Toes blijft strijdbaar na verlies rechtszaak

Het is mislukt, de poging van Jac. Toes om bij de rechter duidelijkheid te krijgen over wat het Nederlands Letterenfonds precies bedoelt wanneer men besluit op grond van een gebrek aan „literaire kwaliteit” een beurs niet toe te kennen. Vooral misdaadauteurs – van wie Toes er één is – hadden reden zich gediscrimineerd te voelen omdat juist zij vaak buiten de subsidieboot vielen.

Niet dat het Toes daarom ging, het ging om de onduidelijkheid. De eis was dat er „helder omschreven, controleerbaar toegepaste, op het genre toegesneden beoordelingscriteria door een commissie met aantoonbare deskundigheid op het terrein van de Nederlandse misdaadliteratuur” zouden komen. De keuze om een boek al dan niet financieel te ondersteunen zou dus „controleerbaar” moeten worden.

De Raad van State bevestigde gisteren echter de mening van de rechtbank, verwoord in de eerdere uitspraak, dat „literaire kwaliteit zich niet laat vangen in strikt objectieve criteria”. Overigens had het Letterenfonds al eerder aangegeven dat het specialisten voor genres zal gaan inhuren. Maar daarmee waren de machtspositie noch de ondoorzichtigheid verdwenen, volgens Toes.

Doordat het hoger beroep nu is afgewezen, is de juridische weg afgesloten. Er rest weinig dan de aandacht te verschuiven naar de wetgever. Daarvoor zal „de publiciteit gezocht moeten worden”, aldus Toes, en een persbericht van zijn hand doet al vermoeden hoe dat zal gebeuren. Hij hekelt de „boterzachte argumenten”, stelt vast dat argumenten „bij wijze van spreken op de achterkant van een bierviltje” genoteerd mogen worden, concludeert dat de „positie van de individuele auteur – literair of niet – is verzwakt”. „Bizar en kafkaësk” noemt Toes het, die duidelijk wil maken dat het publiek er recht op heeft „dat belastinggeld op een heldere en controleerbare wijze in de kunstensector wordt geïnvesteerd”.