Wrok wordt lekker koel geserveerd

Inside Job schetst de oorzaken van de kredietcrisis.

De docu overtuigt het meest waar wordt uitlegt hoe het zo gruwelijk misliep.

Scene uit de film Inside Job (2011) FOTO: Sony Pictures
Scene uit de film Inside Job (2011) FOTO: Sony Pictures

In Rusland ging de volgende grap over het neoliberale bewind van president Jeltsin. „Ons beleid heeft mensen rijk gemaakt”, zegt Jeltsin op een verkiezingsbijeenkomst. „Ik heb hier de lijst met namen.”

Wat konden we in het Westen in de jaren negentig monkelen om die gangsterachtige Russische elite die hun land onder het neoliberale credo schaamteloos plunderde. Intussen gebeurde in het Westen iets soortgelijks, maar minder openlijk. En toch lijkt Amerika nog niet genoeg te hebben van het economische medicijn dat het de wereld sinds de jaren tachtig zo zelfbewust opdrong.

In de met een Oscar bekroonde documentaire Inside Job doet Charles Ferguson met ingehouden woede verslag van hoe het zover kwam: de overname van Washington door Wall Street onder het presidentschap van Reagan, waarna de politiek de financiële wereld bevrijdde van de spelregels die na de crisis van 1929 wijselijk waren ingesteld. Gevolg: een escalerende rij financiële zeepbellen, culminerend in de kredietcrisis van september 2008.

We kampen nog steeds met de gevolgen van een veredeld piramidesysteem dat schuld rondpompte in steeds complexere ‘financiële derivaten’ tot dat niet langer kon. Weinig wijst erop dat de lessen zijn geleerd. Onder Obama dicteert Wall Street als vanouds het financiële beleid, is de schuld elegant op de belastingbetalers afgewenteld en resteren er nog minder spelers in de bankwereld dan voorheen. De daders – Ferguson beschouwt de belangenverstrengeling tussen financiële, politieke en academische elites als crimineel – hielden hun buit en zinnen op nieuwe plundertochten.

Misschien is er nog een crisis nodig voordat het komt tot nieuwe regulering, of desnoods een moreel reveil. Financier George Soros heeft daar in Inside Job de beste vergelijking voor. Markten tenderen niet naar evenwicht, zoals neoliberalen ons verzekeren. Ze zijn inherent instabiel. Regels zijn als tussenschotten in een supertanker, die ervoor zorgen dat olie in zwaar weer niet gaat golven en het schip doet kapseizen.

Inside Job overtuigt het meest waar Ferguson uitlegt hoe het zo gruwelijk misliep. Hij leunt daarbij op cassandra’s die al ver voor de crisis voor systeemfouten waarschuwden. ‘Daders’ laten zich moeilijker interviewen. Verstandig: interviews eindigen vaak in gênant schutteren bij de messcherpe vragen van Ferguson. „Kan de microfoon even uit?” Het mantra: de financiële markten zijn zo „ongelofelijk complex”, niemand kon het voorzien. Terwijl Inside Job vele experts naar voren schuift die wel problemen zagen. Het was gewoon profijtelijker niet te luisteren.

Inside Job hapert even als Fergusons woede overkookt. Dan wil hij aantonen dat investeringsbankiers ook nog nare, ijdele haantjes zijn, verslaafd aan gokken, prostitutie en cocaïne. Dat zal zo zijn, maar Inside Job werkt het best waar hij zijn wrok koel serveert en het morele oordeel aan de kijker overlaat.

Inside Job

Regie: Charles Ferguson. In: Kriterion, Amsterdam, tevens gelijktijdige dvd-release.****