar om een afspraakje met haar te plannen. Op Hyves wordt ze gepest en op haar mobieltje stromen sms’jes van loverboys binnen.

Het is allemaal mogelijk, en jij kan het niet controleren. Frustrerend. Je wilt weten wat je kind uitspookt. Je hebt geprobeerd erover te praten, maar ze ontwijkt iedere vraag. Wat kun je doen?

Spioneren.

Dat is heel makkelijk. De mobieltjes en de computers die voor problemen zorgen, bieden ook veel mogelijkheden om bij te houden wat je kinderen uitspoken.

Je eigen kinderen bespioneren klinkt als iets voor Amerikanen, met hun neiging tot overbescherming van hun kinderen. Maar ook in Nederland breken bezorgde ouders in op de computers van hun kinderen. Een aantal van hen komt terecht bij John, van de Spywebshop. John wil niet met zijn achternaam in de krant.

De Spywebshop verkoopt spionagesoftware die inloggegevens, chatsessies, berichtjes via Hyves, e-mails en bezochte websites registreert. Er zit een ‘keylogger’ in die exact bijhoudt wat er getypt wordt en de ouders krijgen geregeld een mailtje met een rapportage. Het pakket draait in stealth mode: het is niet te zien dat het op de computer staat.

John verkoopt de spionagesoftware zo’n acht keer per week, zegt hij aan de telefoon, waarvan zo’n twee keer per week aan bezorgde ouders. „Je hebt ook heel veel jaloerse partners.” Zelf gebruikt hij de software voor zijn jonge zoon. „Die weet dat niet, nee. Kinderen mag je afluisteren tot en met 18 jaar.” 

Spywebshop verkoopt ook spy phones voor ouders die willen weten waar hun kind uithangt. Voor 1.200 euro bouwt John de telefoon van je kind om, zodat je met een andere telefoon zijn of haar sms’jes kunt lezen en gesprekken kunt afluisteren. Als de spionagetelefoon op standby staat, kun je het geluid in de ruimte afluisteren. Met de gps-functie is goed te zien waar de telefoon is. „Op de twee meter nauwkeurig.” Dat product verkoopt John niet zo vaak, circa één keer per maand.

Wie dat alles veel te duur vindt, kan ook stiekem de iPhone van z’n kind aanmelden bij MobileMe, de locatieservice van Apple. Op het web wordt die toepassing volop besproken. Er bestaan bovendien allerlei goedkope losse ‘spy-apps’ die een handige ouder zelf kan installeren.

Het zijn vaak ouders van jonge tieners, tot 15 jaar, die bij hem komen, zegt John. Zijn klanten zijn „gemiddelde mensen”, zegt hij. „Hoogopgeleiden durven het niet aan.”  Soms kijken of luisteren ouders hun kind met diens medeweten af, zegt John. Maar meestal niet.

Het klinkt veilig: precies weten wat je kinderen doen, zonder dat ze dat weten. Maar mag het ?

Nee. In ieder geval: niet zomaar. Het College Bescherming Persoonsgegevens wijst op het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, dat Nederland ondertekend heeft. In artikel 16 staat: ‘Geen enkel kind mag worden onderworpen aan willekeurige of onrechtmatige inmenging in zijn of haar privéleven, in zijn of haar gezinsleven, zijn of haar woning of zijn of haar correspondentie.’

Iedereen moet dit recht op privacy respecteren, dus ook ouders en voogden, benadrukt het CBP. Het College adviseerde de Europese Commissie in 2009 dat kinderen niet „om redenen van beveiliging” te maken mogen krijgen met „overmatig toezicht dat hun autonomie zou beperken”. De Kinderombudsman, die sinds 1 april bestaat, wijst er bovendien op dat kinderen recht op briefgeheim hebben. „Dat geldt ook voor e-mails.”

Maar tegelijkertijd heeft een kind recht op bescherming tegen misbruik. Ouders moeten daarom een evenwicht vinden tussen privacy en veiligheid, vindt het CBP.

Gerechtvaardigd of niet, is je kind bespioneren een goed idee?

Ja, vindt Douwe Buurlage. Hij is vader en grootvader en werkt aan een ‘kinderbrowser’ met internetfilter en een keylogger. Toen een meisje van zestien in zijn familie opeens een afspraakje had gemaakt met een man van 43 via MSN, realiseerde hij zich hoe gevaarlijk internet is voor kinderen.

Buurlages kinderen zijn goed geïnstrueerd door hun vader, zij weten precies waar hún kinderen op internet uithangen en wat ze schrijven. De kleinkinderen weten zelf niet dat ze gemonitord worden. Buurlage: „Daar is discussie over, dat weet ik. Maar ik vind dat je verplicht bent je kinderen te controleren. Jij bent verantwoordelijk. Ze komen gemakkelijk bij troep, er zijn veel smeerlappen.”

Stiekem controleren lijkt Peter Nikken, bijzonder hoogleraar Mediaopvoeding aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, géén goed idee. „Mijn advies is om een vertrouwensband met je kind op te bouwen. Dat je vertelt wat je gaat controleren en waarom. Je gaat toch ook niet zonder medeweten de dagboeken van je kind lezen? Je hoeft echt niet alles te weten.”

Het grote voordeel van openheid en vertrouwen is volgens Nikken dat als er iets misgaat, de kans groter is dat het kind het zelf vertelt.

In sommige gevallen vindt Nikken het verdedigbaar dat ouders ongevraagd chatgeschiedenissen opvragen of mails lezen. „Als een kind zich terugtrekt, depressief wordt en problemen op school krijgt, dan is het belangrijk om dingen boven tafel te krijgen.”

Voor stiekem spioneren zijn er allerlei alternatieven voorhanden. Nikken: „Ouders doen er beter aan zich te interesseren voor hun kinderen en met ze te praten over hoe ze zich profileren op internet en wat er leuk is aan sommige sites. Veel scholen bieden ouders online toegang tot recente schoolresultaten, roosterwijzigingen en spijbelmeldingen, via systemen als Magister. Ouders kunnen hun kind een profiel op Facebook of Hyves toestaan op voorwaarde dat zij – onder valse naam of niet – vriend mogen worden. Ze kunnen een keertje in de geschiedenis van de browser kijken naar opgezochte sites of de ‘parental control’-functies van Windows zelf gebruiken. En ze kunnen praten over een filter- en monitorprogramma op de computers thuis.

Kinderen zijn impulsief, zegt Nikken, en er is niks mis mee als je ze een beetje in de gaten houdt. „Installeer zo’n pakket en bespreek dat met je kind.” Doe je dat niet, dan loop je het risico dat je kind er ooit achter komt en zich verraden voelt.

Het Nederlands Jeugd Instituut: lijst met software op nji.nl

Mijn Kind Online: over techniek en mediaopvoeding, op mijnkindonline.nl

Douwe Buurlage bouwde een keylogger en een bètaversie van een kinderbrowser. Te downloaden van evenweten.nl