Nationale rouw als hij verliest

Pacquiao is de beste bokser ter wereld en de populairste persoon in zijn land.

Het leven van de ‘Nationale Vuist’ is hét voorbeeld van de Filippijnse droom.

**CORRECTS LAST NAME TO MOSLEY** Manny Pacquiao turns to the crowd after arriving at the MGM Grand casino and hotel, Tuesday, May 3, 2011, in Las Vegas. Pacquiao will defend his WBO welterweight title against Shane Mosley on Saturday. (AP Photo/Julie Jacobson)
**CORRECTS LAST NAME TO MOSLEY** Manny Pacquiao turns to the crowd after arriving at the MGM Grand casino and hotel, Tuesday, May 3, 2011, in Las Vegas. Pacquiao will defend his WBO welterweight title against Shane Mosley on Saturday. (AP Photo/Julie Jacobson) AP

De Filippijnse straten zijn uitgestorven komende zondagochtend. De criminaliteit keldert en communistische rebellen leggen tijdelijk hun wapens neer. Het hele land verschanst zich voor de grote schermen die buurthoofden op veldjes neerzetten. Want om 10 uur ’s ochtends Filippijnse tijd vecht de ‘Nationale Vuist’: Manny Pacquiao, de beste bokser ter wereld en met afstand de populairste persoon in de Filippijnen.

Sinds Pacquiao (32) op zijn negentiende zijn eerste wereldtitel won als vlieggewicht (lichtste klasse) van 50 kilo, lukt het hem als enige bokser ooit wereldtitels te veroveren in acht verschillende gewichtsklassen. Het leverde hem de felbegeerde titel op van pound-for-pound wereldkampioen: de beste bokser ter wereld, gecompenseerd voor gewicht. Dit weekend verdedigt Pacquiao, nu rond de 67 kilo, in Las Vegas zijn wereldtitel in de weltergewichtsklasse van de Wereld Boks Organisatie, tegen de 39-jarige Amerikaan Shane Mosley.

„Er zal een periode van nationale rouw komen als hij verliest”, zegt de Filippijnse sportcolumnist Recah Trinidad en auteur van het boek Pacific Storm: Dispatches on Pacquiao of the Philippines. „Hij wordt gekoesterd als een nationale schat. Het is de eerste keer dat we zo’n held hebben geproduceerd.” Hij geeft het volk hoop, zegt hij. Eindelijk zien ze een Filippijn die de wereld kan veroveren. „Vooral voor mensen in de onderklasse heeft hij veel betekenis. Zij zien zichzelf als winnaars door hem.”

Het leven van Pacquiao (spreek uit: Pakjauw) is hét voorbeeld van de Filippijnse droom. Hij groeide met vijf broertjes en zusjes op in een straatarm gezin op het zuidelijke eiland Mindanao, dat al decennialang wordt verscheurd door burgeroorlog. Zijn vader verdween al vroeg met een andere vrouw en rond zijn twaalfde stopte Pacquiao uit geldgebrek met school om donutsen en sigaretten te verkopen. Zodat zijn moeder een mond minder hoefde te voeden, stapte hij op zijn veertiende stiekem op een boot naar Manila.

In de hoofdstad werkte Pacquiao als dagloner in de bouw, sliep geregeld op straat, leed honger. En hij bokste. Voor 2 euro prijzengeld vocht hij semi-legale wedstrijden in achterbuurten. Een gevaarlijke business, waar hij collega’s het loodje zag leggen. Na de dood van een goede vriend besloot hij op zijn zestiende professional te worden. Hij stopte zijn zakken vol gewichten om het minimumgewicht van 48 kilo te halen en won al snel zijn eerste wedstrijden.

Zijn carrière kreeg vaart toen hij in 2001 de Wild Card Gym van bokscoach Freddie Roach in Los Angeles binnenliep, die ook bokskampioenen Mike Tyson, Oscar de la Hoya en de Nederlandse Lucia Rijker trainde. Pacquiao had intussen al drie wereldtitels behaald. Na een paar klappen zag Roach wat voor talent hij voor zich had. „Jee, wat kan deze kerel slaan, dacht ik. Wat een ongelooflijke kracht”, zegt Roach in een interview met dagblad Manila Bulletin.

Roach leerde de linkshandige bokser zichzelf beter te verdedigen, in plaats van alleen klappen uit te delen. Hoewel hij steeds zwaarder werd, behield hij zijn snelheid. Sparringpartners vertellen dat een klap van Pacquiao door de kracht en snelheid voelt als een explosie. „Hij is nog steeds geen perfecte verdediger, hij heeft zwakke plekken. Maar hij maakt het meer dan goed met zijn aanvallende stijl”, zegt Trinidad.

Tot grote vreugde van zijn landgenoten bleef Pacquiao ondanks zijn internationale sterrenstatus in de Filippijnen. Dat is bijzonder, in een land waar ruim acht miljoen burgers hun geluk overzees zoeken als dienstmeisje, zeeman of ingenieur. De vader van vier kinderen heeft een groot huis in General Santos, nota bene in het door ontvoeringen en schietpartijen geplaagde eiland Mindanao.

Want Pacquiao blijft vóór alles een Filippijn. Zijn staf moet bij elke maaltijd zorgen voor een bord witte rijst, anders is zijn maaltijd niet compleet. Hij heeft een boerderij gebouwd voor zijn vechthanen, een typisch Filippijnse hobby. Net als zingen; in 2009 gaf hij een concert nadat hij net twaalf rondes had gebokst. En hij is een vrome katholiek. Voor een gevecht draagt een priester de mis op en na elke wedstrijd bezoekt hij de Basiliek van de Zwarte Nazarener in Manila voor een dankgebed.

Hij is zo gehecht aan mensen om zich heen dat hij altijd reist met een staf van zo’n dertig man, van wie de favoriet aan zijn voeteneind slaapt.

Sinds vorig jaar zit multimiljonair Pacquiao (inkomen vorig seizoen 42 miljoen dollar) in de politiek, nadat hij een zetel in het Filippijnse Congres won. Bij de verkiezingen in 2007 verloor hij nog omdat kiezers vreesden dat de politiek hun held zou afleiden van het vechten. Hij studeerde eerst een paar maanden hoe de politiek werkt en omringt zich met goede adviseurs, vertelt politiek analist Benito Lim. Sindsdien verblijdde hij zijn kiesdistrict met een ziekenhuis voor de armen, een gratis boksschool en programma’s om banen te creëren. Betaald van zijn eigen geld.

Columnist Trinidad denkt dat ‘Pacman’ nog een jaar of twee door zal vechten en hopelijk stopt voor hij onherstelbaar gewond raakt. Trinidad vreest alleen dat zijn entourage hem niet met pensioen laat gaan. Die verdient immers goed aan ‘het bedrijf’ Pacquiao. En het Filippijnse volk? „Zij hebben hun deel van de glorie gehad, en zijn bereid om hem te laten gaan.”