Loeren in het lab wordt ruzie over geld en macht

Ronald Gerritse, sinds maandag eerste man van financieel toezichthouder AFM, is met de tram één halte verwijderd van zijn grote concurrent, De Nederlandsche Bank.

In de praktijk is dat een hele afstand. De AFM, voluit de Autoriteit Financiële Markten, is een daverend succes. Toezicht in het consumentenbelang dat vroeger niet bestond, is nu onmisbaar. Vijftien jaar geleden werkten bij haar voorganger, de Stichting Toezicht Effectenverkeer, 27 mensen. Nu staan 515 voltijdbanen op de AFM-begroting 2011.

De AFM is nieuwkomer in het financieel toezicht. De uitdager. De Nederlandsche Bank (DNB) is het establishment, de elite.

De benoeming van Gerritse, voorheen topambtenaar op het ministerie van Financiën, was onomstreden. Buiten zijn salaris om dan: rond 290.000 euro bruto, ongeveer gelijk aan dat van Hans Hoogervorst, zijn voorganger. Hoogervorst leverde ten opzichte van zíjn voorganger Docters van Leeuwen 16 procent in.

De benoeming van de opvolger van president Nout Wellink bij De Nederlandsche Bank per 1 juli is daarentegen een voorbeeld van verlammend leiderschap. Een kabinet dat financieel toezicht serieus neemt, maakt van een DNB-benoeming geen partijtje paalzitten. En een Tweede Kamer die financieel toezicht serieus neemt, nodigt de nieuwe AFM-chef vooraf uit voor een hoorzitting over zijn plannen en de relatie met de DNB. Opdat we niet nogmaals de twee controleurs ernstig van mening zien verschillen over de bekwaamheid van een bankbestuurder, zoals Gerrit Zalm overkwam na het DSB-bankroet.

Nieuwkomer Gerritse had in die hoorzitting vragen kunnen beantwoorden over een ingrijpende uitbreiding die de AFM wil: toezicht op de productontwikkeling in de financiële wereld. Loeren in het financiële lab. En bij een „evident ongeschikt en schadelijk” product doortastend optreden, zoals minister De Jager (Financiën) onlangs aan de Kamer schreef. Oftewel: het product elimineren. Dat kan al voordat een beroepsprocedure is afgerond.

Het is de droom van elke toezichthouder. Ingrijpen als het product van de band loopt. Zoals de Voedsel- en Warenautoriteit, die al in het laboratorium komt testen of de nieuwe Magnum een ongezond dikmakertje is, of de Inspectie voor de Gezondheidszorg, die tijdens de operatie meekijkt.

Of de AFM meer macht krijgt, wordt in het najaar duidelijk. Maar gezien de anti financiële elite stemming in de Kamer zou het kunnen, wellicht in wat afgezwakte vorm.

Hier tekent zich het verschil af tussen AFM en DNB. Voor De Nederlandsche Bank is een financiële instelling een schip, een olietanker zo u wilt. Daarom wil zij zo dicht mogelijk bij de kapitein en de stuurman staan: op de brug, met zicht op de machinekamer.

Maar de AFM denkt vanuit de consument en loert in de schappen van de financiële supermarkten, zoals banken, verzekeraars en geldbeheerders. Kijken alleen blijkt niet voldoende – zie de boetes over de verkoop van hypotheekproducten. Zie ook het failliet van DSB en de klachtenregen over haar producten en soms exorbitante provisies.

Vanuit de AFM bekeken heeft intenser toezicht zijn eigen logica. De AFM-mensen die het gaan uitvoeren, worden straks de ultieme kenners, die de financiële wereld graag zal wegkopen (en dus door de AFM beter betaald moeten worden om leegloop te voorkomen).

Nieuwe ruzies met DNB liggen voor het oprapen. Als de AFM een product uit de schappen van een bank haalt, ontketent dat vanzelf wantrouwen tegen alles dat die bank aanbiedt. Wie wil daar dan nog geld hebben?

En wie mag het vertrouwen dan proberen te herstellen? De Nederlandsche Bank.

MENNO TAMMINGA