Miljoenen aan ontwikkelingsgeld in jeans die niks opleveren

Samengesteld beeld van de website van Kuyichi.

Ontwikkelingsorganisaties als Solidaridad, ICCO en Cordaid hebben de afgelopen jaren miljoenen geïnvesteerd in een commercieel spijkerbroekenbedrijf dat sinds de oprichting in 2001 nog geen winst heeft weten te maken.

De verliezen van dat bedrijf, Kuyichi in Haarlem, namen de afgelopen jaren toe van 1,5 miljoen in 2008 tot 5,5 miljoen vorig jaar, bij een omzet van nog geen 10 miljoen euro.

Geld was bestemd voor Peruaanse katoenboeren

Een deel van het geld van de ontwikkelingsorganisaties was bestemd voor Peruaanse, biologische katoenboeren die zich verenigden in een coöperatie van producenten en daarmee mede-eigenaar van Kuyichi werden. Maar het aandeel marginaliseerde van 33 procent bij de oprichting tot 4 procent nu, zo legt NRC-redacteur Esther Rosenberg uit.

“Kuyichi zou met duurzame spijkerbroeken een afzetmarkt zijn voor het biologisch katoen van de Peruaanse boeren, dat met minder water en pesticiden wordt gemaakt dan conventioneel katoen. Maar geen spijkerbroek van het merk was ooit van Peruaans katoen en ook voor de T-shirts en vesten werd na 2006 gebruik gemaakt van katoen uit andere landen.”

“De spijkerbroeken voldeden ook niet aan minimale eisen voor duurzame jeans, namelijk dat ze van biologisch katoen zijn gemaakt en in elkaar worden gezet in fabrieken die aantoonbaar goed voor hun werknemers te zorgen.”

Eigenaar Wim Strik van de Tunesische fabriek die van 2001 tot 2006 alle spijkerbroeken van het bedrijf maakte, verklaart telefonisch aan Rosenberg dat geen enkele van de jeans en jacks van Kuyichi in zijn fabriek van biologisch katoen is gemaakt.

“Ik had het geweten als dat wel zo was.”

Volgens voormalig directeur Tony Tonnaer van Kuyichi zijn de eerste biologische spijkerbroeken van het bedrijf nog wel in die fabriek gemaakt, twee types voor de zomercollectie van 2005.

Fabriek besteedt uit aan niet-gecertificeerde naaiateliers

De Tunesische fabriek van Strik zou niet alle overuren van zijn werknemers uitbetalen. Ook de Tunesische fabriek waar Kuyichi nog steeds jeans laat maken, heeft nooit kunnen aantonen goed voor zijn werknemers te zorgen. De Turkse fabriek waarnaar een deel van de productie sinds kort is overgeheveld wel. Rosenberg:

“De Turkse fabriek heeft dat aangetoond, maar die besteedde de productie door drukte uit aan niet-gecertificeerde naaiateliers. De jeans uit de lente- en zomercollectie van Kuyichi die nu in de winkels liggen zijn in die naaiateliers gemaakt. Kuyichi zegt dat de fabriek heeft gegarandeerd dat naaiateliers waarvan ze eventueel gebruik maken, gecertificeerd zijn.”

Aandeelhouders investeerden 20 miljoen

Aandeelhouders investeerden de afgelopen jaren circa 20 miljoen euro in Kuyichi. Ze benadrukken dat het ontwikkelen van eerlijke, duurzame jeans nu eenmaal tijd en geld kost. Organisatie Made-By dat bijhoudt hoe duurzaam de kleding van het bedrijf is zegt dat het aandeel biologische katoen in de kleding toenam tot 69 procent van de collectie in 2009. Een nieuwe directeur beloofde in 2011 een omzet te realiseren van 24 miljoen euro bij een verlies van een half miljoen euro. Die verwachtingen zijn inmiddels bijgesteld naar een omzet van 21 miljoen euro en een verlies van een miljoen.