Zeilen à la carte

Wie geld in het water wil gooien, koopt een zeilboot. Wie wereldwijd zonder zorgen zeilen wil, huurt er een.

Na vijf maanden op de wal zet een hijskraan Katina op een mooie voorjaarsmiddag in het water. Ze drijft, maar daar is alles mee gezegd.

Na een uurtje sleutelen geeft de monteur zijn vonnis: vervuilde brandstof. Ik wist natuurlijk wel dat er algen kunnen groeien in diesel die lang stilstaat. En dat er deze winter sneeuw in de tank gelekt moet zijn, verbaast me ook niet; dat haarscheurtje bij de vuldop was me al opgevallen. Maar dat nu alle slangen, filters en pompmembramen vervangen moeten worden, is even slikken. „Je kunt dit maar op één manier doen, en dat is het goed doen”, zegt de monteur, net iets te monter.

Het leek een prachtige deal. Een jachtje van 32 voet, bijna 10 meter. Zeewaardig, uit de tijd dat zeilboten nog in, niet op het water moesten liggen. Goed onderhouden, zo op het oog. Ze heette naar de vrouw van de Duitse eigenaar, die eerst was gescheiden („She got ze house, I got ze boat”) en nu ook van zijn boot afwilde.

We waren snel akkoord. En we hadden een mooi zeilseizoen. Maar ook werd snel duidelijk wat de lopende kosten zijn van een scheepje van dertig jaar oud. En dan bedoel ik niet de aankopen van nautisch hang- en sluitwerk, lijnen en landvasten, zeekaarten, kledingstukken en het vervangen van permanent overboord vallende brillen. Nee, in het eerste jaar dat we met Katina voeren – die naam lieten we maar zo – was er geduvel met de schroef, moest de verstaging vernieuwd en bleek een oud maar nog bruikbaar voorzeil alsnog onbruikbaar. Bij elkaar een bedrag dat hevig doet verlangen naar het vakantiegeld op de salarisstrook. En dat bovenop de kosten van een ligplaats, winterberging en verzekering komt.

Het bezit van een boot lijkt soms geld in het water gooien. Een enkele roestvrijstalen harpsluiting kan zomaar een paar tientjes kosten. Geen wonder dat sommige watersporters hun huisdealer „de juwelier” noemen. Een vriend schrijft dat veel zeilers tegenover zichzelf en hun partners ontkennen dat ze te veel geld aan hun boot besteden. „Dat moet jij je ook aanleren, anders krijg je snel wroeging.”

Voor wie dat niet wil of kan, maar wel langere tochten op zee wil maken, is er altijd de mogelijkheid een zeilboot te huren. Die zijn er in alle maten en comfortklassen, in een warm of wisselvalliger klimaat, met schipper of zonder (‘bareboat’), als schip-alleen, of – voor wie van groepsreizen houdt, en van sangria en overspel – als onderdeel van een ‘flottielje’. Kijk om een indruk te krijgen van de talloze mogelijkheden achterin de Waterkampioen of een blad als Yachting Monthly, google op ‘charter’, ‘sailing’ en ‘yacht’, of ga naar een verzamelsite als zeiljachthuren.nl.

Wie deze zomer een boot wil huren, moet nu boeken. De verkoop van nieuwe zeilboten is door de financiële crisis hard geraakt. Maar de huurmarkt lijkt de dip van 2009 ruim te boven. Bij zeilvakantiereuzen als Sunsail en Nautilus, in populaire vaargebieden als de Middellandse Zee en de Caraïben, is het drukker dan ooit.

Het is een overzichtelijke formule. Je reist naar de jachthaven van je keuze, of het nu in Lefkas, Grenada of Lemmer is, en stapt aan boord van het bestelde schip. Je weet wat het kost en je weet dat je alleen daarvoor betaalt. Zeker zo aantrekkelijk is, dat je het vaargebied wereldwijd voor het uitzoeken hebt. Met een eigen schip in, zeg, Zierikzee kom je in een vakantie niet veel verder dan de Noordzee en het Kanaal. Daar is trouwens niks mis mee, want dat is een groot en gevarieerd gebied. Wie houdt van een paar seizoenen op één dag, van haventjes die vol- en leeglopen met het tij, en van navigeren in drukke scheepvaartroutes, verveelt zich daar nooit. Maar slechts een vliegticket scheidt je van azuurblauwe baaien en barbecuen onder de sterren (en van de venijnige meltemi die uit het niks kan opsteken en een glad Grieks zeetje in een heksenketel verandert, maar dat zeggen ze er in de folder niet bij).

Een huurschip met karakter vinden is mogelijk. Ik bewaar warme (en koude, natte) herinneringen aan het IJsselmeer en de Waddenzee met een Brits klassiek vissersscheepje, en met een Grinde, een Deens ontwerp dat in elke haven gespreksstof opleverde. Overal ter wereld varen klassieke zeilschepen en jachten die je kunt huren. Meestal met schipper en bemanning, en dat geldt zeker voor de superrijken die hun jachten verhuren buiten de tijd dat ze er zelf mee varen. Aan de bovenkant van die markt: Rosehearty, de 56 meter lange tweemaster van mediamagnaat Rupert Murdoch, met zijn ‘stunning interior by famous French designer Christian Liagre’ heb je voor 314.000 dollar per week. Kaal.

Om te ‘genieten van de privacy en vrijheid die moeilijk te vinden zijn in een hotelvakantie’, zoals Nautilus het noemt, komen de meeste huurders echter onvermijdelijk uit bij een Bavaria, Bénéteau Océanis of Jeanneau Sun Odyssey; jachten van tussen de tien en vijftien meter, niet al te spartaans, niet al te oud, maar ook nauwelijks te onderscheiden van die andere witte rompen aan de steiger. De nautische variant van een CenterParcs-bungalow.

Is dat toch te onpersoonlijk? Dan zijn er, net als bij vakantiehuisjes allerlei tussenvormen tussen huren en kopen, zoals timesharing, dat ‘fractional sailing’ heet. Voor een vast bedrag per maand koop je met een klein aantal anderen een aandeel in je ‘eigen’ schip, dat je moet boeken als je wilt varen.

En als dat toch duur en ingewikkeld klinkt, is er altijd nog ‘het nieuwe zeilen’, zeggen Mark Saurens en Marnix Mulder, die net hun bedrijfje Dutch Sailing Events zijn begonnen. „Wij kennen de meeste zeeën, wij huren boten op mooie plekken, waarop je kunt aanmonsteren als groep of alleen, en we gaan als schipper mee voor de veiligheid en de gezelligheid”, zegt Mulder.

Hij is net terug van een tocht met een groep van Barcelona naar Ibiza en terug. Het afgelopen weekeinde deed hij een cursus navigatie op de Waddenzee en voor volgend weekeind is er een Noordzee-oversteek gepland van Nieuwpoort in België naar Ramsgate. DSE bezit één schip, een stevige Baltic 43, en huurt naar believen boten elders op „lekker weer-locaties”.

‘Het nieuwe zeilen’, dat wel enigszins op het oude zeilen lijkt, heeft in elk geval niet de nadelen van een eigen boot: onderhoud, kleine actieradius en het vinden van een bemanning. Het is zeilen ‘à la carte’. „En verhuurmaatschappijen vinden ons interessant”, zegt Mulder. „Wie een paar keer met ons is meegeweest, gaat daarna zelf een boot huren.”