Misstanden op het hbo? Vertel me eens wat nieuws

Het hbo zit vol „gaten”, zegt de staatssecretaris eindelijk.

Maar de rotheid van het systeem is al jarenlang zichtbaar.

De kranten staan bol van stukken over de lage kwaliteit van de Nederlandse hbo-opleidingen. De staatssecretaris heeft inmiddels door dat „er gaten in het systeem zitten”. Dat is dan rijkelijk laat, want het rotte systeem had zich toch al veel eerder geopenbaard. Laat mij u ter illustratie de volgende geschiedenis vertellen:

Het zal rond 2006-2007 geweest zijn dat een van de technische opleidingen van Inholland voor haar periodieke accreditatie stond. De opleiding stond er niet best voor: de beroepssector morde, de studenten klaagden en het docentencorps was kwalitatief aan het leeglopen. De voorbeelden daarvan lagen voor het oprapen – zo was er een brief van een docent waarin hij zijn studenten meedeelde dat ze zojuist een voldoende hadden gekregen, maar dat ze die beslist niet verdienden. En de directie gaf de schuld steevast aan de omstandigheden: zoals een fusie en een verhuizing, alsof ze die niet zelf eerst hadden gecreëerd. Men had het voortdurend over kwaliteitsslagen en verbeterplannen.

En wat deed de school verder om het accreditatieproces in goede banen te leiden? Die schreef ronkende „zelfevaluatierapporten” gebaseerd op flauwe enquêtes, die men „metingen” noemde, en die soms amper werden ingevuld – met in een bepaald geval een respons van iets van 4 op een steekproef van, ik meen, 75. Kritische personen werden zorgvuldig weggehouden van de accreditatiecommissie, en het hele machtsapparaat van het instituut werd ingeschakeld om de boel te redden.

Wij van de beroepenveldcommissie, een adviesraad die bestaat uit beroepsbeoefenaars, dachten dat zo’n accreditatie-instelling daar wel doorheen zou kijken. Wij hadden namelijk het naïeve idee dat zo’n instelling onafhankelijk was, dat het een soort overheidsinstelling zou zijn. Maar dat was een misvatting, het bleek gewoon een bedrijf dat was ingehuurd door de school. En zo’n bedrijf brengt blijkbaar een advies uit aan de NVAO, de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie, die namens de overheid de onderwijsinstellingen uiteindelijk accrediteert. Maar toch was het advies van dit accreditatiebedrijf negatief. En wat deed de school? Die gaf de accreditieopdracht aan een ander accreditatiebedrijf, dat wel een positief advies uitbracht.

De beroepenveldcommissie, behept met een groot verantwoordelijkheidsgevoel voor onze beroepssector, heeft deze merkwaardige gang van zaken meermalen aangekaart bij die NVAO. Nooit enige reactie gekregen. Vervolgens onder de aandacht gebracht van het Ministerie van Onderwijs – 9 januari 2007 – waarop het antwoord kwam dat men niks kon doen, men „gaf in overweging dit te melden bij het bestuur van de NVAO”. Trouwens, in die tijd zijn er door de SP nog Kamervragen over de kwaliteit van deze opleiding gesteld, die met nietszeggende antwoorden van de toenmalige staatssecretaris zijn afgedaan.

Afijn, het is allemaal geschiedenis, kort hierna is onze kritische beroepenveldcommissie door de opleiding verzocht om op te stappen. O ja, en wat deed de opleiding toen: ze stelde vrolijk een nieuwe beroepenveldcommissie aan en ging over tot de orde van de dag.

En nu – 2011 – heeft de staatssecretaris dus door „dat er gaten in het systeem zitten”, en toont de bestuursvoorzitter van Inholland, die destijds nota bene zelf voorzitter van de HBO-raad was, zich geschokt door het resultaat van het onlangs openbaar geworden onderzoek van de Onderwijsinspectie. Maar men heeft boter op het hoofd. De lage kwaliteit is geen nieuws, de gedesavoueerde opleidingen zijn geen uitzondering: het zat ingebakken in een systeem, een systeem waar heel veel mensen en instellingen bij betrokken zijn geweest. En de rotheid van dat systeem is al jarenlang zichtbaar, althans, voor diegenen die niet bewust de andere kant op gekeken hebben.

H.J. Koelman was van 1997 tot 2006 lid van de beroepenveldcommissie van een technische opleiding van Inholland.