Journalisten, activisten en oppositie verontwaardigd over Wob-plan Donner

Wetten zijn als worstjes. Je kunt maar beter niet zien hoe ze gemaakt zijn. Met dat argument verdedigt minister Donner (Binnenlandse Zaken) zijn plan om het zogeheten Wob’en in te perken. Pers en politiek zijn woest.

Piet Hein Donner. Foto NRC / Roel Rozenburg

Wetten zijn als worstjes. Je kunt maar beter niet zien hoe ze gemaakt zijn. Met dat argument verdedigt minister Piet Hein Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) zijn plan om het zogeheten Wob’en in te perken. Pers en politiek zijn woest.

Voor de goede orde: de Wet  Openbaarheid van bestuur (Wob) houdt in dat een burger het recht heeft om de documenten in te zien die ten grondslag liggen aan het reilen en zeilen van de overheid. Journalisten hebben deze wet soms nodig om de burger te informeren over zaken die voorlichters niet willen prijsgeven. Met een Wob-verzoek kunnen overheden gedwongen worden informatie prijs te geven die hun politiek niet welgevallig is. Probleem: de overheid bepaalt wat welgevallig is. En dat terwijl journalisten graag in de keuken kijken. Zij willen weten hoe de worstjes gemaakt zijn. Wie een aandeel heeft gehad in het eindproduct. En dat verklappen aan hun lezers en kijkers. Disputen in achterkamertjes zijn immers interessanter dan persberichten. Simpelweg omdat belangen interessanter zijn dan politieke besluiten.

De rede die Donner hield op 3 mei, De Dag van de Persvrijheid, begon juist met verzoenende woorden. “Wees gerust, ik zal het feestje niet verstoren met kritiek en lelijke opmerkingen over de pers en journalisten”, zei hij. “In de afgelopen zeven jaren heb ik geleerd ze te waarderen, net zoals u de politiek steeds meer leert waarderen.”

Van een feeststemming was al gauw geen sprake meer, getuige de reacties van journalisten en oppositie. In het kort eerst even de kern van Donners rede. Hij vindt dat journalisten het ambtelijk apparaat overvragen met verzoeken tot het openbaren van overheidsinformatie. In zijn woorden: “Wob-verzoeken zijn nu soms een ´schot hagel´ in de hoop dat één korreltje raak is.” Tientallen ambtenaren zouden volgens Donner dagelijks bezig zijn met de verzoeken, terwijl ze wel wat beters te doen hebben. Ook brak hij een lans voor ‘beleidsintimiteit’:

“Overheidsbesluitvorming betreft doorgaans het afwegen van belangen, het beslechten van conflicterende opvattingen en het vinden van een compromis bij fundamenteel verschillende uitgangspunten. Om die reden heeft overheidsbesluitvorming niet zelden ook een aspect van onderhandelen. Al die aspecten zijn niet gediend met openbaarheid van de voorbereiding van en beraadslagingen over besluiten.”

Regentesk, luidde de kritiek. Wie denkt de minister wel dat hij is om te bepalen wat de burger wel en niet mag weten? Hoe de minister de Wob-procedure wil beknotten, moet hij nog bekend maken. Maar dat weerhoudt betrokkenen (politici, journalisten, activisten) er niet van om hem op andere gedachten te brengen.

Rejo Zenger, burgerrechtenactivist (nrc.next, 6 mei 2011)

“Het is niet aan Donner om te beslissen of de overheid voldoende openheid geeft, dat is aan de burger. Het gebrek aan openheid uit eigen beweging is de voornaamste reden voor de vele omvangrijke verzoeken waar de minister het over heeft. Niet de inperking van openbaarheid, maar het inspelen op de behoefte van de burger is een oplossing voor het probleem dat hij ziet.

Brenno de Winter, onderzoeksjournalist (o.a. voor PowNed) en beheerder van Bigwobber.nl

“Wat mij steekt is dat de burger gestraft wordt voor de onkunde, incompetentie en onmacht van de overheid met ICT. Wob-verzoeken zijn veel werk, meent Donner. Maar in Noorwegen vraag ik zeer regelmatig documenten op die ik soms binnen het uur krijg. Want daar is een goede digitale administratie en zijn alle documenten met een druk op de send-knop te versturen. In Nederland kreeg ik onlangs drie brieven en moest ik 56 dagen wachten, zodat een bestuursorgaan mij drie pagina’s kopie kon sturen. Ik had gevraagd om de documenten digitaal aan te leveren, maar dat konden ze niet.”

Arendo Joustra, hoofdredacteur Elsevier

“Informatie van de overheid is niet van de overheid, maar van de burger die de overheid immers betaalt. Informatie die de overheid verzamelt en produceert zou automatisch beschikbaar moeten komen voor de burger en daarmee voor de journalistiek. In het stiekeme landje dat Nederland nog steeds is, gebeurt dit niet. Ten onrechte. Dat de uitvoering van de openbaarheidswet Donners ambtenaren tijd en geld kost, komt doordat informatie niet direct beschikbaar wordt gesteld.”

Mariko Peters, parlementariër GroenLinks

“Nederland heeft een gesloten bestuurderscultuur die de laatste jaren meer en meer geslotener is geworden. Bestuurders als minister Donner die bang zijn voor misbruik van de Wob, miskennen de waakhond functie van de journalistiek. In een open, echt openbaar bestuur zou al dat Wob’en niet nodig zijn. Dat moet de ambitie zijn van dit kabinet.”

Thomas Bruning, algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging voor Journalistiek (NVJ)

“Het is in onze ogen van groot belang om toegang te krijgen tot een proces dat vooraf gaat aan de besluitvorming. Anders kun je de macht niet controleren.”

Birgitta Jonsdóttír, voormalig woordvoerder klokkenluiderssite WikiLeaks

“Ongelooflijk dat een minister op de Dag van de Persvrijheid zegt dat hij vrijheid van informatie te duur vindt en dat journalisten het bestuur minder zouden moeten bekritiseren. Echt absoluut schandalig. Wetten zijn als worstjes, zei hij; mensen kunnen maar beter niet weten hoe ze worden gemaakt. Guess what? Dat moeten we juist wel weten! Stel je voor dat bestuurders vergaderen over een nieuwe milieuwet en aluminiumproducenten laten meepraten.”

Minister Donner moet zijn rede na het meireces toelichten in de Tweede Kamer. Mariko Peters van GroenLinks heeft een debat aangevraagd.